Begin eens met opvoeden….

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIk krijg nog wel eens het verwijt niet zo erg van kinderen te houden. In de goede zin van het woord dan. Niets is minder waar. Maar ik geef toe dat naar mate de jaren vorderen mijn geduld voor en acceptatie van dreinende, jengelende en schreeuwende kinderen is afgenomen. Mij ontgaat het ook vaak waarom ouders niet gewoon ingrijpen als weer een van hun kleine prinsjes of prinsesjes zich op aarde heeft gestort voor een hoop misbaar dat er slechts op is gericht een of andere zin door te drijven. Je kunt geen speelgoedwinkel inlopen of het gezeur begint al. Dat kinderen in zo’n winkel worden aangestoken door een virus snap ik nog wel. Dat ze dan ‘alles’ wat ze zien willen hebben vind ik ook nog wel te verteren. Maar als dit dan niet wordt omgezet in daden ontstaat pas het probleem. Afhankelijk van hun gevoel voor theater storten die kleintjes zich dan op de grond, beginnen hartstochtelijk te huilen, met hun beentjes te trappen en zijn niet meer voor reden vatbaar. Tot vader of moeder de juiste of verkeerde beslissingen neemt. Juist is beetpakken, meesleuren, in het wagentje smijten of over de knie leggen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAHoezo theater?! Verkeerd is het kleine acteur- of actricetje de zin te geven en alsnog iets te kopen wat vooral meneer Blokker gelukkig maakt en voor even een glimlach op het verwende smoeltje van de kleine oproerkraaier brengt. Toegeven is een bijdrage leveren aan het hoge verwengehalte. Dat doet zeker ook het met zo’n urk praten op de toon van een volwassene. Discussies aangaan heeft geen zin, beste ouders die dit doen. Corrigeren wel. Omdat het geen pas geeft de hele winkel op stelten te zeten voor zoiets onbenulligs als je zin doordrammen. Ga thuis maar lekker me je nageslacht babbelen volgens het poldermodel, maar stuur dat kleine krengetje intussen wel vroeg naar bed. Zonder eten of cadeautjes. Leert het snel om dat drammen achterwege te laten en gewoon een ‘wenslijstje’ in te vullen voor de bekende feestdagen voor zolang die nog bestaan.

KInderen moeten zorgenloos kunnen opgroeien...Weet je hoeveel keer wij vroeger iets kregen van de ouders (of Sint)? Twee tot drie keer per jaar. En niet per week! En daar keek je naar uit. Ik koester nog de zaken die ik toen heb gehad. Omdat ze veel waard waren en zijn. Als ik nu zie wat er vrijwel ongebruikt richting kringloopwinkels en vrijmarkten of kofferbakverkopen gaat denk ik dat al dat gejengel niet leidt tot veel speelgenot en de bevrediging van het hebmoment maar zeer gering is. Kortom, opvoeden die kleine lieden, en bedenken dat de uitstraling van een jengelaar altijd terug gaat richting de opvoeders. Zou het nu echt rustiger worden in al die winkels? Ik vrees het niet. Verwend als we allemaal zijn geworden. Och, eens zien of ik met jengelen een nieuwe camera o.i.d. voor elkaar kan krijgen. Ik heb nog een paar maanden….

Wat doet oma nu toch weer?

Met zijn allen bellen en lawaai maken = hufterigheidIn het druk bezette restaurantdeel van het warenhuis waar wij even iets aten en dronken ontstond ineens een lichte vorm van geirriteerde paniek. Tussen de vele stoelen van de gelegenheid door banjerde een vrouw van een jaar of 55 met een stevige kinderwagen richting een door haar gespotte vrije plaats en tafel. Geen een al dan niet bezette stoel die ze passeerde werd niet geraakt. En ze gaf geen echt idee dat het haar speet. In plaats daarvan praatte ze met haar kleinzoon van een paar maanden die in die wagen lag en deed dat op een toon dat iedereen het hoorde. ‘Kijk nou eens, wat oma doet, ze heeft haar rijbewijs niet bij zich, en dan stoot je wel eens ergens tegen aan…..’. Het was een vorm van aandacht vragen en tegelijk negeren van het publiek in deze gelegenheid. Waar men normaal op lage toonhoogte met elkaar de dingen van de dag doorneemt ging deze oma onverdroten verder. Sprak over koetjes en kalfjes en gaf vooral een verslag van alles wat ze zoal deed. Zoals dat ze nu haar jas ging uittrekken, haar tas even weg legde, dat pappa en mamma zo zouden komen en dat ‘hij’ zo’n mooie jongen was. Het leek een iets te ruimhartig opgezet toneelstuk. Haar wat logge lijf nestelde ze op de absoluut te kleine stoel.

REC_0003_editedZe parkeerde de kinderwagen zodanig naast een andere tafel dat de mensen die daar zaten er nooit meer van hun stoelen konden komen. En maar doorkwekken, in het luchtledige. Net zoals je mensen hebt die veel te luid in hun telefoon praten en mededeling doen van alles wat er in hun leventje belangrijk was of is, maar daarbij geen enkele rekening houden met wat er om hen heen wordt opgepikt van al die informatie. En voor de goede orde; ik wil er als passant of aanwezige in restaurant of trein ook niets van meekrijgen. Immers, het is vaak volkomen onbelangrijk. Laten we wel zijn, veel mensen maken niks mee, niets wat de kranten haalt, niets wat de wereld veranderen zal. Ze zijn koningen en vorstinnen in hun eigen omgeving, maar niet daarbuiten. Enige bescheidenheid past je dan. Nog even los van het feit dat een grote kinderwagen misschien niet past in een relatief beperkte ruimte als zo’n petit restaurant en dat je dan tenminste even excuses maakt voor het forceren van een doorgang als je perse naar het laatste tafeltje moet wat je in je blikveld krijgt.

Huilen 2Hoe dan ook, even later verschenen de jonge ouders van het kleinkind in oma’s wagentje en werd de spreekstem van de groep mensen waartoe zij behoorde gedempter. De jongere generatie begreep iets meer van de omgevingsfactoren dat de slechte sturende oma bij binnenkomst. De kale plekken op de stoelen die waren geraakt door de kinderwagen neem je maar op de koop toe. Oma was trots, en dat zouden we allemaal weten. Luidkeels, en zonder iemand specifiek toe te spreken…..

Spottersgeluk…

Oud Schiphol in tje 60-s - 211520Het was denk ik ergens in 1960 dat ik voor het eerst besloot om op Schiphol eens over de heg te kijken naar de toenmalige vliegtuigen. Ik was een jong ventje, had net een eigen fiets en ontdekte dat als je bij het toenmalige Schiphol je fiets tegen het hek zette en dan op de stang van die tweewieler ging staan, je het platform en de startbaan kon zien en de vliegtuigen uit die tijd kon waarnemen. Ik deed er nog niets mee, schreef niets op en had nog geen camera. Dat kwam pas later. De brommer was mijn vervoermiddel en daarmee bewoog ik me minstens twee keer per week naar de promenade aan het platform van Schiphol. En keek naar alle vliegtuigen, maakte af en toe een kiekje met mijn klikklak-camera en schreef de registraties van die toestellen indertijd op.

16245 - EHAM - 030184 - Vrachtplatform Scan10064Het begin van een passie die ik vele jaren lang zou koesteren. Vele foto’s volgden, duizenden dia’s. Ergens in 2000 of zo ging het mis. De interesse daalde, taande ook doordat Schiphol expandeerde en de mij bekende spottersplekken verdwenen. Daarbij waren de vliegtuigen steeds minder interessant geworden. En dat bleef hel lang zo. Toen ik mijn digitale SLR kocht en wilde testen of dat ding het goed zou doen langs de startbaan, ging ik nog eens kijken. Het beviel prima, de plaatjes waren aardig geslaagd. Toch kwam het er niet meer van. Als ik een keer per jaar nog eens langs die baan te vinden was, dan was het veel.

??????????????????????????????????????????????? De passie leek verdwenen, ik kon zelf maar moeilijk een verklaring vinden waardoor. Maar onlangs pakte ik de handschoen (en de camera plus alle toebehoren) weer eens op en bracht een belangrijk deel van de dag door langs de diverse landingsbanen van de nationale luchthaven. En het was weer ouderwets leuk. Gesprekken met andere spotters, net als ik van de jongere oude generatie, leuke nieuwe dingen ‘platen’ en weer eens wat registraties opschrijven. Ik voelde me weer jong, en dat warme bad ga ik toch weer eens wat meer op de agenda zetten. Zien hoe lang het nu weer duurt…

Overname en bevestigd vooroordeel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA‘Hoi……Margreet’…..De vrouw naast ons in de redelijk lege wagon van de gele rups op weg van Eindhoven naar Amsterdam via Utrecht startte een reeks van gesprekken waaruit wij konden opmaken dat zij niet bepaald met een geluidsdemper op haar mond was geboren. ‘Ja, ik zit nu in de trein en wilde je laten weten dat ik heel veel heb gehad aan jouw cursus ‘Leer met jezelf omgaan’. Ik voel me veel sterker dan ik was en ik moet zeker even naar dat ‘Self-destruct-termination-by hand’ handboek van jou kijken. Ik ben er echt van opgeknapt.’ Daarna volgde van de andere kant van de smartphone kennelijk een reeks adviezen, want de dame naast ons aan de andere kant van het gangpad knikte instemmend en gaf af en toe antwoord in de zin van ‘aha’ of ‘ja…uh…’. Toen de kennelijke goeroe aan die andere kant van de lijn so te horen aan het eind van haar Latijn was, ging de dame naast ons verder. “Ja, ik ga zo even naar de tuin, moet nog wat werk doen en dan spreek ik graag even af voor een assessment over wat ik nu zelf aan die coaching van jou heb gehad’. ‘Uh, ja, dank je wel en we zien mekaar….doei’. Ik keek even naar haar. Ze was een jaar of 45, oogde wat tuttig, haar kapper was duidelijk al een tijdje geleden gestopt met werken en op haar benen had ze voor zover ik het kon zien o.a. sporen van spataderen. Ik had mijn mening daarbij direct klaar. D66-type met een veel te groot en ijdel zelfbeeld, dat alleen via allerlei vage cursussen enige invulling kreeg. Het volgende telefoontje was dan ook een verrassing voor me. Ze belde ene ‘Willem Jan’. En dat gesprek ging in eerste instantie over een overname. Kennelijk was zij een soort van intermediair op dat gebied en zo gaf ze luid sprekend allerlei relevantie informatie door aan de man die haar verhaal aanhoorde. Over hoe om te gaan met aandeelhouders, met de OR, met juridische zaken. ‘Maar, het komt echt goed hoor, dat voel ik gewoon aan…ennuh…..maar…….ik wou maar zeggen…..nee, dat zie je……’. Het gesprek kantelde. Ze was de regie ineens kwijt. Ik merkte dat aan die korte interrupties en de steeds langere luistertijd van de dame die uit haar assessment-coaching kennelijk toch niet zoveel had geleerd om van zich af te bijten bij een beetje tegenwind. Na ruim een kwartier kwam er een eind aan het verhaal. Ik had het blad in mijn handen nog steeds niet echt gelezen. Zat alleen maar mee te luisteren en te observeren. Op Utrecht C.S. stapte ze uit. Pakte haar opvouwbare fiets uit de ruimte van de wagon bij de in- en uitgangen en liep met lichte tred naar de roltrappen vanaf het perron. Ik meende dat ik zwarte haarstoppels op haar benen zag, en wist het zeker. Beetje een tutje, maar wel een die meent dat zij in haar eentje een overname kon regelen. Met steun van Margreet en haar biologisch geteelde groenten uit de moestuin. En bedacht me ook dat ze bewust van Groen-Linkse origine zou kunnen zijn. Zo weinig realisme en totaal geen gevoel voor hoe het hoort in een trein….Kan niet anders.