
In die periode van onzekerheid over wat er fysiek nu met me loos was, plus die er na toen me dat heel duidelijk werd verteld, kwamen er in mijn eigen best geschrokken bol drie opties voor ogen. De eerste was de meest optimistische. Ik werd aan de kwaal in het inwendige geholpen, dat was wellicht niet fijn, maar dan kon ik na een aantal weken herstel het leven weer min of meer normaal oppakken. De tweede optie was, ook opereren, en bij een minder gunstig beeld zou behandeling volgen met chemo en/of bestraling (juist vandaag hoor ik of dat nodig is of niet). In het derde geval zou er een eindige weg op me wachten. Ik wilde niet echt nadenken over die derde optie, want dan geef je het op voorhand eigenlijk op en dat past me niet zo. Maar toch. Ik heb de leeftijd dat ik niet meer behoor tot de pubers op een fatbike of vogels die menen dat het leven oneindig is, zij zelf onkwetsbaar en alles maar doorgaat zoals je dat gewend was tot dan. Het overlijden van schoonmama dit jaar en alles wat daaraan vooraf ging passeerde in dat kader even vaak de revue.

Jeminee, vanuit altijd actief leven ineens een geveld stuk half invalide met een kwaal die lastig te bestrijden was… Hele uren vol malende gedachten kwamen voorbij. En hoe moet het dan met dit…? En met dat? Ik geef toe dat ik mijn leven zo heb geleefd dat ik met het einde nooit zo actief bezig was. Het zou allemaal wel mooi gaan dacht ik zo. In bed liggend…met wat mensen om me heen…afscheid nemen en dan…. Maar niet met een lijdensweg. Dat was niet de gedachtegang. Daarbij is mijn leeftijd een statistisch gegeven en was ik van plan nog een tijdje langer te genieten van dat zelfde leven. Net zoals toen ik 25 was of pakweg 45. Doen wat leuk en nuttig is, zorgen voor vrouw en kinderen en niet te vergeten de katten. Maar dat alles werd toch even op losse schroeven gezet…Het duurde even voor ik de implicaties van de constatering van mijn kwaal liet indalen en daarna besefte welke driesprong in mijn leven ineens voor me opdoemde. En dat was geen fijn moment. Vooralsnog moet ik er vanuit gaan dat de medische wetenschap in het ziekenhuis dat mij bij de lurven pakte en het mes zette in de veronderstelde ellende zo goed in staat is om dat allemaal weg te nemen dat me die extra jaartjes zijn gegund. Zou mooi zijn. Nu nog even werken aan het besef dat in mijn bol het licht op groen gaat voor het idee dat ik niet onsterfelijk ben of onkwetsbaar. Dat zal nog even duren…maar dan…. (Beelden: algemeen)


Een bijkomend nadeel van dat ouder worden is wel dat je soms, de ene keer wat meer dan de andere, begint na te denken over het ‘einde’. Want hoe jong, sterk, vitaal, rijk, geliefd, slim, of wellicht voorzien van miljoenen volgers op sociale media je ook bent….dat einde komt. Veelal beseffen we ergens wel dat dit zo is. Maar vrijwel altijd gaat dat over ‘anderen’. Die worden immers ziek, die zijn oud, die krijgen een ongeluk, worden slachtoffer van een of andere vreselijke terreuraanval of wat ook. Maar ‘wij’ hebben daar geen last van gelukkig. Ons lijf en geest blijven altijd bestaan. Zou je denken? Helaas…sterfelijkheid zit in ons allen gebakken. Deze planeet maakt een einde aan al het leven om ruimte kunnen bieden aan een nieuw bestaan voor anderen. Hoofdrolspelers van toen uit politiek of cultuur, of gewoon uit je eigen familie, ze zijn er niet meer. Verdwenen. Opgelost in de tijd. De een in het volle besef dat het einde definitief is, de ander blij of angstig dat na dit dagelijkse bestaan er zoiets is als een naar de hemel (of ander oord) reizende ziel die ter verantwoording wordt geroepen voor wat we hier allemaal voor goeds of kwaads hebben gedaan.
De weg naar ‘boven’ geasfalteerd voor de goeden van geest, de weg omlaag modderig en vol stenen en andere obstakels voor hen die meer bezig waren met hun selfies dan die ander. Om het over moordenaars maar niet eens te hebben. Wie echt gelooft weet dat een van de Tien Geboden duidelijk maakt dat Ge niet zult doden. Dat wordt branden voor die ziel. Nu is dat zielenleven best een dingetje. Want de ziel is ook ons besef dat we bestaan, dat we zijn wie we zijn en dat we ons hebben kunnen ontwikkelen door scholing of ervaring. Dat doen wij mensen uitgebreider dan de gemiddelde goudvis, maar we hebben die vast onvoldoende bestudeerd om te weten dat er wellicht onder die blupbluppers ook zielenroerselen worden uitgewisseld. Als dit zo is, zouden die vissen dan ook vrezen voor het Hiernamaals als ze weer eens door het toilet worden gespoeld of opgepeuzeld door de huiskat die ook geen last heeft van zijn geweten? Wat is dat toch met die ziel? Waarom is dat zelfbesef ooit tot ons gekomen? Is dat nu een typische uitvinding van gelovigen? Om de macht te behouden en ons te tuchtigen voor zondige gedachten?? Een alles ziende god die al die zielen onder controle heeft? Want je mag in feite niet genieten volgens die tuchtige leer!
Natuurlijk, ook ik ben jong geweest en kan me dus nog goed herinneren hoe ik toen omging met een simpel gegeven als gezondheid. We waren gezond al hadden we als kinderen in onze familie best last van de ziektes die de leeftijd zo typeerden. Ze kwamen allemaal voorbij. Al was het maar omdat ik met een oudere broer zowat alles van hem erfde als hij net klaar was met uitzieken. Maar echt ellendige zaken kwamen niet voorbij. En indertijd werd er bij ons thuis gerookt als een ketter, ging de drank nog weleens rond en was dit gedrag wat bij veel van mijn toenmalige vrienden thuis te bespeuren viel. Je leed ook kou soms. Immers een CV was niet voorbehouden voor veel kinderen in de jaren vijftig. Een kolenkachel was al best comfortabel, maar in onze slaapkamer stonden bij vorst de ‘bloemen’ op de ramen. Toch groeide je vrijwel zorgeloos op. Ik moest twee keer worden geopereerd aan een ingegroeide teennagel. Niet fijn, maar na een paar dagen kon het verband er af en liep ik weer als een kievit. In mijn pubertijd viel ik nog wel eens op mijn snavel door onbesuisd brommer rijden.
Schaaf- en brandwonden waren mijn deel, maar altijd knapte ik er aardig snel van op. Reden om nog harder te rijden, nog minder te letten op de rest van het verkeer. In mijn werk dacht ik ook niet echt na over risico’s, er werd gesjouwd en getild en op enig moment werden zelfs auto’s beetgepakt en opzij geduwd als dat zo uitkwam. Ergens zat daar wel een keerpunt in dat onbeschadigde fysieke imago. Want op een dag bleef ik tijdens dat tillen krom gebogen staan. Er was iets verrekt in de rug. En de pijn was wel zo heftig dat ik best een paar dagen was uitgeteld. Later velde deze kwaal me nog meerdere malen. ´Je wordt ouder pappa´…..jaja. Naarmate ik langer mijn levensjaren kon tellen kwamen er best wel wat kwaaltjes bij. Links, rechts, boven en onder. Het ene wat vervelender dan het andere. Maar toch. En om mij heen zag ik de voorheen jongelieden en meiden die ik al zo lang kende hetzelfde lot ondergaan.
Of soms zelfs wegvallen. Dan waren ze geveld door een ziekte waar niet tegen te vechten viel. Dat blijft best heftig en onbegrijpelijk. De onkwetsbaarheid maakte plaats voor realiteitszin en relativeringsvermogen. Gezondheid is niet vanzelfsprekend. Onlangs maakten we het weer mee bij de liefste vrienden denkbaar. Euforie over de geboorte van een kind die omsloeg in diep verdriet toen bleek dat gezondheid niet zomaar komt of mag worden gezien als iets dat erbij hoort. Soms moet je er heel erg hard voor knokken. Zeer verdrietig makend. En ook weer even goed om over na te denken als je weer eens denkt dat jou nooit iets zal overkomen. Want dat denken vrijwel alle mensen op deze aarde, zeker als ze net als ik op jonge leeftijd maar weinig hebben meegemaakt. Zij die vanaf de jeugd moesten knokken weten precies wat de prijs is die je betaalt als je niet zo gezond bent vanaf de start of kansarm als het leven cadeautjes uitdeelt. Ik wilde het toch maar eens gezegd hebben……Hoe kijk jij aan tegen dit onderwerp? Gezegend geweest of altijd moeten knokken??