Vrouwlief gaat op reis. Samen met onze schoondochter. Goede combi, kunnen het prima vinden. En ik blijf thuis. Samen hebben ze vast weer veel plezier en de plannen voor dit nieuwe tripje werden al enige tijd geleden gemaakt. Lekker ver weg, een bestemming met grote culturele en toeristische potentie. De opslagkaartjes in hun camera’s zullen er vermoedelijk tot de rand mee worden gevuld. Het is hen helemaal meer dan gegund natuurlijk. Ik ben er ook al wat aan gewend geraakt. Vaker met de familie op stap in de afgelopen jaren en ik blijf dan thuis. Dat laatste is deels een eigen keuze. In mijn carriere heb ik zo veel gereisd en gevlogen dat ik er op enig moment een beetje moe van werd. Daarbij is dat vliegen ook niet meteen comfortabeler geworden. Wellicht nog wel in de lucht, maar zeker niet op de grond. Ik stam nog uit het tijdperk dat als je ging reizen je een ticket kreeg van de airline waarmee je geacht werd te vliegen en dat je dan ging inchecken op Schiphol, je eventuele koffer afgaf en daarna de paspoortcontrole passeerde voor een wandeling richting de Gate waar jouw vlucht op je wachtte. Eventueel nog even ‘taxfree’ shoppen en daarna op het gemakkie een bakkie doen. Alles binnen redelijke tijd voor vertrek.
Zo vloog ik heel Europa door, maar ook naar de VS. Tegenwoordig is alles anders. Je boekt via het internet, print zelf een A4tje uit met je ticketgegevens en checkt ook jezelf in. Bagage meenemen is een oefening waarvoor je moet afstuderen wil je het snappen en de veiligheidsvoorzieningen zijn zodanig streng dat je zowat drie uur van te voren aanwezig moet zijn om op tijd bij die gate te komen. Het taxfree shoppen verloor haar aantrekkelijkheid sinds we in de EU grenzenloos met elkaar omgaan en de prijzen in die winkels vergelijkbaar zijn (zo niet duurder) met die in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Als je met een zgn. prijsvechter vliegt moet je zelf maar zien dat je snel aan boord komt als het startschot voor het ‘boarden’ heeft geklonken. Daarna is het ieder voor zich en God voor ons allen. Nee, ik ben daar niet van al weet ik nog steeds goed waar je wel en niet moet zitten in zo’n kist. En op elk vliegveld is de procedure gelijk. De magie van het vliegen voor mij daardoor deels verdwenen. Het vliegen zelf het leukste deel van de reis, alles op de grond vervelend. Daarbij ben ik zelf van het op tijd zijn en kan slecht tegen vertragingen.

Iets wat je bij de moderne luchtvaart toch met een korreltje zout moet nemen. Een probleempje met een los zittend lampje in de cockpit en jouw vlucht gaat een paar uur later de lucht in. Vreselijk! Kortom, ik hoef niet meer zo nodig. Nou ja, wellicht nog eens naar Berlijn of zo. Maar langere vluchten? Nee! En dat voor iemand die zijn hart verpachtte aan die luchtvaart. En dat ook nog steeds is. Maar dat gaat dan meer om die vliegtuigen zelf. Hun uiterlijk, geluid. De magie van het vliegen is er na een paar honderd vluchten wel wat vanaf. Hoe anders was dat toen ik nog aan het puberen was en twee tot drie keer per week op het oude Schiphol kou en slecht weer trotseerde om naar die prachtige vliegtuigen van toen te kijken. Die naar bestemmingen vlogen als New York, Stockholm, Rome of Helsinki. Moskou was er ook zo een, en Praag. Als ik nu in mijn logboek kijk en de bestemmingen zie die ik allemaal vliegend bezocht weet ik intussen dat die magie van toen deels bewaarheid werd. Prachtige steden gezien, dito landen. Leuke mensen ontmoet. Sommige dromen kwamen uit, andere niet. De komende dagen moet ik mijn eigen kostje zien te koken en via de sociale media communiceren met de reizigsters. Die vast enorm genieten. Net als ik. Voor hen. Ik wens ze uiteraard heel veel plezier. En een veilige terugreis. Ik luister met plezier naar de verhalen….

Wiens schuld is het dat het verkeer in de grote stad vaak zo chaotisch verloopt? Ligt dat slechts aan de verkeersdeelnemers? Natuurlijk, er mankeert veel aan de kennis van regels bij vooral jongere weggebruikers. Zo zijn eenrichtingsstraten niet voor iedereen duidelijk. Is met de scooter over een trottoir rijden meer schering dan inslag. Parkeren op diezelfde stoep ‘moet kunnen’ en met te hoge snelheden een straat injagen is ook al meer normaal dan uitzonderlijk geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Men laat het hier veel voorkomende langdurig afsluiten van straten over een laag geschoolde ambtenaren die zonder enig inzicht van de gevolgen toestemming geven tot het opbreken van een weg, gracht of die straat waardoor bedrijven niet te bereiken zijn en het verkeer hopeloos vastloopt. Daarnaast is laden en lossen of verhuizen iets dat met wat heethoofdige karakters in de file er achter kan leiden tot stress maar ook onwettig geachte alternatieve omwegen.
Tel daarbij op dat de politie vele taken kent, maar toezicht op het verkeer behoort daar kennelijk niet meer bij. Je moet wel met een watervliegtuig op de Amstel landen wil er een agent iets ondernemen. Men rijdt vrolijk langs kruispunten waar mensen massaal door rood rijden vanaf de andere kant en een unieke Amsterdammer die als voetganger of fietser wacht voor een rood stoplicht is ook geen reden voor optreden. Nee, de politie is druk met van alles, maar ik weet niet echt waarmee. Nou ja, in geval van nood blijken we voldoende blauw op straat te hebben om de boel op te lossen, maar dat geldt niet voor het verkeer. Sinds de specialisten van de verkeerspolitie er niet meer lijken te zijn, wordt het overgelaten aan de vaak jonge surveillant om af en toe te oefenen op jonge dames die met hun fiets toch daar fietsen waar het niet mag, al dan niet zonder achterlicht op de door hun fraaie achterwerk bezeten fietsen.
Als ik dan toch aan het mekkeren ben….laat ik het dan maar eens hebben over het gedrag van ouders die met de auto hun kinderen halen en brengen van/naar school. Een landelijk probleem dat steeds idiotere vormen aanneemt. Kijk, ik snap wel dat je die kleine schapen niet alleen wilt laten in een wereld waarin juist kinderen prooi zijn voor allerlei engerds of waar ze wegen tegen komen die door mafkezen worden benut om hun autovermogens te testen. Maar dat je eenmaal bij of voor die school zelf verandert in een wezen zonder normaal denkproces…nee, dat snap ik niet. En wie wel eens langs een schoolgebouw komt waar die instelling net de poorten opent voor die kleine vermeende prinsjes of prinsesjes, weet wat er dan verkeerstechnisch ontstaat. Chaos! Immers, niet de straat en wat daar beweegt telt meer, nee, dat kind dat moet worden afgezet of opgehaald. Desnoods driedubbel geparkeerd en liefst op zodanige afstand van die school dat er niemand meer langs kan. Bij mijn schoonma is onlangs een nieuwe school gebouwd. Prachtig ding, leuke hekjes en bosjes er omheen, maar de parkeerruimte in de buurt werd niet aangepast. En dat parkeergebied, ik schreef er al eerder iets over, is van de betaalde soort.
Als het kleine verwende nest maar niet ver hoeft te lopen. Ik maakte er onlangs toch maar eens wat plaatjes van. Vanaf tien hoog krijg je dan wel een aardig overzicht. Niet dat dit uniek is hoor, bij zowat elke school in ons land is de situatie vrijwel gelijk. Hoe welvarender de woonomgeving, hoe meer verkeer. In de grote stad zie je meer van die verlengde bakfietsen. Niet dat die dingen geen overlast verzorgen hoor. Ook daar zie je dat elke verkeersregel gewoon niet bestaat als het kroost moet worden ingeladen. Of vervoerd. Want dan is het voetpad ineens ook voor de fietsers zo lijkt het en met een vol beladen bakfiets blijkt aangeven van richting niet meer mogelijk. Kortom, er is heel wat aan te merken op het gedrag van ouders en grootouders die bezig zijn met het verwennen van hun kleine urkies door ze te halen en te brengen van/naar die plekken van culturele bijspijkering. Handhaving zou veel kunnen helpen, maar anders dan in mijn vorig blog aangeroerd, is hier in geen velden of wegen een controleur te vinden. Te veel kans op ellende of weerstanden vermoedelijk. Want ouders met kinderen, het zijn ineens heel andere menssoorten. Daar moet veel voor wijken, zelfs de medemens. Maar asociaal blijft het.
Ik kreeg de afdeling Kredieten toegewezen en kwam daar terecht als ‘jongste bediende’. Dat was behoorlijk hard werken. Administratief licht werk, afgewisseld met sjouwen van dossiers. Ook bijhouden van een index kaartsysteem. De computers van nu kwamen pas een paar jaar later in zwang. En waren toen net zo groot als die hele afdeling waar ik indertijd acteerde. Ik deed mijn werk samen met een stuk of zes recruten afkomstig van soortgelijke scholen als ik doorlopen had, die werden ingewerkt door lieden die al een jaartje langer op die baantjes hadden gezeten. Na een jaar werken schoof je dan zelf een stukje omhoog in de hiërarchie. In dat eerste jaar stelde je niet zo veel voor. Het was buffelen voor je geld en dat geld viel niet zo mee als je achteraf kijkt wat je dat eerste jaar in het loonzakje kreeg. Fl. 87,50 bruto! (omgerekend naar nu E. 40,00) Daar hield je dan iets van zeven tientjes aan over. Per maand! En daarvoor moest je echt nog pezen! Niks respect, niks aanzien, gewoon jongste bediende! Ik leerde er veel. Na een jaar buffelen schoof ik dus ook een plekje op. Andere administratieve handelingen, nieuwe taken, minder druk op de ketel. Ik begon me daar dan ook echt senang te voelen. Er verschenen ook nieuwe ‘’dames’ op de afdeling die me interesseerden. Want ook bij de (strikt gescheiden) vrouwenafdeling ging die opvolging zoals bij de jonge mannen. Elk jaar nieuwe aanvoer. Er vielen overigens ook mensen af die het niet vol hielden. Het was ook best zwaar.


