Ik behoor niet tot de Nederlanders die voor iets uit het verleden ook maar een vleugje schuldgevoel of zo voelen. Nee, ik kan er tenslotte niks aan doen wat mijn voorvaderen deden, laat staan wat de regering op enig moment in de geschiedenis voor beslissingen nam, die wellicht andere schaadden. Ik voel er dan ook niks voor om wie ook excuses aan te bieden, laat staan de daaruit altijd voort komende schadevergoedingen te betalen. Net als ik zijn de meeste mensen die dat nu van ons eisen generaties ver verwijderd geraakt van het oorspronkelijke leed wat hen is aangedaan. Zoals wij langzaamaan nauwelijks meer weten dat we ooit door de Duitsers zijn bezet. Als de laatste mensen die de meest recente oorlog in ons land bewust hebben meegemaakt zijn gestorven, zal die geschiedenis nog slechts uit de vaak slechte lessen op dat gebied moeten komen. Nu al zie je dat hele nieuwe groepen leerlingen nauwelijks weten wat zoiets afschuwelijks als de Jodenvervolging heeft ingehouden.
Zo is dat ook met de door sommige redelijk gefrustreerde lieden aangehaalde slavernij. Alsof die door Nederland is uitgevonden. Dat wij er een rol in speelden? Vast! En dat was geen schone pagina in ons geschiedenisboek. Maar laten we wel zijn, slavernij op zich is ongeveer zo oud als de mensheid en nog steeds worden mensen als slaven gebruikt en vastgehouden. Vaak in landen waar het fenomeen zich ook nog eens voor het eerst voor deed. De christelijke veroveringsdrang uit het verleden kan wedijveren met die van de moslim-predikers die met het zwaard in de hand net zo over de wereld reisden en te keer gingen als die door Paus of Vorst uitgezonden Bijbelzwaaiers. Wie weleens heeft gehoord van een harem of de tewerkstelling op een Moorse galei snapt wellicht waarover ik het heb. Door de eeuwen heen hebben diverse doctrines en vorsten getracht de eigen invloed uit te breiden, schatten te veroveren en het ‘enige ware geloof’ over te brengen.
De mensen die dan in een bepaalde streek al heel lang woonden werden gezien als ‘wilden’ of ‘heidenen’ en die mocht je dan alleen al om die reden onderwerpen. Mocht blijken dat ze een zekere schranderheid bezaten in de ogen van de avonturiers en handelaren, kwamen ze wel te pas in de leegroof van de gebieden waar die ‘inboorlingen’ zelf woonden. In andere gevallen bleken het goedkope arbeidskrachten. De behoefte daaraan was zo groot dat die mensen over de hele wereld heen werden gesleept om voor heel weinig eigen leef genoegens het zware werk te doen voor de machtigen en wreden die hen daartoe aanspoorden. Is er in die zin veel veranderd? Dacht het niet. Kijk maar eens in het rijke Midden-Oosten! Al het werk wordt gedaan door mensen uit India, Bangladesh of wat ook. Tegen schandelijke onderbetaling en risico op een flink pak slaag als je de taken niet goed uitvoert. Verkrachting van dienstmeiden hoort er ook bij. Bootjes vol ‘vluchtelingen’ (ik haat die term door het misbruik dat er van wordt gemaakt) uit donker Afrika komen deze kant op. Elke dag weer.
Mensen die, verkeerd voorgelicht als ze meestal zijn, denken dat ze hier op eenvoudige manieren aan geld kunnen komen. En als ze eenmaal hier zijn verdwijnt een deel in de duistere delen van de economie in Europa of daarbuiten. Uitbuiting aan de orde van de dag. Controle is nul, het ethisch besef bij alle schreeuwers hier rond het thema slavernij, niet aanwezig. Kortom, ik wil weleens wat excuses zien van hen die steeds maar weer hebben geprobeerd om ons Nederlanders eronder te krijgen. De Romeinen, Noormannen, Saksen, Spanjaarden, Portugezen, Fransen, Duitsers, en de Britten. En dan mis ik vast nog een heel lijstje aan lieden die het niet zo hadden op die koppige Hollanders. Als we na die excuses nou ook nog schadevergoedingen krijgen, gaat het meteen een stuk beter met ons landje. En krijg ik het gevoel dat het evenwicht in die verontwaardiging wat wordt rechtgezet.

Nee! Ik ben niet van de Weg-met-ons mentaliteit die de laatste jaren in ons land opgeld doet. Ingegeven door een wel erg politiek correcte denkwijze, maar meteen ook zonder enig besef van hoe de geschiedenis in de wereld of in Nederland in elkaar stak of steekt, wordt er telkens weer gewezen naar vroeger en naar de hoeveelheid schaamte die wij allemaal zouden moeten voelen voor het slecht behandelen van de medemens in die lange periode. Als we dan overtuigd zijn van het gelijk van die groepen die meestal nog ‘namens die en die’ opereren, maar het eigen volk daarbij een figuurlijke messteek in de rug geven, komt meestal ook nog een claim omhoog. Voor elk evenement is er wel een Stichting die het gelijk van de getroffenen weet te behandelen. Of het nu gaat om de vroegere slaven, de politionele acties, Srebrenitzja, woekerpolissen of de waterstand in de Angel tijdens de winter, altijd zijn er slimmeriken die hiermee goede sier denken te maken. Liefst nadat een instantie of bedrijf ook nog excuses heeft aangeboden. Overigens heb ik niks tegen die claims en die excuses als een of ander bedrijf weer heeft gerommeld met de wetten in dit land, of meent dat klantvriendelijkheid of wetgeving voor hun branche niet geldt. Maar al die feiten uit het verleden?

Hoewel ik uit een gezin stam waar de auto vrijwel altijd centraal stond, al was het maar omdat mijn leasevader daarin handelde op zijn manier, was het gebruik van tram, trein en pont ons niet onbekend. Met ons bedoel ik dan mijn moeder, broer en ik. Met de ‘Blauwe’ tram naar Zandvoort, of in het ‘Bootje van Bergman’ naar de overkant van het IJ en dan op de NZH-tram naar Volendam Marken en zo meer. In de stad zelf maakten we vaak gebruik van de trams van het GVB. Prima verbindingen, wij hadden twee tramlijnen echt om de hoek van ons woonadres beschikbaar, en betaalbaar. Als puber maakte ik er veel gebruik van. Ik zat in Amsterdam-West op de middelbare school, gevolg van de katholieke opvoeding, en daar kon je het beste maar met de tram naartoe reizen. Wat ik keurig deed. Met de toenmalige lijn 3 naar de Rozengracht, daar over op Lijn 13. Die bracht je dan tot de toenmalige grenzen van de stad. Daar zat mijn school, op een toen nog open liggende zandvlakte.
Later ontdekte ik dat je ook met de tramlijn 4 naar het CS kon reizen en daar over op diezelfde 13. Dan kon je tenminste zitten. Immers, die lijn 13 begon daar. Vooral in de winter van groot belang. Veel van die trams waren nog van het heel ouderwetse type. Twee-assers met een losse aanhanger. Later ook nog wel drieassers met hun gesloten balkons. Ik reed zo vaak in die trams mee dat ik ook precies doorhad hoe je met dat ene gestempelde kaartje de halve stad door kon. Was dat belangrijk? Wel als je ook interesse had in de trams, de types en de nummering van die dingen. Had ik net zoveel interesse in als in de vliegtuigen die mijn latere interessesfeer zouden beheersen en de auto’s die ons leven thuis soms zo interessant maakten. Ik wist op enig moment precies welke trams werden ingezet op lijn 4. En op die ook door mij gefrequenteerde lijn 13 reden soms afwijkende tramtypen.
Omdat je op de Rozengracht heel bijzondere rails had liggen die zorgden dat vooral die oudere trams aardig heen en weer slingerden hadden die de voorkeur boven die logge drieassers uit die periode of de schitterende gelede trams die de GVB vanaf eind jaren vijftig toevoegde aan haar gamma. De tijden van de oude ‘blauwen’ waren geteld. Ik maakte nog net die overgang mee. Voordeel van die blauwe trams was trouwens dat ze open balkons hadden waar je met een sprintje zo op kon springen. Had je dan geluk stond de conducteur net aan de voorkant van die wagens en kon je een paar haltes gratis mee. Hij stempelde je kaartje met een rittijdstip. Hoe verder je kwam, hoe later die tijd en hoe verder je kon rondreizen in Amsterdam. Wat ik soms graag deed. Gewoon overstappen van de ene op de andere lijn en dan zien welke trams men nu weer op lijn 16 of 24 gebruikte. Maar die oude puntige tweeassers bleven mijn favoriete tramwagentype.





