Allemansvriend en wereldmerk; Ford!

Een gigantisch groot merk als Ford laat zich nauwelijks in rond 500 woorden beschrijven. Toch doe ik een poging. Niet compleet, maar dat snapt de lezer vast wel. Ford dankt haar naam aan oer-oprichter Henry die in 1896 in een schuur achter zijn huis een automobiel van de simpelste soort in elkaar knutselde. Daarna was hij verslaafd aan het bouwen van auto’s en startte zijn carriere bij de Detroit Automobile Co. Wat hij daar leerde op gebied van techniek kopieerde hij vrolijk voor alweer een eigen auto die hij als Ford op de markt bracht. Een studiereis naar Europa leerde Henry Ford dat werken aan een lopende band efficienter was dan het tot dan normaler werken aan een enkele auto door steeds het zelfde team monteurs. Hij vond een lopende band uit voor zijn eigen autofabriek en ontwikkelde een auto die daarvoor zeer geschikt bleek, de Model T. Die werd maar liefst 18 jaar lang gebouwd en maakte Ford over de hele wereld bekend. Simpel, robuust, eenvoudig te onderhouden en geschikt voor elk klimaat.

Leverbaar in maar een enkele kleur; zwart!  Om de wereld te kunnen bedienen zette Ford in veel landen eigen productiefaciliteiten neer, waar men op de lokale markt gerichte auto’s bouwde. En die wagens weken vaak totaal van elkaar af. Zo kwamen er Ford’s uit Engeland, Duitsland, Frankrijk, Australie en Brazilie. Ook vestigde Ford na enige tijd een productielijn in het Russische Ghorki, waar hij de Model A liet fabriceren, aangepast aan de bijzondere omstandigheden in de Sovjet-Unie. Naast personenwagens bouwde Ford ook trucks, bussen, tractoren en zelfs vliegtuigen. Dat laatste kwam hem goed van pas tijdens WO2 toen de VS dringend behoefte hadden aan bommenwerpers.

Duizenden B-24 Liberator’s, ontwikkeld door Convair, werden door Ford gebouwd. Henry Ford had overigens een fascinatie voor totalitaire regimes. Hij zag wel iets in het Nazisme, maar zeker ook in het communisme. En zijn stijl van handel drijven en met medewerkers omgaan leek wel wat op die van een dictator. De meeste na-oorlogse Ford-modellen waren overigens in feite niet veel meer dan vooroorlogse auto’s. Door de jaren heen veranderde daar weinig aan, tot het einde van het decennium.

Toen schakelde ook Ford over op moderne meer gestroomlijnde wagens. De Amerikaanse tak van Ford leverde op enig moment de V8’s met bovenliggende nokkenassen. Het maakte mogelijk dat er ook wagens als de Thunderbird werden ontwikkeld, de Mustang en Fairlane.

In Engeland ontwikkeld men auto’s die ook bij ons razend populair werden. Denk aan de Anglia, Consul, Zephyr of Cortina. En natuurlijk later de Escort die bijna niet aan te slepen viel maar vooral zeer simpel in elkaar stak. De Duitse tak maakte de Eifel en Taunus populair, maar ook de Capri (ook in Engeland) en de Granada. Pas bij de komst van de Fiesta en Sierra, maar ook de Focus, schoven de modellijnen van beide Europese vestigingen die over waren gebleven in elkaar en is het verschil tegenwoordig nauwelijks meer aan te geven. Zij het dat de Britten ooit iets hadden en hebben met de bouw van de Transit bestelwagens/kleinbussen. Intussen was er ook nog die Franse tak. Na de oorlog vooral bekend met haar Vedette en afgeleiden, die waren voorzien van een soepel lopende V8 van ruim 2 liter inhoud. Maar die wagens waren ook nog eens comfortabel en hadden een vormgeving die veel deed denken aan die van Ford in de VS. Dat Franse avontuur duurde niet te lang.

Op enig moment sloot Ford de poorten van de Franse fabriek en deed de hele boel inclusief auto’s over aan Simca. Dat merk zou nog wat jaren de oorspronkelijke Ford’s onder eigen naam verder bouwen. Ford als wereldspeler. Het is nog steeds zo. En voor de goede orde, ook in Nederland werden bijvoorbeeld Ford’s gebouwd. Bij de Hembrug in Amsterdam. Vooral bestel/vrachtwagens.. Net hoe het uitkwam. Maar die fabriek bleek in de jaren tachtig niet meer levensvatbaar en werd gesloten. Ford heeft ook de nodige dochterbedrijven (gehad), als Lincoln, Mercury, het werkte nauw samen met Mazda, nam Aston Martin, Jaguar en Volvo ooit over, maar stootte die merken na de financiele crisis een jaar of tien geleden, weer af.

Het was in staat om die crisis zelfstandig te overleven. Men rationaliseerde de productielijnen. Maakte van auto’s als de Focus of Mondeo een reeks modellen dat nu overal in de wereld worden aangeboden. Slim. Net zoals de oude Henry het gewild had. Die kijkt vast vanaf een wolk tevreden naar zijn nalatenschap. En dat is terecht. (Foto’s: Yellowbird archief)

Voetbalnationalisme

OLYMPUS DIGITAL CAMERAAls iets bewijst dat alle volkeren dezer aarde zich nauwelijks verenigen in een of andere clubverband, dan toch wel het onbegrensde nationalisme dat ons allemaal bevangt tijdens een of ander voetbaltoernooi. Waar normale mensen zich over het algemeen zelden uitlaten over hun sterke vaderlandse gevoelens, laat 22 veel te duur betaalde kerels achter een bal aan hollen en de inwoners van landen waar die elftallen vandaan komen worden min of meer gek. Bij het WK in Brazilië bleek dat ook ons toch normaal zo nuchtere volkje ineens redelijk grenzeloos plat kan zijn in haar uitingen. Of noemen we halve straten vol oranje aankleding, de verzamelzucht van hamsters, juichpakken, of andere zaken die door de commercie worden en door ons alle verorberd alsof we niet meer weten wat normaal is, gewoon gedrag? Nederland smeedt een eenheid? Tja, wellicht is het ook een uiting dat wij oer-Nederlanders laten zien dat als je er bij wilt horen in dit land, oranje echt de enige kleur is die telt. En we murmelen luidkeels de teksten van het Wilhelmus mee met de pretentie die inhoudelijk ook nog te kennen. Niets is minder waar natuurlijk. Maar wij zijn echt niet de enige. Zelfs landen met een veel korter verleden dan het ons vieren uitbundig feest als ‘hun team’ er in is geslaagd een andere team weg te spelen. Uitzinnig worden die lui, alsof ze de finale zelf al hebben gespeeld. WP_005515Ik was net in de week van de laatste wedstrijden voor het Duitse elftal voor die lui richting de  achtste finales zouden gaan bij de oosterburen te gast. Anders dan wat je hier bij ons ziet kent de Duitse supporter geen enkele maat bij het uitdragen van zijn nationalisme. Auto’s vol vlaggen, spiegels bedekt met de bekende Duitse kleuren. Winkels die uitpuilen van de nationale meuk. Daar zijn wij in Nederland nog kinderen bij. Zelfs berijders van toch op zich nette merken doen er aan mee en bankmedewerkers zochten op straat nieuwe klanten, uitgedost in het voetbaltenue van Die Mannschaft. De zuiderburen kregen het ook te pakken. Hun Rode Duivels mochten voor het eerst sinds 1848 (ik overdrijf..) mee doen met het WK en speelden op zijn zachts de tegels niet uit de straat. Toch werden de Belgen een in hun enthousiasme voor hun team. En zo gaat dat over de hele wereld, ook in Europa. Weinig supporters voor het Europese team als dat er ooit zou komen. We zoeken de trots in ons zelf, bij onze herkomst en vinden al het nieuwe dat de globalisering ons heeft gebracht, eigenlijk maar niks. Laten zien dat we  Nederlanders, Franse, Duitsers, Zwitsers of zelfs Belgen willen zijn. Maar geen wereldbewoners. OLYMPUS DIGITAL CAMERAOf overtuigde globalisten. Het is naar mijn idee wel een statement richting al die overheden die maar grenzeloos willen werken. Die ons het keurslijf van de EU in willen helpen, of de dwangbuis van het multiculturele denken. Dat laatste zal pas werken als we in staat zijn nieuwe medebewoners dat gevoel van Oranje of Zwart/rood/geel mee te geven zoals de taal of de cultuur. Misschien moet Roy Donders ook eens gaan denken aan juichjurken voor allochtone vrouwen in dat verband. Tot dan gaat het nationalisme nog wel even verder vrees ik. Daar helpt zelfs het afgekeurde plan voor een super-provincie niet meer tegen. Zelfs niet als die provincie Europa heet. Want dat willen we eigenlijk helemaal niet….