Queen…

Queen…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: constellation-ph-fle-ehle-060704-pict1020.jpg

Zelfs voor mij als oudere spotter was de Lockheed Super Constellation al een klassieker van jewelste in mijn jonge jaren. Immers, de eerste straalverkeersvliegtuigen als de Comet, Boeing 707, DC-8 of Tupolev Tu-104 waren toen al regelmatige gasten op onze nationale luchthaven en die oudere propliners werden steeds meer naar het twee plan gedirigeerd. Maar feit is wel dat die door Lockheed in nauwe samenspraak met miljonair Howard Hughes ontwikkelde Lockheed’s toestellen waren van een ongekende schoonheid en ook in staat bleken tot bijzondere prestaties.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: image-1-kopie-2.png

Heel anders dan de werkpaarden van Douglas en de indertijd altijd wat botte benadering van Boeing (ik geef mijn prive mening op dat punt) waren deze Lockheed propliners prachtig van vorm, elegant bijna en waren zij zeer onderscheidend met de drie ovale en zo kenmerkende kielvlakken in de staart. De geweldig krachtige turbo-compoundmotoren leverden elk een 3200-3500pk en gaven de machine een voor die tijd prima kruissnelheid van 550km/u. Rustte je de machine uit met twee extra benzinetanks aan de vleugeltips was de Super Connie zoals zij vol liefde werd genoemd, in staat direct van Amsterdam naar New York te vliegen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: lkb-spl-dateunk.jpg

Ook op andere extra lange lijnen kwamen de Super Connies prima van pas en heel wat passagiers uit die periode hebben er goede herinneringen aan. Nu was het wel zo dat de technische ontwikkelingen binnen de luchtvaart min of meer parallel liepen. Er waren fabrikanten die met deze ultieme propliners druk waren, andere kozen voor de best wat ‘onbetrouwbaar’ geachte straalmotoren aan de gang en weer andere zetten in op straalmotoren met een propeller als voorstuwing, de zogeheten turbo-props.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: lockheed-l1049g-breitling.jpg

Wie net als ik herinneringen koestert aan het Schiphol van de jaren 60 weet dat al deze vormen van aandrijving daar door elkaar te zien waren. Het was maar hoe progressief de directies van luchtvaartmaatschappijen waren waar het ging om de keuze van het type vliegtuig voor hun wereldnet. In de VS koos men overwegend voor de straalmotor. De Britten waren na hun debacle met de Comet uit de jaren 40 overgeschakeld op de Turboprop en bij de Russen zag je het leunen op twee gedachten. Lockheed hield heel lang vast aan de traditionele zuigermotor. En koos daarbij voor de turbo-compound versie waarbij uitlaatgassen nog een keer door een turbo werden heen gehaald, verdicht en daardoor zorgde voor extra pk’s. Met name de Super Constellation en de DC-7C van KLM benutten deze technologie. Prima systeem, maar ook wat gevoelig voor storingen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 212614-lockheed-constellations-klm-mothballed-60s-spl-o-scan10037.jpg

En de Lockheed kwam net als die Douglas nog wel eens binnen op drie i.p.v. vier motoren, nooit een lekker gevoel al vloog de machine ondanks dan prima door. KLM parkeerde haar Constellation vloot begin jaren zestig al op een terrein aan de Zuidwest kant van Schiphol. Ze bleken nauwelijks verkoopbaar al waren de meeste vliegtuigen maar een paar jaar oud. Een enkel exemplaar kwam terecht bij ‘bijzondere’ charterbedrijven, maar de meeste machines werden gesloopt. En dat wereldwijd. Later zouden er vliegtuigspotters geboren worden die de grote Boeing 747 tot hun ‘Queen of the skies’ zouden benoemen. Maar die hadden zelfs geen weet van die slanke Lockheed die deze titel met veel meer verve verdiende. Ik wil ze er soms wel eens op wijzen…. Fijntjes, dat spreekt, terwijl ik in aanbidding kijk naar mijn vloot model-Connies en Super Connies….. Wat een schoonheid, welk een elegantie. Wat was ik een klojo toen ik de laatste exemplaren indertijd afdeed als ‘ouderwets’. En zo zal het later ook weer gaan. Er komen vast luchtvaartgekken als ik die ook de Boeing 747 zien als relikwie uit een andere eeuw. En gelijk hebben ze….. (Beelden: Archief/Yellowbird)

De jacht…

De jacht…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: boek-ddr-.jpg

Voor verzamelaars, en ik ben er wel zo een van de serieuze soort, is de jacht op iets bijzonders soms belangrijker dan het bezit er van. Ik hoef maar rond te kijken, lezen of luisteren in de kringen van lieden die er dezelfde drang op nahouden en ik zie dat ik maar weinig afwijk van het gemiddelde op dat gebied. En wie niets verzamelt moet nu maar even stoppen met lezen. Verzamelaars zoeken net zo lang tot ze vinden wat ze willen toevoegen aan hun collectie. En die collectie is zelden of nooit compleet te krijgen. Dat laatste is eigenlijk ook niet leuk.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: p6270001_edited.jpg

Want wanneer je alles van een bepaald onderwerp in huis, paleis of schuur hebt staan, liggen of hangen is de lol van de hobby er feitelijk vanaf. Ik zag ooit een reportage over een Japanse meneer met een speciaal aangepast en vergroot huis. Hij had 250.000 automodellen uitgestald staan. En was nog lang niet klaar met zoeken. Of die man die ballpoints verzamelde in een TV-programma dat Leonie ter Braak een paar jaar geleden presenteerde. De man had naar ik meen 500.000 van die schrijfstokken in huis.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-915407-tatra-wp_20150422_008.jpg

Toegegeven, dat vraagt minder ruimte voor de opslag dan een soortgelijk aantal vliegtuigen of auto’s, laat staan boeken, maar toch, over het hele huis verspreid stonden ladekasten en vitrines met dat schrijfgerei uitgestald of opgeborgen. En dan de grootste lol….je bent op zoek naar… Ik heb dat vaak gehad. Uit de brede stroom aan informatiedragers kwamen en komen vaak aankondigingen rond een nieuw item wat je echt ziet zitten in jouw collectie. Iets wat prachtig zou passen bij….Maar je nog niet hebt. Dan wordt het wachten. Soms sparen….

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: herinrichting-boeken-en-mappen-280203.jpg

Ik heb dat heel wat jarenlang van mijzelf moeten doen. En als je dan eindelijk dat onderwerp van verlangen in je handen houdt wordt je soms euforisch van genoegen. Dan wordt het voorzichtig uitgepakt en neergezet en bewonderd. Als ik iets tweedehands vind, en dan is het vaak meer verrassend dan gepland, komt er het moment van oppoetsen, registreren, en uitstallen. Natuurlijk wordt alles gefotografeerd en in bepaalde groepen gedeeld. En dan zijn daar weer verzamelaars die datzelfde beleven wat mij vaak ook nog zo bezighoudt. En dat beperkt zich niet slechts tot schaalmodellen of zo. Ook boeken kunnen me soms bezighouden en verleiden. Zo vond ik ooit een eerste deel van een kennelijk brede reeks boeken over de luchtvaart in de vroegere DDR.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: nieuwe-beer.300803.jpg

Nou de informatie over die geschiedenis en de foto’s in dat prachtig uitgevoerde eerste deel maakten dat ik in de navolgende jaren graag trips naar Duitsland maakte om bij de Mayrische Buchhandlung te speuren of men alweer een nieuw deel beschikbaar had. Als een kind zo blij kon ik dan huiswaarts keren met een volgend deel in de kofferbak. En alles uiteraard gelezen en de informatie opgezogen. Later kwamen daar ook boeken over andere zaken uit de DDR bij en ook die bereikten mijn naslag-bieb. Kortom, de jacht is eigenlijk nog leuker dan het bezit, al neemt u dat als lezer uiteraard met een korrel zout. Het genoegen van gebruik, vasthouden of kijken naar.. is voor een ‘echte’ zoals ik er een ben, ook heel groot.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: p4083706.jpg

Zo kocht ik nog wel eens wat fraaie modellen op kleine schaal. Soms pak ik een stoel of kruk, zet de lampen goed gericht op een vitrinekast en ga er voor zitten. Dan bewonder ik de schoonheid van die kleine stukjes industriele kunst en voel me net als iemand die in het Rijksmuseum voor de Nachtwacht smelt of voor een beeld van Rodin. En ach…bedenk maar dat iemand die veel rookt of drinkt flink meer geld uitgeeft dan ik. En in de kringen van verzamelaars is het trouwens prima toeven heb ik wel gemerkt in al die jaren. Zelfde passies, informatie delen, gezellig kwekken en soms wat ruilen of over en weer handel bedrijven. Het is allemaal een deel van mijn leven geworden en nog steeds. Een deel dat ik nog niet wil of kan missen…..Die groei van begonia’s bestuderen is nog niet echt mijn wereld…U wilt me wel excuseren.. (Beelden: Archief)

Vliegende spionnen…

Vliegende spionnen…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-424030-aeroflot-spionnen-img_9036.jpg

Ooit was er een tijdperk waarin nog geen satellieten in de ruimte om ons heen alles op Aarde in de gaten hielden. Je moest dus de vijand (en soms je eigen bondgenoten) bespioneren met alle middelen beschikbaar. En daarbij schuwde men het niet om de civiele luchtvaart te (mis)gebruiken voor de strategische doeleinden van de landen of systemen die alles wilden weten van de ‘vijand’. Met name de Sovjet-Unie hanteerde daarbij de gedachte dat als men toch over het gebied van de landen in het vrije westen vloog men tegelijk wel wat foto’s kon nemen die men later kon analyseren. De toenmalige vliegtuigen van Aeroflot, de luchtvaartmaatschappij van de Sovjets, waren ideaal ingericht voor het doel. Ze waren in die eerste jaren ingericht met als basis de militaire bommenwerpers van de Rode Luchtmacht en oogden vaak ook als zodanig. Bekende trucs die men hanteerde waren een navigatiefout te maken op de routes naar het westen en zo ‘per ongeluk’ boven militaire installaties als vliegbases of marinehavens uit te komen. In het westen reageerde men vaak met protesten via de ambassade over zoveel bewuste overtredingen, maar tot echte actie kwam het niet. Daarbij viel op dat met name de Nederlandse overheid haar luchtmachtvliegers die er soms op uit werden gestuurd om zo’n afwijkende Tupolev te onderscheppen met klem de instructie meegaven niet te dicht bij de Russen te komen en er zeker niet op of langs te schieten. Men wilde niet provoceren, terwijl die provocatie nou net van de andere kant kwam. De Sovjets benutten die terughoudendheid met veel bravour en gingen vrolijk verder met wat men vanuit de KGB-centrales aan instructies mee kreeg. Dat ging jaren zo door. Deden de westerse landen ook zoiets? Ja hoor, die spioneerden ook vanuit civiele vliegtuigen alleen wisten piloten hier dat elke afwijking van de geprogrammeerde koers kon leiden tot afschieten van het betreffende verkeersvliegtuig.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: fri-424030-aeroflot-spionnen-img_9037.jpg

En de Russen maakten deze waarschuwingen waar en knalden heel wat westerse vliegtuigen af als ze buiten de gebaande luchtwegen vlogen. Meest opvallend was het neerschieten van een Koreaanse Boeing 747 boven het schiereiland Sachalin. Die grote Boeing was van zijn koers geraakt maar was eenvoudig te onderscheiden van een Boeing 707 die de USAF nog wel eens inzette van radar/radio-onderscheppende missies. Het excuus van de gevechtsleiding in de USSR van toen dat men dacht met zo’n Amerikaans spionagevliegtuig van doen te hebben was dus flauwekul. Een luchtramp met veel slachtoffers het gevolg. Al deze verhalen en meer staan in een verrekte aardig boek van de hand van auteur Dick van der Aart die op dit punt wel een expert is. Het stamt uit 2018 en ik las het onlangs met veel plezier uit. 235 pagina’s dik en goed geillustreerd met de nodige foto’s en schema’s vertelt het een verhaal uit een schimmig verleden vol interessante voorbeelden van hoe de machtsblokken van toen elkaar in de gaten hielden. En wij daar als klein land ook mee te maken kregen. (ISBN 978 940218 3375). Een aanrader als je houdt van spionageverhalen die baseren op echte feiten….(beelden: Prive collectie)

Nostalgie…

Nostalgie…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: schiphol-oud-beeld.scan10213.jpg

Mijn liefhebberij rond de vliegtuigen is ooit op kleine schaal ontstaan en werd door de jaren heen groter en groter. Niet in de laatste plaats omdat de toenmalige verkeersvliegtuigen allemaal onderscheidend waren en voor een belangrijk deel voorzien van brommende en rokende zuigermotoren. Vliegen was een soort mysterie en als jong mens vond ik die geneugten van je los maken van de aarde in zo’n lichtmetalen vogel mysterieus aantrekkelijk.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 217646-ehtx-160587-dove-g-avvf-take-off-scan10365.jpg

Maakte ik mijn eerste echte vlucht in de De Havilland Dove van het toen nog maar kort bestaande Martin’s Air Charter, het gaf me wel een beeld van hoe geweldig die vliegerij mensen kon verwennen. En natuurlijk brengen naar oorden die een stuk verder weg lagen dan het door ons jaarlijks per auto altijd bezochte Valkenburg of pakweg de Posbank op de Veluwe.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 30590-dc-7cf-klm-op-spl-o-270466-scan10215.jpg

Dit was het echte werk. New York, Stockholm, Praag, Frankfurt of Teheran. Voor elke bestemming hadden die maatschappijen van toen veelal hun eigen vliegtuigtypes in dienst. En die waren meestal vrijwel allemaal afkomstig uit het land van herkomst voor die maatschappijen. De Britten, Fransen, Amerikanen, Russen, allemaal vlogen ze met zelf gebouwde toestellen. En die werden door de jaren heen niet alleen groter, ook sneller en voorzien van straal- of turboprop-motoren.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 213032-mdc-dc-3-eastern-aw-g-ampo-rtm-0980-scan10251.jpg

Ik kende alle verschillen tussen die machines uit mijn hoofd, met de ogen dicht kon ik aangeven welk type vliegtuig voorbij reed of vloog en kende soms zelfs de vluchtschema’s zodanig uit de bol dat ik ‘s-nachts bij niet slapen de overvliegende vrachtkisten met hun vluchtnummer kon opdreunen. Je bent spotter of je bent het niet. Gek genoeg had ik veel minder met militaire toestellen en dat is nog steeds wel zo. In de loop van de tijd kreeg ik extra interesse in alles wat met de luchtvaart in het toenmalige Oostblok van doen had.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: tupolev-104-cccp-42461-spl-c-010272-scan10024.jpg

Ik kende al die kisten, de maatschappijen uit dat oosten, al was het maar door die ervaring op jonge leeftijd toen ik een Russische Tupolev 104A mocht bezoeken en bekijken. Geen onderscheid, geen politieke voor/afkeur. Gewoon vliegtuigen en de liefde daarvoor. Later ging ik ze ook fotograferen. Vanaf 1975 met een spiegelreflexcamera. Jammer genoeg koos ik toen voor het schieten van dia’s. Nu best een dingetje want duizenden van die kleinbeelden in een eigen plastic huisje in de opslag. Foto’s toch een stuk handiger. Maar hoe dan ook, ik koester die dagen dat ik weer hier of daar keek, genoot en schoot…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: a320-easy-g-ezwb-ams-070415-p4073670.jpg

Dit jaar was ik ook weer eens op Schiphol. De fascinatie bleef. Maar de afwisseling is er niet meer. Airbus, Boeing, Embraer….Dat is wel een beetje het aanbod. En de Russen zijn verdwenen, de politieke redenen zijn duidelijk. Toch minder interessant. Het zal om die redenen zijn dat ik zo weinig meer de kant van onze nationale luchthaven op ga. En ik betrap me er zelfs op dat ik af en toe op kleinere velden naar dito vliegtuigjes sta te kijken. Die zijn vaak erg onderscheidend. Vraag is wel…hoe lang nog. Maar dat is een andere kwestie….. (beelden: archief)

Rust in de tent…

Rust in de tent…

Onlangs, ik zat in mijn uiterst plezierige en comfortabel ingerichte thuiskantoor, was de wind zodanig van richting dat de verkeersleiding Schiphol haar uitgaande verkeer richting het oosten en noorden weer eens over mijn huisadres stuurde. Omdat wij op pakweg 8 hemelse kilometers van dat grote vliegveld wonen klimmen die machines dus op redelijke kracht van hun motoren over onze straten en huizen. Anders dan al die beroepsklagers voor wie zelfs de vleugels van een vlinder nog te veel lawaai maken heb ik geen last van die grote vogels. Ik kijk er naar en volg ze al mijmerend over wat hun bestemming is (soms kijk ik dat even na op een speciale app..) e n visualiseer de vliegvelden of steden waar ze straks over pak weg 1-12 uur zullen landen.

Maar omdat ook in mijn buurt lieden zijn komen wonen die menen dat niet zij maar Schiphol moet verhuizen omdat ze zoveel last hebben van het geluid van die uit klimmende vliegtuigen eens per maand stelde ik mijn decibelmeter op de smartphone eens in. En wat bleek. Die grote jongens als de Airbus A350 of Boeing 777 dan wel 787 komen al klimmend op vol vermogen qua geluidsniveau niet veel hoger dan 60-65dB. Een ouder vliegtuigtype als de A330 haalt 75dB en een oudere 747-400 tikt de 90 dB aan.

In de jaren dat ik hier nu woon (34) heb ik heel wat flink luidruchtiger typen voorbij horen/zien komen. 110dB was indertijd bijna norm. En zelfs ik vond dat best stevig. Bij de kleinere vliegtuigen zijn de oudere 737’s en A320’s koplopers, 80dB is wel het gemiddelde. Maar hun nieuwste varianten A320NEO en 737MAX halen dat geluidsniveau echt niet. Een prachtig positief voorbeeld is de enorme Airbus A380 die dagelijks een keer langs komt vanuit of vertrekt naar Dubai. De diepe brom van de enorme motoren doet deze machine als een soort zeppelin voorbij vliegen en mijn metertje haalde daarbij de 60dB niet eens. Kortom, al die klagers doen dat omdat ze bewust willen klagen.

Niet omdat ze zich kunnen baseren op feiten. Een beetje doorgaande straat geeft je een (ook gemeten)geluidsbelasting van 70-80dB, een treinenbaan is goed voor 90-100dB. Dat is best hoog. Een kleuterschool of kinderopvang met buiten spelende kinderen overstijgt dat geluid zelfs. Wie dan klaagt heeft iets te mekkeren. Maar stop nou eens met dat geklaag over Schiphol. Mijn metingen zijn even goed als al die anderen…. En o ja. Ik ben net als zoveel van die klagers hier na 1967 komen wonen. Toen startte het nieuwe Schiphol met haar 5-banenstelsel op basis van de plannen die al stamden uit 1948. Ook ik wist dus dat ik in de buurt van Schiphol zou gaan wonen. ‘Juist lekker’ redeneerde ik toen al. En zo denk ik er nog steeds over. Had hier een kinderopvang gezeten had ik vermoedelijk een ander adres gezocht. Want dat gegil en gebler…ik heb er niks mee…. Maar o jee, nu trap ik vast op wat gevoelige tenen die mensen bezitten die wel altijd naar boven kijken en alles horen wat daar voorbij trekt, maar het gejengel van hun eigen kroost niet (willen) horen. Het kan verkeren…..Geldt ook voor het luchtverkeer….#vliegenmoet (Beelden: archief)

CSA is niet meer…

CSA is niet meer…

Dat zal sommigen hier weinig zeggen, maar voor mij is de CSA als staatsluchtvaartmaatschappij van Tsjechie (voorheen Tsjecho-Slowakije) een vaste waarde op zowel Schiphol als in mijn persoonlijke logboek. Met die Tsjechen ben ik 41 keer op en neer gevlogen tussen Amsterdam en Praag (vv). Uiteraard veelal voor zaken, en altijd was het een vaste waarde dat deze verbinding op tijd werd uitgevoerd en de service aan boord prima. Daarover later nog meer. CSA was de op 4 na oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld.

Gestart in 1923 in het toen net gestichte land Tsjecho-Slowakije vloog het bedrijf ook al naar Amsterdam. Men kocht voor WO2 vliegtuigen van Fokker, liet die ook in licentie bouwen door het Tsjechische bedrijf Avia. Ook Italiaanse Savoia’s werden ingezet. Voor de door de buurlanden bedreigde Tsjechen en Slowaken bood CSA ook de mogelijkheden om te reizen en diplomatieke betrekkingen te onderhouden.

Na WO2, het bedrijf door de Duitse bezetter ontmanteld en onderhevig aan de restricties die elk bezet volk indertijd meemaakte, werd Tsjecho-Slowakije bevrijd door de Sovjets. En die verlangden als dank dat het land onder communistisch bestuur kwam te staan. Met alle gevolgen van dien. Toch waren de Tsjechen lid van IATA en hielden zich aan de regels die daarbij hoorden. Zo konden ze ook samenwerken met bedrijven in West-Europa als KLM.

De vloot werd intussen vrijwel volledig Russisch. Tupolev’s en Ilyushin’s kwam in gebruik, maar voor langere afstanden had men ook nog een paar Britse Bristol Brittania’s die ook bij westerse bedrijven in gebruik waren. Later zou CSA na Aeroflot uit de Sovjet-Unie de enige gebruiker worden van de sensationele Tupolev Tu-104A straalverkeersmachine waarmee men ook naar Amsterdam kwam, en koos men ook voor de kleinere Tu-124A die wat zuiniger turbofanmotoren meekreeg.

Voor het binnenlandse verkeer gebruikte men in eigen land gebouwde Let L410 Turbolet commuterliners die zo’n 20 passagiers over korte afstanden konden vervoeren. Later zouden de Tupolev Tu-134A, 154M en Ilyushin Il-62 de vloot komen versterken en oudere types vervangen. Zeker na 1968, ik schreef al eens over de gebeurtenissen in dat jaar, stak men weer stevig in het communistische vest.

Maar men vloog ook naar veel bestemmingen die je wellicht niet zou verwachten. O.a. via Amsterdam naar New York met de grote Il-62. Indertijd was dit een bekende verschijning op Schiphol met dat opvallende OK-Jet logo. Dat OK kwam weer van de registratie voor het land Tsjecho-Slowakije zoals dat op haar vloot was aangebracht, net zoals KLM-vliegtuigen PH- voor hun registratie benutten. Aan het einde van de jaren 80, toen de teugels in Moskou aardig werden gevierd koos CSA voor de zuinige Airbus A310 om haar dorstige Il-62 vloot te vervangen. Ook koos men voor de Aerospatiale ATR42/72 voor kortere afstanden en de Boeing 737 als standaard straalverkeersvliegtuig dat de Russische machines moest aflossen. Dat deed men begin jaren 90.

Maar ik maakte als reiziger die Tupolev’s nog wel mee en kan niet anders zeggen dat het prima vliegtuigen waren om in mee te vliegen. Zeker in combinatie met die goede service aan boord, inclusief een smakelijk hapje en zeker lekkere drankjes. Moravische Rieslingwijnen gingen er best in na een lange sessie onderhandelen of trainingen ondergaan. Toch veranderde er veel, ook voor CSA. Er kwamen nieuwe carriers in Oost-Europa die vooral zochten naar lage tarieven en renderende bestemmingen. CSA moest mee in de flow, maar kon dat toch maar moeizaam. Het routenet van voorheen was vrijwel niet overeind te houden. En zo verloor het als vliegbedrijf haar glans. Maar ook de vloot werd daardoor kleiner en kleiner. Op enig moment werd het bedrijf zelfs overgenomen door haar concurrentie en die kleedde CSA compleet uit. In de afgelopen periode vloog men nog met 1 of 2 vliegtuigen in de kleuren van het oude CSA. Tot eind oktober. Toen ging de stekker er uit. Wat bleef zijn herinneringen. En de wetenschap dat alles wat was kennelijk niet kan worden bewaard. De emorme groei in met name Midden/Oost-Europa op gebied van vliegreizen is zodanig snel gegaan dat oude carriers het niet bij konden benen. Eerder zagen we dit al in Hongarije bij Malev, nu is CSA er aan onder door gegaan. Blijft bijzonder jammer, maar ik koester mijn vluchten met die lui als zeer dierbare herinneringen. Nu maar hopen dat er niet te veel andere bedrijven dit voorbeeld gaan of moeten volgen… (Beelden: Archief/Internet)

Opruiming…

Opruiming…

Het is over een paar dagen alweer bijna een jaar geleden dat mijn oude vriend Cees overleed. Ik besteedde er 211123 al wat aandacht aan in mijn blog van toen. Heel lang konden we niet veel meer bieden dan luisterende oren en begrip voor zijn weduwe die in verdriet om hem en nog veel meer achterbleef. Maar in de nazomer van dit jaar was ze weer geestelijk zodanig terug op krachten gekomen dat ze vond dat er nu maar eens moest worden opgeruimd in zijn oude hobbykamer. Die ruimte van hun huis stond helemaal vol met verzamelde foto’s, boeken, knipsels, vliegtuigmodellen en curiosa. Enkele modellen vonden hun weg naar familie en bekenden die hoorden bij de kring van intimi.

Ten behoeve van al die gedrukte zaken maakten we daarop contact met het bekende Aviodrome-museum op Lelystad Airport waar men met veel geduld en de nodige inspanning alle archieven en zo meer inpakte en mee nam in een speciale bestelwagen die Cees indertijd zelf aan het museum had gedoneerd toen hij zelf nog de scepter zwaaide over een ander luchtvaart-gerelateerd museum. Dat scheelde al heel wat ruimte in hun huis. Daarna ging ik als curator door de modellen heen. Scheidde kaf van koren. Het koren bleek door Cees zelf ingekochte natuurgetrouwe redelijk prijzige schaalmodellen te zijn die nog best verkoopbaar bleken. Het kaf veelal door hemzelf gebouwde en beschilderde plastic bouwkits.

Zo had hij vier vitrines en een nagemaakt platform vol staan met dat spul. De mooie modellen gingen de verkoop in en waren binnen vier maanden allemaal weg. Van heinde en verre kregen we mensen aan de deur voor die modellen en ik bracht er ook een stel zelf weg. Het leverde een goed bedragje op voor de weduwe van Cees die daarmee haar budget voor een a.s. verbouwing kon ophogen. Confronterend was het desondanks allemaal wel.

Immers, met elk model dat de deur uitging nam ze steeds weer afscheid van de herinneringen aan Cees. Ik zelf mocht wat modellen met een speciale connectie toevoegen aan de eigen verzameling. Deels uit ket kaf afkomstig. Cees was veel, maar een goed modelbouwer of schilder was hij niet. Dus veel te renoveren. Maar ook dat is leuk. Toen we uiteindelijk die scheiding der modellen hadden doorgevoerd en de kamer al leger raakte, bleven o.a. vier vitrinekasten over. Ook die zetten we te koop en werden onlangs door een collega verzamelaar opgehaald. De kamer begon op een echoput te lijken, er moet nog een staartje naar het Aviodrome denk ik en dan is de hobby voor 95% uit het huis van Cees verdwenen. Relativering is van toepassing. Zijn levenswerk toch in een paar maanden opgelost. Hij zou het met de beslissingen eens zijn geweest. En ik denk dat iedereen er blij van werd. Voor zover je dat in zo’n situatie kunt zijn natuurlijk. Maar toch geeft het een goed gevoel. En zo herdenken we over een paar dagen dat intense verlies…..Samen met haar die het toch het meeste raakt…. (Beelden: eigen archief)

The real queen…

The real queen…

En dan bedoel ik niet de charmante Maxima of die schaduwkoningin (Rietz) uit het Haagse maar een vliegtuigtype dat deze (bij)naam met verve verdiende. De Lockheed (Super) Constellation. In haar dagen net zo modern en vooruitstrevend als de Boeing 787 Dreamliner van nu. Een vliegtuig dat hoger en verder kon vliegen dan haar concurrenten en een stuk ontwikkeling dankte aan multimiljonair en uitvinder Howard Hughes. Voor ‘zijn airline’ Trans World Airlines zocht die een vliegtuig dat veel meer comfort bood en transcontinentaal binnen de VS kon vliegen. En dat alles al voor WO2 uit zou breken. Bedenk maar eens dat een deel van de toenmalige luchtvloot van maatschappijen uit die tijd nog werd opgebouwd met houten frames en bedekt met geimpregneerd linnen.

De Constellation was dus een toestel uit een andere dimensie. Helaas kwamen de eerste Connies vooral in gebruik bij de Amerikaanse strijdkrachten toen de oorlog een feit was en moesten de burgermaatschappijen (waaronder KLM van Plesman) die aanbetalingen deden op hun eerste exemplaren wachten tot na de oorlog. Plesman wist al snel een stel van zijn bestelde kisten los te weken en startte met die fraaie machines vluchten naar Indie en later New York. Anders dan de ook binnen gehaalde Douglas DC-4 had de nieuwe Constellation een drukcabine en kon dus boven het weer uitklimmen en was ook aardig snel.

Je vloog al vlot met 500km/u door het luchtruim. Latere versies van het basismodel reikten nog verder en waren in staat om met lading aan boord enorme afstanden af te leggen wat voor KLM dat indertijd tegen een boycot aanliep van veel islamitische landen vanwege de ‘Politionele acties’ tegen de extremisten van Soekarno, goed uitkwam. De meest zuidelijke route die men non-stop kon vliegen was normaal gesproken te veel gevraagd van de machines en bemanningen maar KLM klaarde het klusje met dank aan de Connies. Begin jaren 50 kwam uiteindelijk de Super Constellation op de markt. Een prachtig vliegtuig dat een verlengde romp koppelde aan andere vleugels, sterkere motoren (3400pk elk) en vierkante ramen in de romp. Met deze machines kon ook KLM haar lange routes extra comfortabel uitvoeren.

Meest bekend werden de Super-Connies met extra tiptanks waarin je nog eens 2.500ltr brandstof elk kon meesjouwen. De machines bleven een paar jaar bij KLM in gebruik tot ze werden afgelost door de DC-8 straalmachine en de meeste propliners van dit Lockheed-type een roemloos einde vonden bij charterbedrijven, vrachtvervoerders of zelfs werden gesloopt. De afschrijving op die relatief jonge vloot was daardoor best groot. Een fraai boek over deze prachtige machines vond ik eind september en las het in een adem uit. Geschreven door Giesbert Oskam en Dr. Roger Soupart krijgen we via de tekst en de afbeeldingen een prachtig beeld van hoe die Connies ons nu nog bezighouden. Een enkele machine van dit type werd door het Aviodrome naar Nederland gehaald. Ik heb er zelf nog eens financieel aan bijgedragen om dat doel te verwezenlijken. Helaas was de Connie al snel uitgevlogen maar staat hij nu in de hoofdhal van het museum op Lelystad te glimmen en vertelt een prachtig verhaal over een even fraai ontwerp. Het boek, onder de titel De Lockheed Constellation – een legende van schoonheid, kent ISBN-nummer 90-9025068-4 en werd met dank aan het Aviodrome uitgegeven. (beelden: Archief)

Pionier ging heen…

Pionier ging heen…

Onlangs overleed Martin Schroder. Naamgever en oude baas van Martinair Holland. Een grote naam in het Nederlandse luchtvaartgebeuren. Naast die van Albert Plesman, John Block, Anthony Fokker of Bob Schreiner, was Martin Schroder een echte ondernemer die door roeien en ruiten ging voor zijn bedrijf. Pionier en visionair. Buiten zijn alsmaar groeiende luchtvaartbedrijf zette hij ook een vliegschool op, een luchtreclame-afdeling, een restaurant op Lelystad Airport en ook nog eens een cateringbedrijf.

Allemaal met elkaar verbonden en bedoeld om er een totaal succes van te maken. Hard werken de boodschap en met een 9 tot 5 mentaliteit bleef je maar thuis. Bijnaam ‘De Lange’ vanwege zijn fysieke lengte. Gevreesd om zijn rechtlijnige aanpak van ‘uitdagingen’ en respect afdwingend door elke tak van de operatie van zijn bedrijven zelf op te volgen en soms te corrigeren. Geen manager, maar een hands-on man. Na de prille jaren van vliegen met oude toestellen kwamen de eerste jets. De actieradius werd groter en de grote baas dwong respect af door allerlei landingsrechten te verwerven in zowel het Verre Oosten als Zuid-Amerika. Rechten waarvan KLM nu nog profiteert.

Naast DC-8-ten en 9’s, nam Martinair op enig moment een aardige gok door ook DC-10’s te bestellen. Splinternieuw, groot en dus duur. Maar met extra kapitaalinjecties van nieuwe aandeelhouders en een samenwerkingsverband met KLM kwam ook dat goed. De nog grotere Boeing 747 kwam ook nieuw in de vloot, net als de toen even nieuwe Airbus A310. Groeien werd een doel op zich en dat deed de maatschappij. Maar ook de leeftijd van de naamgever. De dynamiek van de luchtvaart was nog steeds een uitdaging, maar het pensioen lonkte. Samen met zijn vrouw (ex stewardess) Tineke ging hij genieten van cruises op luxe schepen. Hij liet zijn bedrijf over aan de managers van KLM.

En die maakten in relatief korte tijd stuk wat hij in alle jaren zorgvuldig had opgebouwd. Stukje bij beetje verdween Martinair als passagiersmaatschappij en werden de vliegtuigen verkocht. Wat nu nog rest is een enkele Boeing in eigen kleuren en een tweetal 747’s die voor KLM vliegen. Het rode uniform verdwenen. Onderhavig aan Air France en KLM. Martin zelf verscheen af en toe nog wel eens tijdens luchtvaartsymposia. Maar je zag zijn leeftijd er zeker in de laatste jaren wel aan af. Sterk vermagerd, broos, een oude man. Maar met ogen die nog vol vuur konden meepraten over hoe het in de luchtvaart van nu toe ging. 2 oktober jl kwam dan het nieuws dat zijn fysiek laatste take-off was gekomen. 93 jaar oud geworden. Ik zelf vrees dat zijn bedrijf die leeftijd niet meer gaat bereiken. Rood werd blauw, en managers zijn geen ondernemers. Deze grote gaan we missen. Net als die andere die ik al eerder benoemde. En voor hen die dat wellicht zijn vergeten, i v m het vijftigjarig bestaan van Martinair schreef ik nog een boek vol iov een uitgeverij in de luchtvaart. Dat boek heeft nu vast extra waarde. (Beelden: Yellowbird)

Die beginjaren van de luchtvaart…

Die beginjaren van de luchtvaart…

Ik berichtte al eerder over die jaren waarin de luchtvaart vooral bedoeld was voor post, vracht en avonturiers. Na WO2 was de wereld echter totaal veranderd. De vliegtuigen van voor WO2 waren doorontwikkeld tot potente transportmachines waarmee je in redelijke tijd grote afstanden kon afleggen. Wezenlijk voor het vervoer van de belangrijke lieden uit die tijd en natuurlijk de rijken. Diplomaten of grote ondernemers hadden hun belangen vaak gevestigd in vanuit Nederland gezien ‘veraf’ oorden en hadden weinig behoefte meer aan bootreizen die vele dagen tot weken van hun toen ook al spaarzame tijd vroegen.

De romantiek van de zeevaart verdween, die van de luchtvaart brak aan. Naar Indie, New York, Suriname, maar ook Zuid-Afrika of pakweg Israel. De beter gesitueerden konden het zich veroorloven en vlogen mee in Douglassen DC-4, 6 of 7’s, of in de fraaie Lockheed (Super) Constellations of Boeing Stratocruiser met zijn twee dekken.

Binnen Europa vloog je met een Convair of Dakota, later de gierende Vickers Viscount. De Britten namen al snel de Comet 1 straalmachine in gebruik en vlogen boven al die dreunende propliners in alle stilte naar de door hen bestierde overzees gebieden. Toen dat door technisch falen fout ging raakten ze op achterstand en konden de Amerikanen met hun splinternieuwe straalvliegtuigen als de Boeing 707 of DC-8 de hegemonie in de lucht overnemen van de Britten en Fransen.

Die laatsten brachten halverwege de jaren vijftig weer hun Caravelle straalmachine voor de korte afstanden. Een toestel dat al snel vliegafstanden binnen Europe beperkte tot pakweg een uur. En bedenk maar dat de treinen ook toen al geen enkel alternatief boden voor die snelle vliegtuigen. Dat gold ook voor het geboden comfort en de catering aan boord. Slechts zij die geen haast hadden stapten in die treinen van toen.

En vonden overstappen een fraai onderdeel van hun reizen. De vliegreiziger keek daar met enig dedain naar. En terecht. Grappig was ook dat je op Schiphol goed kon zien dat elk land zijn eigen vliegtuigen bouwde en benutte. KLM was een mix der culturen en kocht Amerikaanse toestellen naast Britse en heel schoorvoetend af en toe een Fokker. Wanneer werd die luchtvaart echt iets voor het volk?

Nou toen charterbedrijven als bij ons Martin’s Air Charter en Schreiner Airways vakantievluchten gingen aanbieden naar Zuid-Europa. Veelal met oudere toestellen die ze voor een relatief prikje konden overnemen van de grote maatschappijen. En aan het einde van de jaren zestig toen de eerste enorme jumbo-jets als de Boeing 747 werd geintroduceerd. 2.5 keer zo groot als een Boeing 707 en in staat om 450 passagiers in een keer te vervoeren. Maar dat is een ander verhaal. De liberalisering van de luchtvaart maakte de wereld kleiner, verre bestemmingen ook voor normale hardwerkende mensen bereikbaar. Tegen zeer betaalbare prijzen. En dat is nu nog zo. Een wereld zonder luchtvaart is een utopie. En al die andere vervoersvormen niet in staat om de evolutie in de lucht bij te houden. Al was het maar door de technologische ontwikkelingen of de altijd bestaande concurrentiedruk. Heb je daar geen last van (NS) loop je altijd achter de feiten aan. Ik heb een deel van die ontwikkelingen aan den lijve meegemaakt. En kijk er nog steeds met veel plezier naar. Omdat het een fascinerende wereld is zonder weerga. En daarom alleen al een reden om hier af en toe wat onderdelen uit te lichten… (Beelden: Yellowbird archief)