
Sommige van jullie, lezers zonder de interesse of achtergrond op dit specifieke gebied die ik mij zelf toedicht, vragen zich nu af, waar gaat dit over??? Wel aan, dat ga ik meteen even invullen. Een Warbird is de beschrijving van een vliegtuig dat tijdens oorlogshandelingen een belangrijke rol heeft vervuld. Vaak zijn dat toestellen van westerse fabrikanten die knokten tegen Duitse toestellen of Japanse, maar liefhebbers van dit spul vindt je nu ook in juist die landen waartegen de geallieerden hebben gevochten. Of in het toch wat mysterieuze grote land van President Poetin.

Want vergis je niet, juist daar vandaan kwamen heel wat toestellen die de Duitse Wehrmacht en Luftwaffe flink wat strategische klappen hebben toegebracht. Maar als je anno 2026 iets wilt laten zien van die toenmalige toestellen moet je waanzinnig veel geluk, geld, technische kennis en ruimte bezitten om die specifieke machines vliegwaardig te krijgen of te houden.

Veel van deze toestellen zijn in de oorlog verongelukt, vernield, of als oorlogsbuit weggesleept naar de landen die als winnaar worden gezien. Dan krijg je al snel dat tijdens vliegshows (Oshkosh) andere machines deze rol moeten overnemen. Zoals trainers, zelf als ze na de oorlog zijn ontwikkeld en gebruikt. Dat gebeurt in ons land ook. Een Spitfire is een soort Super-Ferrari in de lucht en kost veel geld. De oud topman van Jumbo had (en vloog) er een, en dat is spectaculair. Op Hoogeveen’s vliegveld is een groep enthousiaste lieden jaren bezig geweest om een Fokker D-XXI op te bouwen.

Men slaagde en het toestel vliegt nu rond. Prachtige prestatie en doet recht aan Fokker als leverancier. Maar als ik kritisch kijk naar al die show-vliegende toestellen zijn er veel die nooit oorlogshandelingen verrichtten. Op zich prima, het maakt geluid, het lijkt heel oud en dat vindt het publiek vaak prachtig. Maar jammer dat we zeker in ons land zo weinig doen om die historische kisten luchtwaardig te houden of te maken. Tuurlijk, een Harvard of S11 trainer zijn leuk om te zien (en te horen) maar ik zou meer lol hebben in een vliegende Koolhoven, Fokker G1 of zo. Kost natuurlijk pakken geld en de benodigde brandstoffen worden ook schaars. Wat dat betreft gaat het in de buitenlanden veel beter. Daar kijkt men niet naar het milieu maar naar historische aspecten. Men koestert de mannen en vrouwen die ooit voor onze vrijheid hun veiligheid en leven waagden. Men is trots op de ontwerpers van al die toestellen die we nu zien als oud en historisch, maar ooit het beste van het beste leken voor de opdracht die ze moesten vervullen. Nou ja, ik mopper wat, maar koester ook hoor. En heb het geluk dat ik op schaal de nodige warbirds kan koesteren en zelfs vasthouden. Dat mag met die echte kisten van deze soort zelden of nooit.. Met die gedachte wens ik jullie allemaal een fijne zondag toe….(Beelden: Yellowbird archief)














Ik neem de lezer op mijn blog weer eens mee op trip. Naar Hoorn. Leuke stad, om meerdere redenen voorzien van grote historische banden met Amsterdam, VOC, koopvaart en zo meer. Een stad waar een prachtig historisch centrum wordt gekoppeld aan de nodige havens waar bruine, witte en nieuwgeldvloten naast elkaar aangemeerd worden. Een stad ook met heel wat fraaie kerken waarvan een deel niet meer als zodanig wordt benut. Ook hier sloeg de ontkerkelijking toe. De stad kent een paar musea. Zoals het Noord-Hollandse, maar zeker ook het Museum van de Twintigste Eeuw dat elke keer dat we er komen weer meer te bieden lijkt te hebben. Feest van herkenning. Ook voor de Soester vriendjes met wie we deze keer het Hoornse bezochten. Op een vrij kille junidag, waarop je zag dat veel van die boten worden bemand door Mooiweer vaarders. Want ze bleven voor de wal.
De echte schippers voeren uit, hezen de zeilen en gingen er met gezwinde spoed voor de wind vandoor. Hoorn heeft ook de nodige leuke winkels te bieden. De ooit wat oubollige V&D hier is net als elders verdwenen en het pand maakte niet de indruk dat men nu al nieuwe huurders had gevonden of dat Hudson Bay ook hier gaat proberen om ons te overtuigen van hun gelijk op onze markt te penetreren. Nee, de oude V & D is in verval. Wonderlijk genoeg helemaal niet passend bij Hoornse panden uit de oudheid. Want zelfs 16e -eeuwse pandjes staan hier, zij het scheef, nog aardig overeind. Dat Hoorn is in de jaren zestig en daarna toevluchtsoord geworden voor veel Amsterdammers die in hun stad geen redelijk huis in een veilige buurt vonden en derhalve maar uitweken naar wat toen de ‘kop van Noord-Holland’ was. Het deed de nieuwe woonstad bepaald geen kwaad. Overigens begreep ik later dat het V&D pand wordt gesloopt en plaats gaat maken voor nieuwbouw. Prima plan!
De economie floreert in Hoorn en dat zie je ook in de uitgestrekte wijken aan de rand en het stevige van grote winkels voorziene industrieterrein. Van autodealers tot meubelzaken, het is hier allemaal. Je hoeft dus niet speciaal naar Amsterdam om te kunnen winkelen. Daarbij is Hoorn goed bereikbaar, een behoorlijk lokaal wegennet sluit aan op het landelijke, er is een goed functionerend spoortraject, waarvan wij deze keer gebruik maakten, en voor de liefhebbers is er hier heel wat te fietsen. Kortom een erg aardige combinatie. Een leuke stad die o.a. trots is op dat elders zo vaak door nieuwe Nederlanders verguisde verleden. Jan Ptzn Coen wordt hier nog geëerd en dat hoort ook zo.
Ik bekijk dingen op dit punt toch met een blik in dat verleden zoals wij dat kennen. Dat er wel eens iets fout zal zijn gegaan, zeker! Maar was dat omgekeerd niet zo?! Daarbij, we kunnen nog wel even een discussie voeren over hoe de dingen door de tijd heen zijn veranderd qua denken bij sommigen. Maar in Hoorn heeft men daar minder last van. Misschien wel bewust!
Van de horeca maakten we gebruik toen de zon de temperaturen opstuwde en we ontdekten dat betaalbaarheid en kwaliteit hier ook nog eens redelijk samengaan. Hoorn is een erg aardige stad. Ik raad het echt aan om er eens een kijkje te nemen. Vergeet dan niet om je camera mee te nemen en bedenk ook maar dat een paar eeuwen terug de VOC-schepen hier voor anker lagen om hun lading over te hevelen op kleine boten die dan verder voeren naar Amsterdam. Een deel van de lading bleef in Hoorn. En diende dan weer als ruilhandel voor andere zaken die men hier deed. En dat is goed terug te zien aan de grandeur van sommige huizen en straten. Wij genoten weer! Hoop dat anderen dit ook kunnen doen in die aardige stad aan het IJsselmeer.
Het was een koude dag in het najaar van 1978 toen we met onze toenmalige prive-Skoda (120L) onderweg waren naar het thuisland van die wagens, Tsjecho-Slowakije. Een heel avontuur want dat lag toen nog stevig afgegrendeld achter het IJzeren Gordijn. De importeur van het merk, de chique firma Englebert uit Voorschoten, vond in die periode dat we als dealer-vertegenwoordigers met de door ons verkochte auto naar de fabriek moesten afreizen om zo zelf te kunnen ervaren dat alles wat de toenmalige autopers over ons heen had gegooid aan bagger onterecht was. Die toenmalige Skoda’s kregen die kritiek omdat men in de CSSR anders dan verwacht een erg aardige auto ontwikkelde waarvan de motor echter ‘nog steeds’ achterin zat. En dat had naast voordelen, want goedkoop te bouwen en veel binnenruimte, ook nadelen. Een daarvan, zijwindgevoeligheid. Maar mijn eigen exemplaar had ik voorzien van brede velgen en bijpassende banden, Koni-schokdempers en de auto was ook nog eens voorzien van een zwart vinyl dakje. Het oogde stoer en de rode Skoda deed wat hij moest doen. Gewoon stevig doorrijden over de Duitse Autobahn richting Beieren waar we met nog een stel andere dealers onder leiding van de importeur de stevig bewaakte grens bij Waidhaus zouden oversteken.
Grote klap voor ons allen was het plotseling wegvallen van Rein. Zo maar tijdens het joggen overleden, hij was een zeer sportief type mens, en op relatief jonge leeftijd achterblijvend in een bos. Het verdriet was groot, de verslagenheid ook. Gelukkig voor Lieneke was er een man die haar goed opving en begreep. Met wie ze later ook uit liefde opnieuw trouwde en zo weer kon genieten van het leven. En met wie ook wij snel een meer dan goede band opbouwden. Zo goed dat we elk jaar een paar maal op stap gaan. In binnen- en buitenland. Lachend, proestend, en soms ook elkaar omarmend bij onverwachte zaken die wel of niet leuk zijn.. Een afspiegeling van het leven. En zoals volgens mij een vriendschap ook moet zijn. Zij soms doof van mijn gekwek, ik met schorre keel omdat we zoveel lol hebben. Het plezier dat er in 1978 al aan stond te komen. Op een koude en zeer interessante trip naar het moederland van mijn (..) merk. Wat ben ik blij en dankbaar dat ik die trip ooit kon maken. Want na veertig jaar nog steeds koesteren is best uniek. Dit jaar gaan we het extra aandacht geven. Over het hoe en waar zal vast nog worden bericht….

