Deze zondag maar eens aandacht voor een heel bijzondere auto waarvan ik vrijwel zeker weet dat er weinig tot geen rijdende exemplaren meer bestaan in ons land. Als die er al ooit zijn geweest. De auto die ik beschrijf komt uit de Oekraine en dat land is nu niet meteen het eerste waar je aan denkt bij het noemen van auto-producerende landen. Maar toen het nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie profiteerde het net als fabrikaten uit andere deelrepublieken van dat ooit zo grote land, van de immense markt die in de vroegere socialistische heilstaten beschikbaar was. Mensen waren daar al blij als ze uberhaupt een auto konden kopen en wat werd aangeboden vond dankbare klanten die veelal het oubollige ontwerp en de matige bouwkwaliteit op de koop toe namen. Met name de Russische auto-industrie blonk niet uit door innovaties en als het ‘goed was’ bleef het decennia lang in productie. Dat gold ook voor die Oekrainers.
Het staatsbedrijf ZAZ (Zaporozhets) bouwde dus decennia lang relatief kleine auto’s met een luchtgekoelde motor achterin die je kon vergelijken met de toen bij ons in het westen populaire Prinz van NSU. Oppervlakkig leken die karretjes ook wat op die Duitse miniwagens, maar door de matige kwaliteit waren ze zelfs in Oost-Europa weinig populair. Altijd ging er wel iets stuk aan zo’n auto. Toch werden ze ook naar ons land geleverd, verkocht als Yalta door de Groningse importeur Gremi die er wel heil in zag. Net als in andere landen van het vroegere Oostblok zag men ook bij ZAZ wel in dat er iets moest veranderen wilde men in de toekomst ook nog auto’s kunnen verkopen en zo ontstond de Tavria.
Een modern ogende compacte hatchback met voorwielaandrijving die in verschillende versies werd aangeboden. Als 3 deurs hatchback, als vijfdeurs en als conventionele sedan met kofferbak. De eerste exemplaren kwamen in 1987 uit de fabriekshallen rollen en hadden een motor uit eigen ontwikkeling die aardig presteerde. Onafhankelijke wielophanging zorgde voor een acceptabele wegligging. De Tavria werd al snel ook voor de export aan geboden, in sommige markten als Lada Tavria om zo de naamsonbekendheid voor ZAZ weg te nemen. De Tavria vond ook afnemers in met name Midden- en Oost-Europese landen, maar had het na 1989 bijzonder lastig toen na het vallen van de Berlijnse Muur en het ineenstorten van de beschermde markten daar, westerse auto’s meer en meer in trek kwamen en men het eigen product vermeed.
Daarbij bleek de onderdelenleverantie voor Tavria-eigenaren een best probleem en veel van deze wagens eindigden vaak in een of andere schuur omdat ze niet rijdend te houden vielen. Toch werden deze wagens nog lang geproduceerd. En zochten de Oekrainers ook nieuwe markten zoals die in Zuid-Amerika. Facelifts en verandere motorisering hield de auto min of meer bij de tijd en de prijs was zodanig dat kopers in Derde-Wereld-Landen er best in wilden rijden. Afgeleide versies waren een Pickup en een bestelwagenversie die vooral in die markten goed verkochten. Qua concept was er niet zoveel mis met de Tavria, hij was zelfs aardig veilig voor zijn tijd. Maar de auto had de pech te zijn geboren in een land dat werd bestuurd door communistische denkers en niet door commerciele gedachten…Een goed exemplaar vinden is nog best een hele oefening. In 2011 viel het doek voor de productie van deze bijzondere auto. (Beelden: Internet)

Onlangs wandelden we weer eens door onze stad heen. Niet dat dit op zich een heel bijzondere gebeurtenis is hoor, we doen dat wel vaker. Minstens een keer per week, en graag op verschillende weekdagen. Dit i.v.m. de overal in deze stad gehouden markten. Want dat kent de Hoofdstad ook, markten. En sommige daarvan zijn erg leuk, oorspronkelijk en druk bezocht, anderen zijn toch meer voor de toeristen. Zo heb ik minder op gekregen met het befaamde Waterlooplein. Kom je daar eens overheen, herken je het echt bijna niet meer. Handelaren komen qua etniciteit overal vandaan, maar bieden vaak meer ‘meuk’ aan dan de echte leuke zaken waar je een rondje voor om loopt. Daarnaast is oude kleding ‘in’ net als typische toeristische prullerijen. Bij een beetje slecht weer staat 25% van de handelaren niet meer, want men kan vaak niet zo goed tegen het Hollandse klimaat.
Zegt voldoende over de professionaliteit. Ook op de Albert Cuypmarkt, valt veel af te dingen. Te veel van hetzelfde, te weinig klantvriendelijk. Nee, dan ben je op de Lindengracht beter af, of op de Ten Catemarkt. Handel zoals die past bij een markt, je hoort er nog ‘Amsterdams’ oreren en je kunt er goed slagen voor relatief weinig geld. Dat is waarvoor je tenslotte naar zo’n markt gaat. Niet dat wij nu echte marktgangers zijn, maar we hebben zo onze adresjes waar we wel graag komen. En die broeders of zusters staan nog wel eens op een van de betere markten. Loop je er dan langs, nemen we mee wat nodig is en wandelen door. Heerlijk door de vele wijken van de stad waar de tijd nog wel heeft stil gestaan. Maar ook daar waar men oude buurten compleet renoveerde en de huizen in oude staat herstelde of verving. Het maakt het lopen er een stuk leuker op. Zeker bij mooi weer.











