
In dat voortraject zoals beschreven in mijn blogverhaal van een paar dagen her (Dilemma), beschreef ik ook dat we gebruik maakten van het fenomeen ‘Open Huis’ tijdens een bezoek aan een erg aardig stadje in Zuid-Holland dat op (viavia)logische wijze terecht was gekomen op onze optielijst bestemmingen in het geval van de keuze voor verhuizen. Nu ben ik niet zo van het zo maar binnenvallen bij mensen die ik niet ken, je spreekt toch liever vooraf even een datum door of zo, maar in dit geval was het de bedoeling dat we ongevraagd binnen keken bij andere mensen. En dat voelde niet echt fijn. Ik kan er niks aan doen. Komt wellicht ook omdat de ene mens gastvrijer en opener is dan de andere. Maar ook omdat de inrichting van sommige mensen echt confronterend is in vergelijking met die van jezelf. Bij familie en vrienden komt dat qua gevoel vaak wel goed. De bewoners van zo’n huis maken veel zo niet alles goed, maar bij vreemden? Het eerste huis dat we bezochten was echt keurig geprijsd, lag aan een drukke straat (voor dat bezochte stadje dan..) en had een redelijke indeling. Opvallend, alles was beigegeel met roodbruin geschilderd. Maar dan ook echt alles!

Daarbij was het huis van binnen niet te groot dus al snel beklemde dat gevoel van die kleuren en die voor ons lagere plafonds dan welke wij nu in eigen huis gewend zijn. Aardige mensen, veel uitleg en we mochten alles bekijken. Maar ik was blij dat ik weer buiten stond. Pfoeh…. Het tweede huis was van een heel andere orde. Kostte maar liefst 100k meer dan het vorige en was van een stevige omvang. Gelegen in een hofje had het een garage aan/inhuis en overal veel vierkante meters. Rustig qua kleuren, dat viel zeker mee. Maar wat een rare smaak hebben sommige mensen. Een loeigrote badkamer, zonder bad, maar met een relatief bescheiden douche. Prominent in die ‘natte’ kamer stonden wel weer een wasmachine en droger, maar je zou er ook een complete sauna in hebben kunnen bouwen. Balzaalformaat! Jammer genoeg kwam er in het hele huis maar weinig licht van buiten binnen. Wellicht dat dit de reden was dat het huis niet echt snel verkocht werd voor die toch stevige prijs. De tuin was prachtig, vooral het kunstgras sprak aan… Het derde huis was er een van een totaal andere orde. Leeg! Gigantisch van omvang, voorzien van een eigen terrein, schuren, twee garageboxen en buren die over jouw erf naar achteren moesten komen. De potentie van de ruimte sprak mij zeer aan, de enorme verbouwing nodig om er iets moderns van te maken niet. Je ziet wat de tand des tijds met een huis doet als er oudere mensen wonen die het allemaal wel goed vinden.

En dat was hier het geval. Lege huizen zijn sowieso confronterend. Bij dit derde huis bleek dat alleen al door het enorme volume velen ons voor waren geweest om de boel te bekijken. Niet in de laatste plaats mensen die ‘iets met auto’s hadden of wilden’. Ik zou mijn persoonlijke museum er twee keer in hebben kunnen vestigen en dan nog een oude fullsize Mig of Starfighter op het erf kunnen parkeren. Gezien de prijs was dat wel wat krap geworden qua budget, maar dan had je ook iets bijzonders. Voor de goede orde lieten we ons telefoonnummer en mailadres achter bij de bezochte huizen. Een van de makelaars belde twee dagen later. Van de anderen hoorden we niks meer. Een euvel toch in een overspannen markt. Verkopers wachten op makelaars en die weer op kopers die toch wel komen. Hoe dan ook, het leerde ons veel. Maar of ik ooit weer zomaar bij mensen binnenstap om rond te neuzen? Denk het niet. Nodig me maar uit….dan kom ik wel…..(Beelden: Yellowbird archief/geen echte voorbeelden van huizen die we bezochten)

Het is een vorm van beroepsdeformatie. Ik geef dat direct toe. Maar als je je leven lang gewerkt hebt in branches waar de klant centraal stond (staat) en jij als aanbieder van goederen of diensten moe(s)t zorgen dat jij jouw doelstellingen behaalt door vanuit dat klantgerichte denken rendement te verzorgen, valt het op dat nog steeds veel mensen kennelijk voor dat fenomeen zijn geroepen, maar slechts weinigen echt uitverkoren. Ze werken bij bedrijven die juist vanuit dat denken hun personeel zouden moeten screenen op geschiktheid. Maar het tegenovergestelde lijkt het geval. Een voorbeeld illustreert wellicht wat ik bedoel. Op de rand van zomer en winter knakte er iets in een van onze raambedekkers. Een mechaniekje, binnen in dat ding, vertoonde metaalmoeheid, het hele geval kon worden afgeschreven. De totale oude balk was twee meter breed, het betrokken raam qua bedekking asymmetrisch in twee delen opgesplitst. We moesten dus aan de vervanging. Nou, dat viel me niet mee. Niet doordat het spul wellicht niet leverbaar is hoor, nee, het zat hem meer in de wijze waarop je geholpen wordt (of niet) bij de diverse zaken die we bezochten. Bij sommige daarvan wordt je gewoon helemaal niet opgemerkt.
Lastig als blijkt dat ze jouw raambedekker niet hebben in de gewenste maat of kleur! Nee, men heeft wel iets anders. Maar dat was net niet de bedoeling. Bij goedkopere zaken (je wilt koste wat het kost slagen als je met een dergelijk pechgeval zit) is die servicegevoeligheid nog wat slechter dan bij de iets hoger gepositioneerde, maar de verschillen zijn minimaal. Na nog even nagedacht te hebben over een plan B, je moet kiezen of kabelen als blijkt dat Plan A toch een doodlopende weg is, besluiten we om dan maar twee balken van ieder 1.60mtr te kopen. Dan moest ik wel de hele boel qua ophanging ombouwen, maar dan werkt het tenminste weer. Ook dat viel nog niet zo mee. En ik moet zeggen, het was zeker niet met dank aan de medewerk(st)ers van die keten waar we uiteindelijk slaagden dat we onze keuze daar toch maar lieten vallen. Nee, je moest overal op zoek naar die mensen, ze kwamen soms steunend en klagend van hun werkplek (ze waren meestal ‘iets’ aan het uitpakken of neerzetten) en de kennis van zaken was matig tot slecht. Met dank aan de vestiging in Amstelveen waar we uiteindelijk deels slaagden, kregen we het voor elkaar dat in een Amsterdams filiaal een tweede balk werd gereserveerd.
En kon ik aan de slag. Het was net zo lastig als vooraf verwacht, maar daar konden die mensen in de winkels niets aan doen. Ik geef toe, het is klein ongemak in vergelijking met wat er zoal in de wereld speelt, maar toch. Werk je eenmaal in een winkel, doe dan je best om er een feestje van te maken. Dat helpt bij de verkoop, je dag verloopt er sneller door en klanten reageren domweg aardiger. Chagrijn, onwil, gebrek aan kennis, en (ik moet het toch stellen) geen benul van de Nederlandse taal soms, helpt niet bij het bereiken van persoonlijke of zakelijke doelstellingen. Daar mag best wat op getraind worden. Zoals men doet bij ketens als WoonXL. Daar krijg je antwoord, begeleiding en wil een verkoper er alles aan doen om je te helpen aan het gevraagde. Voor de rest zag ik alleen maar dat er nog veel werk is voor motivatietrainers en verkoopcoaches.
Hoe zou het leven er uit zien als je echt en compleet verstoken zou zijn van gevoelens voor anderen. Er bestaan echt mensen die zulk gedrag vertonen. Die alleen maar staccato rechtuit kunnen denken en doen en nooit bezig zijn met wat een ander beweegt. Die daarin ook geen enkele interesse hebben. Ik stel me dan vaak voor hoe die een relatie moeten krijgen en als dit dan alsnog lukt, ook nog wat onderhouden. Stel je eens een leven voor zonder die toch belangrijke emotie van de liefde. Je wordt verliefd, houdt van die ander, wilt die omarmen, vasthouden, verwennen. Als dat gevoel er niet is, verdwijnt toch veel waardevols uit je leven. Ook al zijn er genoeg studies die aantonen dat de liefde een tijdrovend verhaal is waar we als zakelijke mensen best zonder zouden kunnen. Nu is het niet zo dat je zonder interesse in de ander zou kunnen functioneren. Ook niet zakelijk. Een van mijn oude chefs leerde me het trucje om altijd te trachten je in te leven in de ander. Was dat een voetbalgek, vraag dan naar de laatste wedstrijd van die en die club waar hij vast verstand van had.
Hield hij van vissen, praat er over en neem af en toe eens een speciale dobber mee. Het werkte prima en ik wist en weet nog steeds veel over de levens van andere mensen, domweg omdat het me interesseert. Des te opvallender de lieden die dat soort gevoelens helemaal niet kennen en slechts kijken naar de eigen navel. Overigens zonder daaraan de conclusie te verbinden dat die navel wellicht leidt naar een gebied waar je beter naar kunt kijken. Neemt niet weg dat we allemaal wel eens tegen iemand aan zijn gelopen die jouw leven niet zag als interessant genoeg, jouw interesses ziet als er niet toe doend en jouw pijn(tjes) niet (h)erkent. Zijn lastige mensen om mee om te gaan. Je moet wel heel erg sterk in de schoenen staan om voor zo iemand zelf wel gevoelens te ontwikkelen.
Vriendschap en andere relaties gedijen bij tweezijdigheid. En voor de goede orde, of je al dan niet een actief leven leeft gebaseerd op seks en lust zegt niets over de inhoud van een relatie. Immers die gedijt bij dat samen beleven van de rest van je leven. Een beetje seks duurt van enkele minuten tot een paar uur. Dat andere vult de rest van je leven in. Overigens ben ik zelf niet zo van de overdreven aandacht voor de ander hoor…..het moet ook weer niet overdreven worden. Genoeg is genoeg…..maar het moet wel enigermate oprecht overkomen natuurlijk….




