Een bijkomend nadeel van dat ouder worden is wel dat je soms, de ene keer wat meer dan de andere, begint na te denken over het ‘einde’. Want hoe jong, sterk, vitaal, rijk, geliefd, slim, of wellicht voorzien van miljoenen volgers op sociale media je ook bent….dat einde komt. Veelal beseffen we ergens wel dat dit zo is. Maar vrijwel altijd gaat dat over ‘anderen’. Die worden immers ziek, die zijn oud, die krijgen een ongeluk, worden slachtoffer van een of andere vreselijke terreuraanval of wat ook. Maar ‘wij’ hebben daar geen last van gelukkig. Ons lijf en geest blijven altijd bestaan. Zou je denken? Helaas…sterfelijkheid zit in ons allen gebakken. Deze planeet maakt een einde aan al het leven om ruimte kunnen bieden aan een nieuw bestaan voor anderen. Hoofdrolspelers van toen uit politiek of cultuur, of gewoon uit je eigen familie, ze zijn er niet meer. Verdwenen. Opgelost in de tijd. De een in het volle besef dat het einde definitief is, de ander blij of angstig dat na dit dagelijkse bestaan er zoiets is als een naar de hemel (of ander oord) reizende ziel die ter verantwoording wordt geroepen voor wat we hier allemaal voor goeds of kwaads hebben gedaan.
De weg naar ‘boven’ geasfalteerd voor de goeden van geest, de weg omlaag modderig en vol stenen en andere obstakels voor hen die meer bezig waren met hun selfies dan die ander. Om het over moordenaars maar niet eens te hebben. Wie echt gelooft weet dat een van de Tien Geboden duidelijk maakt dat Ge niet zult doden. Dat wordt branden voor die ziel. Nu is dat zielenleven best een dingetje. Want de ziel is ook ons besef dat we bestaan, dat we zijn wie we zijn en dat we ons hebben kunnen ontwikkelen door scholing of ervaring. Dat doen wij mensen uitgebreider dan de gemiddelde goudvis, maar we hebben die vast onvoldoende bestudeerd om te weten dat er wellicht onder die blupbluppers ook zielenroerselen worden uitgewisseld. Als dit zo is, zouden die vissen dan ook vrezen voor het Hiernamaals als ze weer eens door het toilet worden gespoeld of opgepeuzeld door de huiskat die ook geen last heeft van zijn geweten? Wat is dat toch met die ziel? Waarom is dat zelfbesef ooit tot ons gekomen? Is dat nu een typische uitvinding van gelovigen? Om de macht te behouden en ons te tuchtigen voor zondige gedachten?? Een alles ziende god die al die zielen onder controle heeft? Want je mag in feite niet genieten volgens die tuchtige leer!
Dat lichaam kregen we toch maar te leen om ons zo te kunnen laten functioneren op een unieke planeet tussen allerlei andere bewoners van deze planeet die met minder besef zijn uitgerust? Het is en blijft een raadsel. En die intussen overgegane geesten zijn (een enkele uitzondering daar gelaten) nooit terug gekomen om tekst en uitleg te geven over hun nieuwe bestaan. Volgens Boeddhisten wordt die ziel opgepakt en zo maar ergens in nieuw leven geplant. Menselijk of dierlijk. Om zoveel mogelijk ervaringen op te doen in ons geestelijk bestaan. Je moet er toch niet aan denken dat je dan als goudvis terug komt met de wetenschap van ons mensen over die toiletten of die verrekte katten. Nee, dat blijft raadselachtig allemaal. En ik hoop voor ons allen dat we nog niet te snel toe zijn aan de ontdekking van de Hemel. Dat liet en laat ik maar aan bevlogen schrijvers als Mulisch. Hoe zou het daarmee gaan trouwens?? (Beelden: Yellowbird/Internet)

Op 21 maart 2014, de dag dat in dat jaar de lente begon, haalden wij hem als kleine kitten op bij medeblogster Bettina in Oss. Pixel. Gitzwart van kleur, fluweel van huid, ondernemend, maar vooral intens lief. Vanaf het eerst moment dat we hem hier onderdak boden, wist hij ons in te palmen. Een vrijdoos, knuffelkat, maar zeker niet zonder eigen wil. Zijn oranjerode en even oude broertje, Lucky, kreeg een warm onderdak bij een naast familielid. Vanaf het moment dat we Pixel in huis hadden leek het wel of ook in ons huis de lente echt door was gebroken. Hij was zo aanhankelijk dat hij echt een soort kind werd. Een diertje dat je constant wel moest aaien en dat was waar hij ook zeer van hield. Ach, hij maakte wel eens iets stuk in mijn hobbykamer, maar dat vergaf je hem als hij dan knorrend naar je op keek met die blik die hem zo kenmerkte.
Eigenlijk kwam hij ook in huis als gezelschap voor onze ‘oude theemuts’ Poespoes, die na het verlies van haar even oude broer een jaar eerder, toch een wat zoekende en eenzame indruk maakte. De oude dame en de jonge kater gingen al snel heel goed met elkaar om. Helaas duurde dat niet zo lang. Poespoes was op leeftijd, had nog nooit een dierenarts gezien, maar was ineens ‘op’. Werd benauwd en dat noopte tot een beslissing die Pixel nu op zijn beurt alleen deed zijn. Iets waar hij maar matig van hield. Als we wel eens een dagje of zo weg wilden keek hij ons voor het raam na en braken we zowat of zegden soms die tripjes bijna af. Reden waarom we een maatje voor hem zochten in de vorm van de achteraf bezien zeer ongelukkige Punky die naar later bleek zo’n slechte start te hebben gemaakt dat dit zijn korte leven elke vreugde uit het jonge diertje zou weghalen.
Pixel bleef een stabiele factor, maar had weinig op met deze nieuwe kameraad. Sterk/zwak ging kennelijk niet goed samen. Pixel werd de dominante kater en dat was even een andere kant van zijn karakter die wij nooit eerder hadden gezien, maar achteraf logisch bleek. Nadat we eind vorig jaar november die arme kleine stakker moesten laten verlossen uit zijn lijden, was er intussen een nieuwe kandidaat huisvriend aangetreden in de vorm van de meer extravagante Prins Percy. Dat ging wel goed samen en de kleine Prins kreeg van Pixel een opvoeding die er toe leidde dat die intussen best grote jonge kater zijn zwarte maatje overal volgde. Van onder naar boven in ons huis, maar ook in bed. Want Pixel was een bedslaper. Mandjes had hij minder mee. Tegen ons aan in bed vond hij veel fijner. Een speciale poezendeken bracht uitkomst. Kon hij trappelen en zich daarna nestelen. Anders dan andere poezen en katers die wij gewend waren, sliep hij dan als een mens.
Diep, zonder onderbrekingen en dicht tegen je aan. Grappig genoeg nam de prins dat van hem over, al ligt die dan niet strak tegen ons aan. Pixel lag ook tot op het laatst naast me als ik hier in mijn werkkamer mijn stukjes tikte. Altijd op een kussen naast mijn bureau. En als het moest gewoon op mijn toetsenbord omdat hij even extra aandacht wilde. Vaste waarde, vaste prik. Altijd lief, altijd onvoorwaardelijk trouw en dus nu enorm gemist. Gisteren, de dag na Kerst, moesten we hem laten inslapen. Preventief. Oorzaak, een gemuteerd Coronavirus in zijn intussen sterk vermagerde lijf. Want hij viel in de laatste fase van het jaar enorm snel af. Van 5,5 naar 4 kilo. Opmerkelijk. At ook nauwelijks meer. Dan denk je al snel aan iets anders, maar na bloedonderzoek en analyses plus drie confronterende gesprekken met der dierenartsen werd het oordeel vrijwel even erg.
Hij zou enorm gaan lijden als we niets deden. Dat wilden we niet. Het voorspelbare trauma van ‘middelen die erger bleken dan de kwaal’ bij Punky zat en zit zeer hoog. We besloten hem wel nog tijdens de kerstdagen bij ons te houden en te verwennen. Hij at weer wat, hij deed alle dingen die we zo van hem waardeerden. Hij was als altijd lief en aanhankelijk, lag strak tegen me aan in bed. En mijn hart brak, bij elke aai die ik hem gaf. De decemberdip was en is dit jaar extra diep. Het afscheid is een open gescheurde wond geworden. Naast mij op dat speciale kussen ligt nu geen zwarte kater meer. In bed heb ik weer wat extra ruimte, maar o hemel wat mis ik dat diertje nu al. Net 4,5 jaar oud geworden…Maar gelukkig in een poezenhemel en naar we oprecht hopen hier op aarde veel leed bespaard. Ook een vorm van liefde. Wel een heel pijnlijke vorm….heel pijnlijk!
Het is en blijft opmerkelijk dat we zo naïef blijven omgaan met mensen die een of ander geloof verkondigen en daarbij ook nog eens menen dat wij allemaal moeten luisteren naar de regels die zij als zgn. ‘ware gelovigen’ over ons uitstorten. Terwijl in de geschiedenis van ons land de nodige voorbeelden te vinden zijn waaruit blijkt dat zij die deze claim nastreven veelal het onderspit delfden. Want wat is dan het ware geloof, en waarom zou dit nodig moeten zijn om een goed en naar die regels levend burger te zijn? Geloof is veeal niet veel meer dan een vorm van indoctrinatie. Als kinderen worden volgestopt met (wan)informatie nemen ze op enig moment aan wat er wordt verteld en zien dat als hun geloof. Voorbeelden te over uit doctrines die zich richten op godheid of dictatoriaal mens. Wie dat heeft meegemaakt weet hoe lastig het ook is om die basisinformatie na enige tijd door twijfel of kennis kwijt te raken. Qua geloof staat het christendom nog steeds fier overeind na pakweg 2000 jaar. Al zijn er intussen dan tientallen afgeleiden van het ooit door Petrus namens Jezus Christus opgezette basisgeloof dat zijn herkomst heeft in Rome.
Ergens in de 16e eeuw maakte de vermeende corruptie van de Kerk dat afvalligen zich verenigden en hun eigen vorm van christelijk denken op poten zetten. Luther, Calvijn, Hus, en ook nog wat andere lieden geloofden dat alleen hun vorm van geloven zou kunnen leiden tot een plekje in de hemel als die op enig moment (en dat was volgens hen nabij) openging. Boetedoening, aannemen van het Bijbelse qua inhoud en leven naar die normen was ineens een hot topic. Men zag de Roomsen als corrupt en vals en die zouden het hemelse rijk van Christus nooit bereiken. Een afgeleide vorm werd bij ons de stroming van de ‘Wederdopers’ genoemd. Lieden die hier op aarde al wilden bereiken dat het Laatste Oordeel slechts de goede van de kwaden kon scheiden als zij het recht in eigen hand namen. Aardse bezittingen waren niet aan hen besteed en zelfs kleding zagen ze als overbodig. Het voorbeeld van Adam en Eva sprak bijzonder aan. En zo liepen de eerste Wederdopers naakt door de straten van Amsterdam om hun boodschap te verkondigen en de bestuurders van de stad aan te vallen.
Die toen nog niet zo aan dat naakte gewende bestuurders maakten er korte metten mee. Deze bloot lopende en en de revolutie predikende lieden werden opgepakt en direct ter dood veroordeeld. Daarna opgehangen aan een groot rad om zo tentoon te stellen dat men zich diende te houden aan de goddelijke en aardse wetten van dat moment. De beweging van de Wederdopers ging echter door en steeds meer mensen ontdeden zich van hun kleding en liepen al schreeuwend en protesterend door de Amsterdamse straten. Het liep niet goed met ze af. Zonder uitzondering werden ze opgepakt en op de meest vreselijke manier gemarteld en daarna vermoord. ‘Ketters’ waren het en daar hield men niet van. De parallel met de huidige tijden dringt zich al snel op. Want die claim op dat eeuwige gelijk loopt ook nu al snel uit de hand als we niet opletten. Het blijft de vraag of van al die claims ook maar iets te bewijzen valt. En of die God die ons zou hebben geschapen en nu bestuurt wel blij wordt van al die claimende lieden die hier op aarde vooral bezig zijn met hun eigen belang. Het lot van de Wederdopers (overigens zo genoemd omdat ze zich op volwassen leeftijd opnieuw lieten dopen, wat indertijd ten strengste verboden was) geeft aan dat al dat geloof zelden iets goeds heeft gebracht. Het bloed stroomde ooit door de straten van Amsterdam. Een stad waar nu weer een soortgelijk geloof opgeld doet. En waar ook weer wordt geclaimd. Dat eeuwige gelijk… Jammer dat het geen nudisten zijn die lui van GroenLinks, anders zou het nog een verrijking zijn ook…Nu rest ons slechts pek en veren…en hopen dat verstandige mensen deze lieden de stad uitjagen…(Beelden: Hist.NB)




