Feest van de Koning..

Feest van de Koning..

Morgen is het weer Koningsdag. Niet dat ik me direct hoef bezig te houden met ‘wat trek ik aan om weg naar Den Haag voor het feest’ hoor. Want hoe zeer ik de Koning en zijn gemalin op prijs stel, mij kent hij niet en zal me dus ook niet uitnodigen. Maar wat hij wel altijd goed regelt is het feestje rond zijn verjaardag zodanig breed laten vieren dat we op een of andere wijze met zijn verjaren bezig kunnen zijn. Wij doen dat zelf traditioneel door een bezoekje aan wat vrijmarkten, waarbij we dan telkens tussendoor de thuisbasis bezoeken voor de nodige tussenstops of het ontladen van dat wat eigenlijk wel wat zwaar is om mee te blijven sjouwen. Als het weer meezit een van de leukere dagen van het jaar waarbij we dan en-passant ook nog eens heel stevig wandelen.

Tussen de 18/20.000 stappen geen uitzondering. Gewoon genieten. En dat was door corona ineens onderbroken. Gewoon een gemis. Want deze traditie kennen wij hier in de hoofdstad al jaren. Ooit begonnen met de oude Koningin Juliana en via Beatrix doorgegeven aan Willem A. die echter de datum van dat fenomeen om e.o.a. reden veranderde. Nou ja, maakt ons niet uit. Met name in Amsterdam zijn de feestjes op straat er niet minder om, ook al legt de Gemeente elk jaar meer en meer verplichtingen op aan deelnemers. Vergunningen voor ongeveer alles, men zet boa’s in die vooral mensen met kleedjeshandel sommeren om in te binden en de Voedsel- en Warenautoriteit controleert op de kwaliteit van aangeboden eten en drinken.

Voorheen was er op het Museumplein altijd een evenement door een of ander radiostation, maar dat werd de Gemeente te druk, dus die lui moesten verkassen en zetelen tegenwoordig vaker in een stad in Brabant of zo. Amsterdamse mensen vieren echter hun eigen feestjes wel en worden juist die ene dag oranjegezind, wat op zich na alle linkse revoluties in deze stad al een wonder op zich te noemen is. Maar ons maakt het niet uit. Wij hobbelen rond, kijken of er echte leuke spullen te vinden zijn voor weinig, creatieve lieden hun kunsten vertonen en of we die ene dag in het jaar wel kunnen komen tot love and peace. Een volksfeest voor iedereen, al is het voor bepaalde lieden ook weer net als bij carnaval in het zuiden. Niet iedereen houdt er van, dus er willen nog wel eens wat Tesla’s de stadspoorten verlaten richting gebieden waar men deze tradities niet kent. Tradities die ik hier wel vaak opgepikt zie worden door buitenlandse toeristen. Die komen er speciaal voor en kijken met plezier en verbazing naar die mallotige Nederlanders in hun rare oranje outfits en springerige feeststemming. Vaak hebben ze dan zelf iets oranjes aan hun kleding hangen en sommigen zelfs onze nationale driekleur. Kijk, dan snap je het pas… Hoe dan ook, morgen zijn we hier even stiller dan normaal. We gaan weer afzien. De wekker gaat vroeg af, maar dan zijn weer ook weer op tijd terug….. Home sweet home… Wish me luck….En Willem….van harte man! En o ja, voor hen die ons zoeken, we vallen meteen op…man en vrouw in oranje gekleed…kan niet missen…(beelden: Prive)

Feestje…

Feestje…

En zo zaten we als twee oudere jongeren op die 17e maart jl tussen 16.000 mede-winnaars in de enorme Ziggo-Dome om Holland Hazes te zien en vooral horen zingen. Kostte niks, want de Postcodeloterij had ons in plaats van de gebruikelijke stroopwafels of andere piep- of troostprijsjes voorzien van twee tickets voor dit evenement dat relatief vlakbij onze woonstede volle zalen trekt. En het was puik verzorgd. Je kreeg een chipkaart voor wat eten en drinken, als je wilde een shawltje met logo om mee te zwaaien (wij niet…er zijn grenzen..) en je kon later in de zaal genieten van een sfeer die toch heel bijzonder was. Hazes is in onze omgeving een fenomeen. En dan bedoel ik natuurlijk de oude zanger die inmiddels bij Petrus in een hemelse kroeg verblijft. Wij kennen zijn verhaal, Aardse kroeg en woonstek, en zijn muziek uiteraard.

En die is veel breder dan je in eerste instantie misschien denkt. Hoe dan ook, stipt om kwart over 8 maakte de DJ van dienst plaats voor een (luidruchtig) orkest en een schare artiesten die op hun eigen wijze de nummers van Hazes ten gehore brachten. En dat deden ze met verve. Jeroen van den Boom, Gerard Joling, Samatha Steenwijk, Karsu, Kris-Kros-Amsterdam, Waylon en zo meer. Uiteraard ook de jonge Hazes die ik zelf niet zo waardeer, maar hij zichzelf wel. Het publiek is bij zijn optreden uitzinnig, dus hij zal wel iets meer hebben dan zijn achternaam om mensen te trekken.

Intussen liepen de mensen uit het publiek de zaal uit en in, haalden zich bier en bitterballen en zo meer, en zongen bij terugkeer weer vrolijk mee. Wij als geboren en echte Mokummers ook bij bepaalde nummers. Klassiekers, waarvan de teksten gewoon in de bol zitten gegrafeerd. Bij andere nummers viel ik met de rest van de zaal even stil. ‘Sorry’ zoals gezongen door de prachtige Turkse zangeres Karsu is er zo een. Ontroerend mooi nummer. Duozang door andere artiesten, soms met meerdere mensen zelfs en eigenlijk geen een van die optredens niet goed genoeg. Hazes kan door velen lekker gezongen worden en de zaal vrat het. En omdat die mensen van heinde en verre kwamen (echt uit het hele land, soms uren gereden) was dit niet het typerende Hazes-publiek uit de eigen stad dit keer. Dat zag ik wel aan de outfits.

Was ik zelf nog in het zwart gekleed en met een leren jasje passend bij de sfeer, ik was een van de weinigen. Tuurlijk er waren wat dames in de strakke glitters, een enkel hoedje met Hazes-logo, maar de meeste aanwezigen waren er vooral omdat die loterij hen voorzag van alles wat ze leuk, lekker of nuttig achtten. Was er niets waarop ik als meninggever een puntje van kritiek kon hebben? Jawel..de muziek. Die was zo krijsend hard dat ik soms met een vinger of hand een oor afschermde. En echt, ik zat niet boven op het podium maar er best een stukje vandaan. De scherpte van de toon van die muziek was het probleem, de bassen niet. Een technisch verhaal vermoedelijk. Maar verder…gewoon een leuk feestje…mede mogelijk gemaakt door…. En o ja, dit spektakel was vier avonden lang in die enorme muziektempel te beleven. 4 x 16.000 mensen! Gemiddelde prijs pakweg 50 euro p.p. en de consumpties daar toch in de regio aardig prijzig. Wie volgend jaar wil boeken, het kan. Nu al…. en als je wilt genieten van een feestje met velen, doen! (beelden: Prive)

Chique Museum in Laren…

Chique Museum in Laren…

Ach, we waren er al een tijdje niet (meer) geweest, het weer was kil en sneeuw zat in de lucht verpakt dus hup, op naar het chique en wat poenerige Gooi. Half uurtje rijden van de woonstek en altijd goed voor bijzondere observaties. In dit geval keken we meteen zijdelings naar de daar woonachtige of voorbij komende lokale mensheid, maar vooral naar uitgestalde kunst. En dat laatste dan weer in het onlangs prachtig verbouwde Singer Museum in Laren.

Met een paar nieuwe uitbreidingen, een fraaie ontvangsthal, dito horeca-gelegenheid (een beetje sterrenrestaurant zou zich niet schamen voor deze inrichting en locatie..), en dus bij toeval (voor ons) een expositie over de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen. Het was alleen daardoor al druk en dus werden mensen die binnenkwamen voorzien van een tijdsslot. Zodat je binnen uberhaupt nog kunst zou kunnen zien. Want heel ’t Gooi van boven de 60 leek uitgelopen om deze schilder te komen bekijken.

Met even oude gidsen die uitleg gaven over wat er te zien was en over de levensloop van deze man die mee liep met de uit de 19e en 20e eeuwse stromingen qua stijl. De man leefde tussen 1877 en 1968, kwam uit Delfshaven en werd een Nederlandse vaste waarde naast Matisse, Braque en Picasso. Hoe zeer ik zijn productie kon waarderen, dat gold niet voor zijn toenmalige blik op vrouwen. Je moet wel een afkeer van het (naakte) vrouwelijke lichaam in je hebben wil je modellen uit die periode soms afbeelden zoals hij dat deed. Het doet je een beetje huiveren, althans dat deed het mij. Nog los van de typische culturele verschillen tussen het vrouwelijk naakt toen en nu. Maar realistisch was het allemaal wel, gelijkend zelden.

Buiten deze expositie om heeft men bij Singer tevens een hele reeks andere schilderijen en beelden in huis en ook die moet je zeker even gaan bekijken als je hier in de buurt bent. Zowel binnen als buiten is er het nodige te zien. Neem er de tijd voor, want je hebt bij dit museum heel wat zalen af te lopen. Is niet iedereen gegeven wellicht, maar voor mij was het een aardige wandeling door de culturele geschiedenis van ons land en daar buiten. Wat zeker ook opvalt is de omvang van de bijbehorende en altijd voor extra inkomsten van een museum zorgende shop. Hier in Laren is die erg fraai ingericht, er zijn heel wat zaken betaalbaar en wie graag een leuk brons van bijvoorbeeld Rodin op schaal wil bezitten kan hier voor een paar tientjes slagen. Uiteraard heeft men ook aardige naslagwerken voor de kunstenaars die men in de belangstelling zet(te) zoals Kees van Dongen. Wie er van houdt moet dat zeker meenemen!

Het museum zelf kent als gebouw een redelijk ruime ambiance, de garderobe is van de self service, de toiletten ruim en schoon. Maar aan de ontvangstbalie/kassa mag het allemaal wel een stukje vriendelijker. Niet iedereen komt uit het Gooi, daar zijn ze verheven norsheid wellicht gewend, wij zijn dat niet. Maar verder? Aanrader. Museumkaarthouders kunnen vrij van kosten naar binnen. Voor gewone bezoekers geldt een tarief van E.18,00 p.p.. En o ja, een ding, kom op tijd, want parkeren rond dit museum is een crime. En je moet goed opletten waar het betaald parkeren is en waar niet. (beelden: Prive)

Rembrandt…

Rembrandt…

Terwijl mensen massaal in de rij staan om de ongetwijfeld prachtige expositie over Johannes Vermeer te bezoeken in het hoofdstedelijke Rijksmuseum stelde het bekende Hermitage Museum aan de Amstel in onze stad daar een echt schitterende tentoonstelling tegenover over Rembrandt en zijn vrienden. Men moet het in dat vroegere filiaal van het Russische Museum in Petersburg nu doen met spullen en onderwerpen die niet uit de gigantische voorraden van de vroegere tsaren komen maar men leent nu net als elk Nederlands museum bij bevriende en bekende collectiebeheerders. Wij liepen er halverwege de afgelopen maand februari even binnen. En dat was geen verkeerde beslissing.

Want Rembrandt heeft iets magisch. Hij was niet voor niets d e schilder uit zijn tijd en heeft kennelijk de nodige collegae geinspireerd met zijn talenten en techniek. Bij Rembrandt krijg je die op een presenteerblaadje opgediend. Details, techniek, maar vooral zijn manier om met licht te spelen maken elk schilderij een genoegen om naar te kijken. Zijn manier van uitlichten van de onderwerpen maken sommige beelden bijna driedimensionaal. En dat is niet iedereen gegeven. Ook zijn leerlingen niet. Dat zie je meteen als je deze expositie bezoekt en op je gemak bekijkt.

En dat moet je wel doen want er is niet alleen veel werk te zien, ook de nodige audiovisuele uitleg over hoe het allemaal zo gekomen is en welke leerlingen die Rembrandt allemaal voortbracht. Isaac de Jouderville, Pieter Lastman, Ferdinand Bol, Caspar Netscher, maar zeker ook Godefridus Schalcken. Die laatste heeft het talent van die belichting wel heel erg serieus genomen. Je kijkt naar zijn werken en denkt dat er echt een lichtje achter brandt of zo. Heel knap gedaan. Dat hij ook nog hield van rondborstige dames als model maakt het plaatje voor mij wel extra af. Maar ook Jan Steen is hier te zien, met zijn heerlijke huishoudens en geweldig losbollige feesten en partijen. Rembrandt heeft deze lieden (en meer) in zijn toenmalige woonsteden als Amsterdam en Leiden veel geleerd. Maar toch…er zijn er bij die het talent van de grote meester misten. Dat is net zo goed te zien in deze verder zeer overtuigende expositie. En de keuze voor dit onderwerp is een compliment waardig voor de nieuwe directie van dit inmiddels bekende museum.

Een andere weg ingeslagen, door omstandigheden gedwongen wellicht, maar daardoor niet minder interessant. Daarbij kwam dat wij het aanwezige personeel veel aardiger vonden dan we wel eens eerder meemaakten. Men is vriendelijk, klantgericht en gewoon plezierig in de omgang. Veel uitleg over wat je waar kunt doen of vinden. De museumshop is hier tegenwoordig een genoegen om rond te hobbelen. En probeer de culturele uitingen die men daar vanuit het museum vertaalt maar eens over te slaan. En o ja, ook over Vermeer liggen er de prachtigste drukwerken. Gewoon kopen en niet naar die drukke expositie gaan in het Rijks (scherts uiteraard,,). Mag je nog jaren lang genieten van al dat fraais wat die Nederlandse schilders zo beroemd maakt in het buitenland maar ook hier. De Hermitage was toen wij er waren niet te druk, het was daardoor alleen al een waar genoegen om er weer eens te vertoeven….En met je Museumkaart is het een fluitend genoegen. (beelden: Prive)

Duitse Diva uit Zweden…

Duitse Diva uit Zweden…

In onze CD-collectie zitten wat exemplaren met muziek uit de periode van WO2. Vaak zijn dat geweldige jazznummers of big bands van toen die muziek brachten die men ook nog wel eens ten gehore brengt in op het onderwerp ingestelde musea. Sfeer is alles als het over die periode ging, met name als we denken aan de bevrijding die door de geallieerden met veel bloed en verlies aan menslevens is bewerkstelligd. Maar aan de andere kant van het spectrum van spelers in dat wereldconflict stonden de Duitsers die ondanks hun verderfelijke doctrine en zoveel angst en verdriet zaaiende optreden ook hielden van de nostalgie van het land voor die vreselijke oorlog. Toen met name in de grote Duitse steden heel wat grote artiesten optraden en een zeker gevoel voor smaak en vermaak veelvuldig voor kwam. Een van de artiesten die in Duitsland mateloos populair werden was de Zweedse Zarah Leander. Haar bijzonder stem (een contra-alt) en de liedjes die zij zong zijn vrijwel onverbrekelijk verbonden aan het Duitsland zoals de inwoners daar het indertijd graag koesterden. Heel wat van haar werk is op de plaat gezet en klinkt nog steeds gewoon ‘lekker’. Leander was geboren in 1907, studeerde als kind zang, piano en viool.

Ze stond voor het eerst op het toneel toen ze zes jaar oud was. Later werkte ze als secretaresse en trouwde met Nils Leander en kreeg twee kinderen. Haar zang- en acteercarriere bouwde steeds verder uit in haar thuisland Zweden. Ook zong ze coverversies van o.a. het bekende nummer van Marlene Dietrich ‘Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt’. In 1931 was ze gescheiden van haar man maar behield diens familienaam. Ze reisde door Europa en de VS waar ze o.a. wat films maakte met Zweedse regisseurs. Toen ze met de Duitse filmindustrie ging samenwerken besloot ze daar ook te gaan wonen. Tot 1942 bleef ze het land van Adolf Hitler trouw en die zag haar als een prima promotie voor het Duitse regime. In boeken over ‘de vrouwen van Hitler’ wordt haar naam ook vaak genoemd. Hij was gek op haar. Dat plakte wel een vervelend label op haar roem. Na de oorlog kostte het dan ook veel moeite om in dat opzicht eerherstel te verkrijgen. Gek genoeg lukte dat goed in haar eigen thuisland Zweden. In 1974 was het echter over en uit en overleed ze na een beroerte. Ze werd 74 jaar oud. Maar ze laat wel dat oeuvre achter dat als je er naar luistert nog steeds dat bijzonder gevoel opwekt dat het in het Duitsland van voor Hitler eigenlijk prima toeven was. Wat jammer dat die doctrines die uit zijn op de totale onderwerping van andere mensen altijd zo destructief zijn. Zelfs voor de kunst- en cultuursectoren. Hoe dan ook, een bijzondere zangeres….(beelden: Wiki/Internet)

Vrolijke kunstenaar…

Vrolijke kunstenaar…

Ware het niet gegaan via een tip van mijn polderzus Thamara (in blogland nog steeds bekend ook al zit ze tegenwoordig vooral op de andere sociale media) of ik had nooit van het bestaan van deze kunstenaar afgeweten. Over wie gaat het dan Meninggever? Nou om Marius van Dokkum. Een vrolijke Frans die in de stijl van oude meesters niet alleen leuke platen maakt die je zo aan de wand kunt hangen, maar ook stripboeken vult met zijn tekeningen. Maar ook kaartspelen, kalenders of legpuzzels maakte. De man werd geboren in 1957 (bron Wiki) en is nu dus een dikke zestiger. Ooit geboren in het Noord-Hollandse Andijk volgde hij een christelijke opleiding in Kampen en ging een tijdje werken in Ughelen als ontwerper bij een papierfabriek. In die periode ging hij ook schilderen. En zijn stijl ontwikkelde snel een leuke humoristische uitstraling en inhoud. Zijn werk is vaak geexposeerd in diverse musea, hij verkoopt zelden iets, maar dat komt meer door zijn eigen terughoudendheid na een zeer slechte ervaring met een galeriehouder die hem oplichtte.

Nadat hij uitgebreid aandacht kreeg tijdens een expositie die werd gehouden in Harderwijk (2015) en daarbij ook de nodige bezoekers zijn werk leerden kennen kwam het initiatief op gang om een specialistisch Marius van Dokkum-Museum in te richten in die dol fijne vissersplaats van vroeger. Dat museum ging in 2018 open. Het zal duidelijk zijn dat ook ik dat toch eens moet bezoeken als we daar in de buurt zijn. Het werk van Marius van Dokkum heeft veelal realisme in zich met een grote knipoog. Met name ouderen en trouwe kerkgangers zullen wellicht iets moeten slikken bij het zien van zijn blik op de mensen uit die kringen. Maar een beetje zelfspot moet je natuurlijk wel gewoon hebben. Is uberhaupt beter. Al dat serieuze gedoe… Van Dokkum zelf maakt naast werk in opdracht of om de kassa te spekken ook vrij werk waarin hij zich naar eigen zeggen nog wat beter kan uiten. Het is leuk werk en als stripliefhebber kan ik het zeer waarderen. Vandaar even aandacht voor deze kunstenaar. Ik hoop dat jullie het ook kunnen waarderen, en anders glimlach je maar…(Beelden: Thamara/internet)

De klaagcultuur…

De klaagcultuur…

Weet je wel dat wij als volk echt over alles klagen?? De regering doet alles fout, de buren zijn lawaaiig, we verdienen te weinig, het is hier te warm of te koud, kortom we zijn zelden tevreden. Althans zo lijkt het als je de al dan niet sociale media of gesprekken om je heen wat volgt. Uit onderzoek binnen de Europese Gemeenschap of zelfs de wereldbevolking blijkt dat in de praktijk toch heel anders te zijn. Dan geven wij ons land en onze samenleving een vrij hoog cijfer en vinden best dat we hier als volk aardig gelukkig zijn en wonen. Tuurlijk er is veel gedram, de criminaliteitscijfers dalen niet maar stijgen, de inflatie en kosten rijzen de pan uit, maar toch wonen of werken we hier naar eigen idee plezierig. Maar er blijken ook beroepsklagers te bestaan. Mensen die om een of andere reden altijd het gevoel houden dat zij er niet voldoende toe doen of dat aan hun persoonlijke (ego)belangen te weinig aandacht wordt besteed.

Sommigen daarvan zijn bijna religieus in het uitdragen van hun boodschap. Denk aan de halve zolen die zich vastplakken aan kunstewerken in musea of gevels van gebouwen waarvan zij vermoeden dat alle kwaad daar achter huist. Vaak klagen ze dan achteraf over de matige kwaliteit van de lijm of over het gedrag van het wettelijk gezag dat via haar overheidsdienaren deze klagers losweekt van hun zelf verkozen protestpositie. Je hebt mensen die naast een vliegveld gaan wonen en dan klagen over de lawaaiige vliegtuigen, of zoals nog wat vaker, zij die menen dat de moderne tijd alleen maar nadelen in zich draagt en je dus over alles wat je niet bevalt mateloos moet gaan zitten miauwen. Vaak mensen met de te veel vrije tijd en te weinig echte hobby’s. Baseer je al dat geklaag op feiten of historie kunnen alle klachten meteen de prullenbak in, maar in ons land nemen we ze nog serieus ook. En als die lui hun zin niet krijgen wenden ze zich tot de rechter die door al dit soort klaagzaken niet toekomt aan het berechten van echte misdadigers. En dan klagen andere mensen weer over de lage straffen of zelfs het heenzenden zonder straf van verdachten.

Een voorbeeld van dit soort mafkezen las ik laatst bij het Amsterdamse AT5 (stadszender) op hun nieuwsite. Ergens in Amsterdam-West woont een man op twee hoog die zich gek ergert aan trams die over een aanpalende brug heen rijden. Die bewuste tramlijn bestaat al van ver voor de oorlog, hij zelf was daar onlangs komen wonen. Die trams doen via hun rails op die bruggen dus gedoeng gedoeng en dat een paar keer per uur. Hij vond het maar niks en maakte het vervoerbedrijf GVB bijna gek met zijn klachten. De trams moesten maar wijken vond hij, want hij wilde rust in de tent. Het GVB bleef netjes en onderbouwde haar afwijzing van die klachten op basis van de feiten. De moderne trams zijn vele stiller dan de vroegere, de brug moet nu eenmaal worden genomen en elke dag maakten duizenden mensen gebruik van dit vervoermiddel op juist deze lijn. De wet van de gemenedeler dus. Nou daar was de klager het niet mee eens. Hij wilde zijn recht en deed aangifte van overlast tegen het trambedrijf. En die aanklacht ging leiden tot een rechtszaak. Ik viel zowat van mijn stoel toen ik het las. Ik ben al wat gewend rond Schiphol van dit soort extremistische types, maar deze was er een uit de Eredivisie. Ik ga volgen hoe dit afloopt uiteraard. Want als je moet toegeven aan minderheden die steeds weer iets nieuws bedenken om over te klagen staat op enig moment dit land gewoon stil. Mooie cijfers over tevredenheid of niet. En daarover wilde ik in dit blogje even klagen….(Beelden: archief)

Kerstmis komt er aan…

Kerstmis komt er aan…

Blijft een bijzonder fenomeen. Die kerstviering. Voor veel mensen op aarde is dat fenomeen juist helemaal niks. Anderen gedenken dan vooral de vlucht van de vrolijke bolle broeder die volgens de Coca-Cola-overlevering vanaf de Noordpool in zijn door rendieren getrokken slede door de lucht dartelend afzakt naar het zuiden om de halve wereld van cadeautjes te voorzien. In christelijke kring zit er toch wel een heel ander verhaal aan vast. Men gedenkt daar in alle eerbied de geboorte van een profeet die in staat bleek meer dan 2000 jaar miljoenen mensen aan zich te binden. Jezus Christus. Geboren in Bethlehem volgens het verhaal uit een relatief arm gezin na een risicovolle reis vanuit Nazareth in het Heilige Land, en ook nog eens neergelegd in een kribbe waar de os en de ezel zorgden voor enige warmte in de koude nacht van de winterse nachten….

Als van oorsprong katholieke kinderen kregen wij dit verhaal vroeger uiteraard ieder jaar op school uitgebreid voorgelezen en de bijbehorende rituelen namen we allemaal met graagte tot ons. Jezus zou de wereld verlossen van den boze. Een onschuldig kind dat de zoon van God moest zijn geweest en zo akelig een jaar of 32 later aan zijn eind zou komen. Maar dat kerstfeest had meer in petto dat dit mooie verhaal. Thuis in de jeugd werd er toch wat meer uitgepakt dan normaal. Er kwam iets van kip op tafel, en die normaal spaarzaam gedekte tafel werd apart bekleed en vol gezet met lekkere hapjes. Er was een boom (met echte kaarsjes…) versiering en we zongen kerstliedjes mee in het gezin. Sfeer heel belangrijk. Is dat veel veranderd?

Nou, wel iets. Dat geloof is intussen aardig weg gevlogen door de jaren heen, de versiering is elk jaar anders, de kip mocht een ander stukje lekkers zijn of soms zelfs iets vegetarisch om de dieren uit de stal toch meer eer te geven dan alleen maar onderdeel van dat oude verhaal. We vieren met familie, vrienden, met mensen waar we van houden of om geven. En we proberen ook onze dieren die warmte te geven die hoort bij het fenomeen kerstfeest. Zelfs in deze lastige tijden… Tegelijkertijd moet je dan denken aan hen die niks meer hebben. Slachtoffer van een oorlog, terreur, extremisme, scheiding of domme pech. Op straat, geen onderdak, geen geld, geen warmte…niks. Kijk, dat maakt veel relatief. Af en toe even aan denken, bedragje overboeken naar organisaties die echt iets doen aan deze ellende van anderen. Het Leger des Heils of Rode Kruis. Waar men vanuit christelijk denken of domweg ingebakken humanisme anderen helpt. Omdat men daarin wil geloven. Als dat zo is heeft het Kerstverhaal weinig ingeboet aan die warmte uit de jeugd. Kan die bolle uit de VS in zijn slee niets aan veranderen……Hoho hoho…(Beelden: Prive)

Jennen…

Jennen…

Voor hen die niet zoals ik uit Amsterdam komen of er zijn geboren en getogen zal het begrip jennen, ik beschreef het hier al eens eerder in het verleden, niet veel bellen doen rinkelen. Maar de echte Mokummer herkent het meteen. Het is immers een hoofdstedelijke volkssport. Snelle en scherpe opmerkingen, mensen op het verkeerde been zetten, je zelf relativeren en al te serieuze types even op hun nummer zetten. Vooral zij die zichzelf zien als het centrum van de schepping of samenleving kunnen aardig van de leg raken als ze met het fenomeen in aanraking komen. En schieten dan meteen in een of andere kramp. Immers, zij voelen zich aangevallen. Terwijl het voor de ware Amsterdammer gewoon een vorm van humor is die hem/haar het gevoel geeft dat het van de andere kant wel een ‘tandje minder mag’. Wie mij echt leerde kennen weet dat ik er (on)bewust regelmatig gebruik van maak. Zelfs op momenten dat het wellicht minder gepast lijkt kan ik het niet laten.

Een zeker ironie is daarbij niet vreemd. Daarnaast is het zodanig ingeburgerd bij die echte Amsterdammers dat ze zo bij gebrek aan humor of acceptatie van de andere kant weinig begrip hoeven te verwachten. Zeker in de provincie zijn Amsterdammers door hun rechte humor en eerlijkheid vaak niet zo geliefd. Daar praat men liever recht wat krom is of om de hete brei heen. Ik merk dat ook vaak bij import-Amsterdammers die vanuit de provincie komend maar niet kunnen wennen aan dat gebruik om kritiek te leveren op…. Nee, dan was het in hun geboorteplaats toch plezieriger. Daar hield men de mond en wees achter de ramen naar hen die de regels overtraden/treden. Amsterdammers in het zakenleven zijn ook vaak aardig direct.

Doelgericht en stop dus maar met alle flauwekul. Even doorbijten en we maken een zaak goed en voor ons beiden plezierig af. De eeuwenoude handel met verre gebieden in de wereld is ons in de genen doorgegeven. En anders dan de altijd mekkerende lieden die denken dat we als steedse samenleving rijk werden van de handel in of het vervoer van slaven, is er nieuws. Eeuwen daarvoor voeren de handelsschepen vanuit Amsterdam al naar de Baltische Staten en Scandinavie. Wie zijn geschiedenis niet kent heeft in de toekomst niets te zoeken. Dat jennen is dus een verhaal van een mengelmoes van de oer-Amsterdammer en de beste joodse tradities. Opgeteld valt er veel bij en om te lachen. En zag ik dat ooit ook bij Marokkaanse kooplieden met een Amsterdams accent op een van de stadsmarkten in West. Amsterdammers geworden, handelaren en uiterst bedreven in jennen. Het kan echt…als je er voor open staat…..zeker in onze stad! En voor hen die dat niet kunnen, wellicht dat je er na deze uitleg van… mee mee kunt leren leven?? Dankjewel…Je bent te goed…(Beelden: prive)

Nostalgische vriendschap…

Nostalgische vriendschap…

Het was in januari 2005 dat ik na jaren onderbreking een vriendschap van vroeger weer nieuw leven in kon blazen. Met dank aan een boek van Eddy Posthuma de Boer, een befaamde fotograaf. Die maakte met zijn geweldige foto’s een boek over mijn stad dat mij als geboren en getogen hoofdstedeling zeer aansprak maar ik tot dat jaar niet kende. De vriend om wie het ging stond zelf als kind op de cover. En meende dat ik er ook op voor kwam dus zocht hij contact. We woonden toen net als nu vrij dicht bij elkaar maar waren elkaar ergens in het verleden (onze levens verliepen totaal anders) kwijt geraakt. Een derde vriend, ook iemand uit dat verleden, sloot aan en we spraken samen met de bijbehorende partners een datum af voor een nostalgische avond met drankjes en hapjes en de overhandiging van het bewuste boek aan betrokken mensen. Nou dat was heel gezellig en er viel veel bij te praten.

Decennia zelfs. Het boek een prima inspiratiebron over dat leven in die vroegere woonstraat waar ‘overleven’ nog inhield dat je vooral op straat je heil zocht, werken iets was wat al vroeg op je pad kwam en studeren de meeste avonduren in beslag zou gaan nemen. De betrokken vriend was voorbestemd het garagebedrijf van zijn vader over te nemen. De andere vriend kreeg een technische baan bij de RAI-Vereniging en mijn leven verliep via een Bank, Schiphol en zo meer zoals het ging en hier al eerder beschreven. Qua wonen bleek dat we eigenlijk nooit ver van elkaar ons domicilie hadden gekend. Uit de verhalen van vroeger kwam al snel naar voren dat ik degene was met het vergiet op gebied van namen uit die tijd maar op feitengebied de beide broeders aardig kon vertellen hoe de hazen liepen vroeger. Ook welke auto’s er in onze straat stonden, wie ze bezaten en waar die mensen zoal heenreden. Maar van al die vroegere straatvrienden wist ik echt niet meer hoe ze heetten.

Ik heb op dat punt nog steeds de gave om ergens op F6 Delete te drukken waardoor een deel van het geheugen extra ruimte krijgt voor belangrijker zaken. Althans voor mij. Hoe dan ook het was plezierig. Met de man (hij is intussen en ook met pensioen net als ik) bleef het contact aardig hecht daarna. En nog steeds praten we veel over vroeger en de situatie nu. Binnenkort weer… Met de andere broeder was het contact vrij snel na die eerste ontmoeting toch weer minder. Zijn interessewereld toch te ver van de mijne af. Daar kon zelfs die beroemde fotograaf niets aan veranderen. En wat die foto betreft; hoe zeer ik ook mijn best deed of doe, ik sta niet op die coverfoto. Mijn vriend die dit aanzwengelde wel. Hij staat in zijn toenmalige outfit achter die trapauto in het portiek van zijn ouderlijke woning in die periode. En die lag recht tegenover ons huis. Dicht bij elkaar en toch ver genoeg van elkaar af om het niet te klef te maken…. Het boek over het toenmalige Amsterdam werd in 2003 uitgegeven en was dus anno 2005 aardig recent. Niet dat dit ook maar iets uitmaakt voor de platen en verhalen. Die zijn allemaal zwart/wit. Net zoals de tijden van toen en mijn insteek op veel onderwerpen. Feitelijk, niet dromerig…of drammerig…:)(Beelden: Prive)