Sociale cohesie…

Sociale cohesie…

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar door de recente, bijna onzinnige discussies rond het zgn. slavernijverleden kwam een persoonlijks geschiedenis weer eens goed voor de ogen van de meninggever zodat die moest terug denken aan zijn woonverblijf in de toenmalige Amsterdamse woonwijk, de Bijlmermeer. Een wijk waar het van 1970 tot 1975 goed wonen was. Mensen die tijdens de late jaren zestig in Amsterdam zelf geen betaalbare of enigermate comfortabele woning konden vinden (ook toen al…) zochten een duur alternatief in die nieuw gebouwde wijk ten zuidoosten van de oude stadsgrenzen. Vanaf eind jaren 60 werden daar enorme flatgebouwen neergezet en opgeleverd.

Van 300 tot 600 ruime flatwoningen in een enkel gebouw, ruimte te over, groen, en alles op redelijke rijafstand van Amsterdam zelf, of je nu per auto, fiets of enkele bus reisde. Want een goed OV-systeem was er nog niet. Maar de pioniers van toen lieten zich niet kisten. De huur de helft van ons toenmalige inkomen. Maar dat hadden we wel over voor een driekamerflat met douche, centraal antenne-systeem, goede verwarming, een ruime keuken en een meer dan behoorlijk groot balkon. We leefden er gelukkig tussen mede-Amsterdammers die ook allemaal daar hun woongeluk zochten en er die relatief hoge huur voor over hadden. Criteria om er te mogen wonen waren vanuit de verhuurders overigens streng. Je kwam er niet zomaar voor in aanmerking en mocht er niet zo maar huren….Inkomen, maar zeker ook sociale status en soms geloof bepaalden jouw woontoekomst.

Dat veranderde in 1975 totaal. Het hele systeem ging onder druk van de linkse overheden van toen totaal op de schop. 50% van de Surinaamse bevolking koos er in dat jaar voor niet in het eigen onafhankelijke land te blijven wonen en werken, maar in ons land een nieuwe toekomst te zoeken. Begeleid door die al dan niet naieve overheid hier die zorgde voor huisvesting, uitkeringen en zo meer. Binnen de kortste keer werden de grote deels door die hoge huren nog leegstaande nieuwe of bestaande flatgebouwen overspoeld met nieuwe inwoners van land en stad, maar vooral ook wijk. En de cohesie verdween. Onveiligheid kwam er voor in de plaats. Dat groen tussen de flats bleek een prima schuilplek voor geimporteerde struikrovers, de beneden in die grote gebouwen gelegen opslagruimten prachtige plekken om leeg te stelen net als de parkeergarages waar vrijwel geen enkele auto van toenmalige bewoners meer veilig stond. Ik maakte het zelf allemaal aan den lijve mee en werd er indertijd ook wat wanhopig van. Vooral toen ik zag dat van voorheen vertrouwde buren verhuisden (vluchtten) naar allerlei andere plekken in de periferie van Amsterdam. Hoofddorp, Purmerend, Lelystad zelfs en het nieuw gebouwde Almere.

De lege flatwoningen werden direct weer toegewezen aan nieuwe Rijksgenoten waardoor het probleem steeds groter werd. Uiteindelijk besloten ook wij dat het genoeg was geweest. Inbraken, overval, brand bij de onderburen, ongedierte…. Wij gingen naar Almere. Nieuw, ruim, veel lucht en zand, maar we startten gewoon opnieuw. Werden weer pioniers. Met een zucht van verlichting. Ik heb daarna eigenlijk nooit meer een seconde spijt gehad van die beslissing, ook al was er op dat Almeerse avontuur later ook best wel eens wat aan te merken. Maar onveilig voelde ik me er niet meer en ook later nooit. De cohesie met andere Amsterdammers was er ook groot. Buren werden vrienden, nog steeds. Ik tel dan op en trek af. Herstelbetalingen? Graag! Excuses…nog liever. Maar ik vrees dat die er voor ons nooit komen. En toch is dat alweer 48 jaar geleden allemaal. En die wonden van toen zijn bij mij nog niet echt genezen. Gek genoeg ongezien door hen die nu zo hard knokken voor die zgn. slavernijslachtoffers. Kennelijk tellen onveiligheid, criminaliteit en frustraties niet als je van mijn geboorte en/of komaf bent. Dan is die cohesie ver te zoeken…Zeker bij links! (Beelden: archief)

ArtZuid 2023

ArtZuid 2023

Tuurlijk ga ik ook regelmatig naar musea om daar mijn gevoel voor cultuur en (al dan niet moderne) kunst op te vijzelen, maar als die kennismaking gewoon op straat van mijn eigen stad plaatsvindt en ik al wandelend langs een mooie route de meest wonderlijkse creaties mag bewonderen zal ik het niet laten. Zo ook een paar dagen terug toen we de 2023-editie van ArtZuid bezochten.

Die wordt net als eerdere edities gehouden in de chique Stadionbuurt van onze stad, van Apollolaan tot Churchillaan en nog wat zijstraten er omheen. Stel je voor dat je daar in de prachtige plantsoenen van die boulevards in dat chique stukje stad om de zoveel meter een of ander kunstwerk ziet uittorenen boven het alom aanwezige groen. Kleurrijk, fantasievol en veel zeggend over de inzichten van de kunstenaar of wellicht diens afkeer van het menselijk lichaam.

Want opvallend is dat beelden zonder kop of lichamen die eerder kubistisch dan rond zijn, regelmatig te bezichtigen zijn. En ik maar denken dat veel van die kunstenaars leven in een wereld waarin Adam en Eva elkaar telkens weer ontmoeten en waar voorbeelden zat zijn voor wat een mannelijk of vrouwelijk naakt zo typeren. Hoe dan ook, van vrijwel onbekende mensen tot Karel Appel, ze komen allemaal in aanmerking om deel te nemen, mits hun kunst maar weersbestendig is en ook kan tegen aanrakingen van al te enthousiaste passanten. Ik houd meestal, net als vrouwlief, enige afstand, al was het maar omdat het fotograferen van al dat fraais (of wat er voor doorgaat..) dan eenvoudiger verloopt.

En over dat lopen gesproken, je bent zo 10.000 stappen verder. Dus..brood mee en van een der gesponsorde banken gebruik maken waardoor je ook al kauwend een aardig beeld krijgt van dat wat tegenover je in het groen staat. Neem ook de fantasie mee. Want die is nodig en nuttig. En voor hen die alles zo professioneel mogelijk willen bekijken is er een app die zichzelf langs de route meldt.

Daar zie je precies waar je tegenover staat of zit als je daar behoefte aan zou voelen. ArtZuid kennen wij intussen zo’n beetje een jaar of 15/16 en volgens mij is het een tweejaarlijks fenomeen. Waar ook wat kunstzinnige zaken onderdak worden geboden langs straten die leiden tot het Museumkwartier aan het gelijknamige plein in de stad. Heb je er dan nog niet genoeg van zijn er het Stedelijk, van Gogh en Rijksmuseum om je total loss te maken qua fysiek of je interne geheugen te overbelasten met culturele uitingen.

Hoe dan ook, wij genoten weer, al was het maar omdat dit deel van onze stad een van de fraaiste stukjes Amsterdam biedt die je denken kunt. Het hele terrein is bereikbaar per trein, metro of tram. Maar de ware route moet je zelf lopen. Voor hen die dat doen, veel plezier. Wie dat niet doet of kan, zie de plaatjes….Een minimale afspiegeling van wat je allemaal kunt bekijken trouwens. (Beelden: Prive)

Krijtberg …

Krijtberg …

Hoewel tegenwoordig Lenin en Mao in het stadsbestuur van onze stad om het hardst knokken wie de dienst mag uitmaken waren het juist de katholieken die deze stad ooit tot grote bloei brachten. Maar dan wel heel wat eeuwen geleden. Die geloofsgeschiedenis is goed terug te vinden in de vele kleine en grote kerken die stad rijk is of was. Een daarvan staat aan de Singelgracht niet ver van het Koningsplein en de befaamde bloemenmarkt.

Ooit gebouwd in tijden van ommekeer, de Lutheranen en Calvinisten vochten met de Roomse kerk om de macht, kreeg de schuilkerk die vooraf ging aan het huidige imposante gebouw de naam Crytbergh vanwege een link met de krijtrotsen van Zuid-Engeland waarmee de oer-oprichters een zakelijke band hadden. De huidige kerk is van later datum en kent een neogotische stijl. Eerlijk gesteld was ik er tot voor kort nog nooit in geweest, maar omdat de poort op een fraaie dag in mei open stond voor bezoek stapten we naar binnen.

En wat een beleving werd dat…. Een katholieke kerk zoals die er uit hoort te zien. Prachtig versierd, een indrukwekkend altaar, vele beelden, deels voorzien van plekken om het bekende kaarsje te branden, en houten banken voor de gelovigen. Rust is ook hier opvallend. Kerken zijn vaak ook plekken om even te ontsnappen aan de hectiek buiten en dat is door de eeuwen heen zo gebleven. Er staan in die Krijtberg nog echte biechtstoelen, en als je de website van de Parochie bezoekt zie je dat men het Roomse geloof hier nog belijdt zoals het ooit is bedacht. Inclusief speciale missen, maar ook met Gregoriaanse muziek. Het zal velen bekoren die ooit door het ware geloof zijn aangeraakt. De activiteiten die ik zo voorbij zag komen doen vermoeden dat men omwille van het voortbestaan in deze onzekere tijden ook echt bezig is met actief verkopen van geloof en de bijbehorende normen en waarden. Wat je er ook van vinden mag. Hoe dan ook, de kerk is prachtig en qua beleving wederom een toevoeging aan het gamma kerken dat onze Hoofdstad rijk is en wij intussen zelf ook bekeken. En die zouden moeten worden gekoesterd want ze vertellen veel over het verleden van deze stad die door de jaren heen zoveel doctrines kende en stromingen die altijd uit waren of zijn op de macht. Dat raakte ook deze kerk en haar parochie. De afbraak van de geloofsgemeenschappen in de jaren 60/70 was ook voor de Krijtberg bijna te veel van het goede. Maar men laveerde daar uiteindelijk doorheen en daardoor bestaat deze parel in de katholieke kroon, hartje centrum van de stad, nog steeds. En wie er eens langsloopt moet toch eens naar binnen gluren. Je kijkt zomaar een paar eeuwen terug in de tijd. En wie wil dat nu niet? (beelden: Prive)

Kantjil

Kantjil

Voor wie in het centrum van onze stad Amsterdam lekker uitheems wil eten is de keur aan restaurants meer dan groot. Ik beschreef er eerder al eens een paar via mijn meningblog. Dit keer neem ik u tekstueel mee naar de Spuistraat 291/293 waar het Indonesische restaurant Kantil en de Tijger te vinden is. Wij kenden het adres van eerdere bezoeken en waren er dan altijd behoorlijk tevreden over het gebodene. Van de 96 Indonesische restaurants in de hoofdstad geeft TripAdvisor dit adres de 19e plek en dat is bepaald niet verkeerd. Wij kwamen met ons gezelschap binnen na een fikse stadswandeling (20.000 stappen) dus de trek was groot. Kom je hier aan het juist adres. De ontvangst was zeer klantvriendelijk, de tafel wat bescheiden van omvang maar voor wat wij aan lekker eten kozen was dat prima.

De keuze aan indo-gerechten is uitstekend, de drankjes betaalbaar en alles wat je bestelt staat snel op tafel. Drie van ons kozen Nasi Rames en dat serveert men op een grote schotel met een brede sortering aan lekkere gerechten daarop. Nadeel is dan wel dat je na de helft ervan te hebben verorberd toch ontdekt dat de rest snel is afgekoeld. Dat is even minder. Om ons heen zaten overigens veel landsaarden te smullen, Nederlands wordt er bijna niet gesproken onder de gasten, maar dat heeft veel van doen met de locatie. Het restaurant zelf is wat ouderwets ingericht, de helft van de beschikbare tafels was bij dit bezoek afgeschermd zodat je daar niet kon zitten. Personeel is uiterst vriendelijk en snel. Toiletbezoek leverde een voldoende op qua zichtbare hygiene en comfort. En dan de prijs. Alles bij mekaar bleven we met vier mensen onder de 100 Euro. Prijs/kwaliteitsverhouding prima in orde dus. En als je zoals wij liefhebber bent van deze gerechten zit je hier prima-de luxe. Een dikke 9 is de score voor Kantil en de Tijger…(beelden: prive)

Westergasspektakel…

Westergasspektakel…

Samen met onze Soester vriendjes op stap in onze stad is altijd een waar genoegen. Zeker omdat we dan een of andere bestemming zoeken met een zeker vermakelijk of cultureel genoegen als resultaat. Onlangs was dat dus weer zo en togen we vanaf het Centraal Station wandelend naar het fraaie Westerpark en daarin gelegen bijna museale Westergasfabriek-terrein. Hoewel de gebouwen daar (terecht) een historische industriele functie doen vermoeden is het nu vooral een cultureel centrum. En daar binnen werd een prachtige expositie/voorstelling gehouden die eigenlijk niet in woorden (of zelfs enkele beelden) is te beschrijven.

Stel je dan maar even voor dat je in een enorme hal terecht komt waar binnen het bewust donker wordt gehouden en waar overweldigende muziek je oren op voorhand al bezig houdt. Pink Floyd of Gregoriaanse koren… Het behoort toe aan een lichtshow die ik in mijn hele leven nog nooit heb gezien of meegemaakt. En echt, autofabrikanten maakten van dezelfde techniek gebruik op kleinere schaal bij de introductie van nieuwe modellen. Dus dat kende ik wel. Dit is echter in alles de overtreffende trap met een turbo er op. Muren van pakweg 15 meter hoog zijn ineens projectieschermen, zowel voor, achter als naast je.

Alles beweegt, popt op en verdwijnt weer en omdat men beelden benut die te maken hebben met de geniale (maar ook wat gekke) schilder Salvador Dali of de door velen als briljant geziene architect Gaudi is alles kleurrijk en bijna vloeibaar. De muziek versterkt het gevoel. Ga er wel bij zitten, want echt, het overweldigt iedereen en als je niet oplet val je ondersteboven van verbazing of omdat het psychedelische effect van die voorstellingen (opgesplitst in twee delen..) je kan doen wankelen.

De adem stokte soms in mijn keel en ik betrapte me er op dat ik echt intens en vol verbazing aan het genieten was, terwijl ik op andere momenten met name de muziek van Pink Floyd (luidkeels) ook nog mee stond te zingen (mag niet..). Maar dit terzijde. Je bent wel even zoet, want dit is niet een hapsnap-klaar gebeuren. Je wordt in twee onderdelen meegenomen en verdwijnt als toeschouwer in het geheel. En dat samen met soms een paar honderd medegasten die in de enorme ruimte overal staan of zitten en soms gewoon rondlopen. De ruimte is zo groot en de voorstellingen zodanig ingericht dat je nooit iets van het virtuele hoeft te missen. Briljant bedacht, geweldig uitgevoerd. Aan de zijkant van het hoofdgebouw nog een paar ruimtes met sub-exposities.

Waaronder een waar je in ligstoelen kunt ervaren hoe je computer gestuurd op een scherm van 10×4 meter een oud IBM letterbolletje uit een schrijfmachine kunt laten (des)integreren in kleine stukjes metaal en daarna weer kunt laten terugvloeien tot een geheel. Het is echt te gek. Aanrader voor hen die wel eens iets bijzonders willen ervaren. De voorstelling heet ‘Fabrique des Lumieres’ en kost je als volwassen bezoeker 16 euro. Maar dan krijg je ook wat. In de omgeving van het theater is van alles te eten en te drinken, en als je even tot rust wilt komen is er het erg fraaie Westerpark waar men ook nog wat kunst heeft uitgestald. Kortom…leuk bij een bezoekje Amsterdam en iets minder fraai weer wellicht…. (beelden: Prive)

Bij Rembrandt thuis…

Bij Rembrandt thuis…

Anders dan in het befaamde en heel bekende Rijksmuseum in onze stad is het oude woonhuis van de Meester van een heel wat bescheidener orde. Niet minder interessant overigens. Ik heb het hier dan over het Rembrandthuis aan het Jodenbreestraat, vlak achter het Waterlooplein. Terwijl we in deze stad zelf wonen waren we daar nog nooit binnen geweest en dus vonden we het op een kille maandag in april wel een goed plan om daar nu eens op bezoek te gaan. We waren niet de enigen. En dat is hier een wat groter probleem dan in bijvoorbeeld de Hermitage of zo. Het huis waar Rembrandt tijdens zijn successen in de hoofdstad lang resideerde (later moest hij verhuizen naar een huurhuis elders in de stad) stamt uit het begin van de 17e eeuw en kent vooral veel kleine expositieruimten op diverse etages, bereikbaar via houten trappen die niet meteen geschikt zijn voor ouderen of hen die slecht ter been zijn.

Voor die categorie is er in een nieuw gebouwde dependance overigens ook een lift, dus geen nood, boven kom je, maar er zijn ook diverse stevig drempels om rekening mee te houden. Hoe dan ook, het was heel erg druk tijdens ons bezoek en er waren maar weinig Amsterdammers of zelfs Nederlanders tussen die bezoekers. Engels, Spaans, Duits en zelfs Koreaans prevaleerde. En die mensen vinden elke centimeter van Rembrandt’s leven zo interessant dat ze die uitgebreid bestuderen. Dat zorgt voor veel drukte in de kleine ruimten van dit op zich zeer leerzame museum, want dat is het. Je ziet hier de werkruimten van de grootse schilder die ons land kende, zijn voorbeelden, zijn etsen en de wijze waarop hij die maakte.

Er hangen ook de nodige werken van zijn hand, maar verwacht geen doeken als de Nachtwacht of zo. De ruimte maakt ook de omvang van de schilderijen wat bescheidener. Daarbij mis je als bezoeker ook aanduidingen bij die doeken over wat je ziet en uit welke periode ze stammen. Daartoe moet je kennelijk een van de vele gidsen volgen of een audiotoer tot je nemen die beneden bij de ingang wordt verstrekt. Maar ja, wij van de familie Meninggever doen dat niet want we vinden onze weg zelf wel…. En dat gaat veelal goed, maar niet altijd, zoals hier. Hoe dan ook, als expositie over het leven van Rembrandt van Rijn is dit wel aardig geslaagd.

Als je bedenkt hoe de man hier woonde en werkte, hoe het licht viel in zijn atelier, welk uitzicht hij in die jaren had (tegenwoordig is alles vol gebouwd om het museum heen) en dat dit ook echt een chique pand was snap je wel wat meer van zijn manier van leven en oeuvre. De museumshop biedt je een relatief bescheiden aanbod aan boeken, kaarten, souvenirs en kopie-etsen uit zijn tijd, en die kosten je ook niet eens de wereld. Er is zowel beneden als boven een toiletvoorziening, de garderobe is ook hier van de self-service en waardevolle of even overbodige spullen ben je goed kwijt in gratis lockers in de onder-etage. Het personeel is vriendelijk, houdt het hoofd koel in alle drukte en regelt ook het op en neergaande verkeer op de smalle trappen. Wij gaan hier nog eens heen, maar dan wel buiten het seizoen. Moet toch nog eens mogelijk zijn ook alle schilderijen tot ons te nemen. Maar als je in Amsterdam bent, probeer het zeker. Want zo dicht als hier kom je niet bij deze grote schilder des vaderlands. (Beelden: Prive)

Feest van de Koning..

Feest van de Koning..

Morgen is het weer Koningsdag. Niet dat ik me direct hoef bezig te houden met ‘wat trek ik aan om weg naar Den Haag voor het feest’ hoor. Want hoe zeer ik de Koning en zijn gemalin op prijs stel, mij kent hij niet en zal me dus ook niet uitnodigen. Maar wat hij wel altijd goed regelt is het feestje rond zijn verjaardag zodanig breed laten vieren dat we op een of andere wijze met zijn verjaren bezig kunnen zijn. Wij doen dat zelf traditioneel door een bezoekje aan wat vrijmarkten, waarbij we dan telkens tussendoor de thuisbasis bezoeken voor de nodige tussenstops of het ontladen van dat wat eigenlijk wel wat zwaar is om mee te blijven sjouwen. Als het weer meezit een van de leukere dagen van het jaar waarbij we dan en-passant ook nog eens heel stevig wandelen.

Tussen de 18/20.000 stappen geen uitzondering. Gewoon genieten. En dat was door corona ineens onderbroken. Gewoon een gemis. Want deze traditie kennen wij hier in de hoofdstad al jaren. Ooit begonnen met de oude Koningin Juliana en via Beatrix doorgegeven aan Willem A. die echter de datum van dat fenomeen om e.o.a. reden veranderde. Nou ja, maakt ons niet uit. Met name in Amsterdam zijn de feestjes op straat er niet minder om, ook al legt de Gemeente elk jaar meer en meer verplichtingen op aan deelnemers. Vergunningen voor ongeveer alles, men zet boa’s in die vooral mensen met kleedjeshandel sommeren om in te binden en de Voedsel- en Warenautoriteit controleert op de kwaliteit van aangeboden eten en drinken.

Voorheen was er op het Museumplein altijd een evenement door een of ander radiostation, maar dat werd de Gemeente te druk, dus die lui moesten verkassen en zetelen tegenwoordig vaker in een stad in Brabant of zo. Amsterdamse mensen vieren echter hun eigen feestjes wel en worden juist die ene dag oranjegezind, wat op zich na alle linkse revoluties in deze stad al een wonder op zich te noemen is. Maar ons maakt het niet uit. Wij hobbelen rond, kijken of er echte leuke spullen te vinden zijn voor weinig, creatieve lieden hun kunsten vertonen en of we die ene dag in het jaar wel kunnen komen tot love and peace. Een volksfeest voor iedereen, al is het voor bepaalde lieden ook weer net als bij carnaval in het zuiden. Niet iedereen houdt er van, dus er willen nog wel eens wat Tesla’s de stadspoorten verlaten richting gebieden waar men deze tradities niet kent. Tradities die ik hier wel vaak opgepikt zie worden door buitenlandse toeristen. Die komen er speciaal voor en kijken met plezier en verbazing naar die mallotige Nederlanders in hun rare oranje outfits en springerige feeststemming. Vaak hebben ze dan zelf iets oranjes aan hun kleding hangen en sommigen zelfs onze nationale driekleur. Kijk, dan snap je het pas… Hoe dan ook, morgen zijn we hier even stiller dan normaal. We gaan weer afzien. De wekker gaat vroeg af, maar dan zijn weer ook weer op tijd terug….. Home sweet home… Wish me luck….En Willem….van harte man! En o ja, voor hen die ons zoeken, we vallen meteen op…man en vrouw in oranje gekleed…kan niet missen…(beelden: Prive)

Feestje…

Feestje…

En zo zaten we als twee oudere jongeren op die 17e maart jl tussen 16.000 mede-winnaars in de enorme Ziggo-Dome om Holland Hazes te zien en vooral horen zingen. Kostte niks, want de Postcodeloterij had ons in plaats van de gebruikelijke stroopwafels of andere piep- of troostprijsjes voorzien van twee tickets voor dit evenement dat relatief vlakbij onze woonstede volle zalen trekt. En het was puik verzorgd. Je kreeg een chipkaart voor wat eten en drinken, als je wilde een shawltje met logo om mee te zwaaien (wij niet…er zijn grenzen..) en je kon later in de zaal genieten van een sfeer die toch heel bijzonder was. Hazes is in onze omgeving een fenomeen. En dan bedoel ik natuurlijk de oude zanger die inmiddels bij Petrus in een hemelse kroeg verblijft. Wij kennen zijn verhaal, Aardse kroeg en woonstek, en zijn muziek uiteraard.

En die is veel breder dan je in eerste instantie misschien denkt. Hoe dan ook, stipt om kwart over 8 maakte de DJ van dienst plaats voor een (luidruchtig) orkest en een schare artiesten die op hun eigen wijze de nummers van Hazes ten gehore brachten. En dat deden ze met verve. Jeroen van den Boom, Gerard Joling, Samatha Steenwijk, Karsu, Kris-Kros-Amsterdam, Waylon en zo meer. Uiteraard ook de jonge Hazes die ik zelf niet zo waardeer, maar hij zichzelf wel. Het publiek is bij zijn optreden uitzinnig, dus hij zal wel iets meer hebben dan zijn achternaam om mensen te trekken.

Intussen liepen de mensen uit het publiek de zaal uit en in, haalden zich bier en bitterballen en zo meer, en zongen bij terugkeer weer vrolijk mee. Wij als geboren en echte Mokummers ook bij bepaalde nummers. Klassiekers, waarvan de teksten gewoon in de bol zitten gegrafeerd. Bij andere nummers viel ik met de rest van de zaal even stil. ‘Sorry’ zoals gezongen door de prachtige Turkse zangeres Karsu is er zo een. Ontroerend mooi nummer. Duozang door andere artiesten, soms met meerdere mensen zelfs en eigenlijk geen een van die optredens niet goed genoeg. Hazes kan door velen lekker gezongen worden en de zaal vrat het. En omdat die mensen van heinde en verre kwamen (echt uit het hele land, soms uren gereden) was dit niet het typerende Hazes-publiek uit de eigen stad dit keer. Dat zag ik wel aan de outfits.

Was ik zelf nog in het zwart gekleed en met een leren jasje passend bij de sfeer, ik was een van de weinigen. Tuurlijk er waren wat dames in de strakke glitters, een enkel hoedje met Hazes-logo, maar de meeste aanwezigen waren er vooral omdat die loterij hen voorzag van alles wat ze leuk, lekker of nuttig achtten. Was er niets waarop ik als meninggever een puntje van kritiek kon hebben? Jawel..de muziek. Die was zo krijsend hard dat ik soms met een vinger of hand een oor afschermde. En echt, ik zat niet boven op het podium maar er best een stukje vandaan. De scherpte van de toon van die muziek was het probleem, de bassen niet. Een technisch verhaal vermoedelijk. Maar verder…gewoon een leuk feestje…mede mogelijk gemaakt door…. En o ja, dit spektakel was vier avonden lang in die enorme muziektempel te beleven. 4 x 16.000 mensen! Gemiddelde prijs pakweg 50 euro p.p. en de consumpties daar toch in de regio aardig prijzig. Wie volgend jaar wil boeken, het kan. Nu al…. en als je wilt genieten van een feestje met velen, doen! (beelden: Prive)

Amsterdamse drieassers..

Amsterdamse drieassers..

De Tweede Wereldoorlog hakte er wat betreft het rijdend materieel van de Amsterdamse GVB stevig in. De bezetter nam een deel van de tramvloot mee naar huis als souveniers nadat het duidelijk werd dat Nazi-Duitsland op haar retour was. Dus moest men na de bevrijding roeien (rijden) met de riemen die men had. En die riemen waren schaars en ook min of meer uitgewoond. Toch kreeg men al snel een soort van rijschema overeind en konden de Amsterdammers weer naar school of kantoor met het openbaar vervoer. Men leende intussen trams uit andere steden, verbouwde oudere trams op zodanige wijze dat die wat meer comfort boden dan voorheen. Maar men snapte ook dat er nieuwe trams bij moesten komen die dat comfort nog eens extra zouden verhogen.

En na lang wikken, wegen, bekijken, onderzoeken en experimenteren besloot men een order te plaatsen in eigen huis. Een ontwerp van het GVB zelf kreeg de voorkeur boven allerlei andere trams vanuit fabrikanten die ook wel aan de slag wilden voor de Amsterdammers. De drie-assige trams waren geboren. Wagens met een erg aardig en toen modern uiterlijk. Vouwdeuren voor in- en uitstappen, een aparte zitplek voor de bestuurder en ook de conducteurs. Het signaal voor stoppen bij een halte werd voortaan visueel gegeven via verlichte glaasjes in de wagens en door een afgesloten cabine met verwarming waren deze trams een grote stap vooruit ivm de oudere blauwe twee-assers.

Een ding was wel jammer, want de beste aandrijving voor deze trams zou moeten komen uit Duitsland en dat was natuurlijk in die tijdsperiode ondenkbaar. Dus besloot men motoren te gebruiken uit oudere tramtypes die waren of werden gesloopt. Omdat de nieuwe trams nogal lang en zwaar bleken waren die motoren voor de moderne trams aan de zwakke kant. Daarbij moesten ze vaak over de hogere bruggen van de stad heen met volle last en dat ging niet van een leien dakje. De drieassers waren met hun aanhangers ook zodanig lang dat men sprak van ‘treinen’ en die konden op de lijnen die bijvoorbeeld door de smalle Leidsestraat heen moesten elkaar op de passeervlakken boven op de diverse bruggen niet passeren. Kortom er moest veel gesleuteld worden om de trams volledig inzetbaar te maken.

Toen in 1956 de eerste gelede en nog moderner trams in de stad arriveerden werden de drieassers vaak gezien als backup voor dat toen moderne materiaal. Vaak liet men dan alleen motorwagens op reservediensten rijden. Een deel aangepast met o.a. een nieuw lijnbord boven het voorraam, zoals bij die gelede trams die hen eigenlijk moesten aflossen. En feitelijk werden de eerste drieassers al sneller gesloopt dan normaal in Amsterdam bij trams het geval was. Toch bleven ze in allerlei vormen maar afnemende aantallen nog wel actief tot en met 1985. Toen pas gingen de laatste exemplaren naar sloop of musea die er eentje wilden hebben. Een enkel exemplaar verdween naar vrijplaatsen aan de rand van de stad waar ze zelfs als woningen werden ingericht. Al met al was het een opvallend tramtype dat ook een norm zette voor alle volgende opvolgers. Comfort, snelheid, bedieningsgemak en ook simpel onderhoud. Ik bewaar goede herinneringen aan die trams die altijd op de wat chiquere lijnen van het GVB reden. Want de passagiers in sommige wat duurdere wijken van de stad wilden niet meer in de oude half open blauwen worden vervoerd maar in comfortabele omstandigheden. En dat kon in die drieassers. (beelden: Archief/internet)

Rembrandt…

Rembrandt…

Terwijl mensen massaal in de rij staan om de ongetwijfeld prachtige expositie over Johannes Vermeer te bezoeken in het hoofdstedelijke Rijksmuseum stelde het bekende Hermitage Museum aan de Amstel in onze stad daar een echt schitterende tentoonstelling tegenover over Rembrandt en zijn vrienden. Men moet het in dat vroegere filiaal van het Russische Museum in Petersburg nu doen met spullen en onderwerpen die niet uit de gigantische voorraden van de vroegere tsaren komen maar men leent nu net als elk Nederlands museum bij bevriende en bekende collectiebeheerders. Wij liepen er halverwege de afgelopen maand februari even binnen. En dat was geen verkeerde beslissing.

Want Rembrandt heeft iets magisch. Hij was niet voor niets d e schilder uit zijn tijd en heeft kennelijk de nodige collegae geinspireerd met zijn talenten en techniek. Bij Rembrandt krijg je die op een presenteerblaadje opgediend. Details, techniek, maar vooral zijn manier om met licht te spelen maken elk schilderij een genoegen om naar te kijken. Zijn manier van uitlichten van de onderwerpen maken sommige beelden bijna driedimensionaal. En dat is niet iedereen gegeven. Ook zijn leerlingen niet. Dat zie je meteen als je deze expositie bezoekt en op je gemak bekijkt.

En dat moet je wel doen want er is niet alleen veel werk te zien, ook de nodige audiovisuele uitleg over hoe het allemaal zo gekomen is en welke leerlingen die Rembrandt allemaal voortbracht. Isaac de Jouderville, Pieter Lastman, Ferdinand Bol, Caspar Netscher, maar zeker ook Godefridus Schalcken. Die laatste heeft het talent van die belichting wel heel erg serieus genomen. Je kijkt naar zijn werken en denkt dat er echt een lichtje achter brandt of zo. Heel knap gedaan. Dat hij ook nog hield van rondborstige dames als model maakt het plaatje voor mij wel extra af. Maar ook Jan Steen is hier te zien, met zijn heerlijke huishoudens en geweldig losbollige feesten en partijen. Rembrandt heeft deze lieden (en meer) in zijn toenmalige woonsteden als Amsterdam en Leiden veel geleerd. Maar toch…er zijn er bij die het talent van de grote meester misten. Dat is net zo goed te zien in deze verder zeer overtuigende expositie. En de keuze voor dit onderwerp is een compliment waardig voor de nieuwe directie van dit inmiddels bekende museum.

Een andere weg ingeslagen, door omstandigheden gedwongen wellicht, maar daardoor niet minder interessant. Daarbij kwam dat wij het aanwezige personeel veel aardiger vonden dan we wel eens eerder meemaakten. Men is vriendelijk, klantgericht en gewoon plezierig in de omgang. Veel uitleg over wat je waar kunt doen of vinden. De museumshop is hier tegenwoordig een genoegen om rond te hobbelen. En probeer de culturele uitingen die men daar vanuit het museum vertaalt maar eens over te slaan. En o ja, ook over Vermeer liggen er de prachtigste drukwerken. Gewoon kopen en niet naar die drukke expositie gaan in het Rijks (scherts uiteraard,,). Mag je nog jaren lang genieten van al dat fraais wat die Nederlandse schilders zo beroemd maakt in het buitenland maar ook hier. De Hermitage was toen wij er waren niet te druk, het was daardoor alleen al een waar genoegen om er weer eens te vertoeven….En met je Museumkaart is het een fluitend genoegen. (beelden: Prive)