
De afgelopen tijd was en is er veel te doen over een door de overheid aanbevolen zgn. noodpakket. Dat advies heeft van doen met het idee dat als morgen een gewapend conflict zou uitbreken dit ons zal treffen waar het zeer doet. Omdat dan naar verwachting geen vers water meer beschikbaar is, of warmte, dan wel stroom. Dus opwindbare radio’s, waterzuivering, blikgroenten, etcetc. Sommige van die pakketten kosten je 45 euro, maar er zijn er ook van 450 Euro naar gelang men je bang genoeg heeft kunnen maken. Sommige van die zaken hebben wij hier allemaal nu al wel in huis. Batterijen, een noodradiootje, blikgroenten, zelfs flessen met water, maar bedenk maar dat als je het dagelijks verbruik van een gemiddeld huishouden zou moeten compenseren je al snel een tank van honderden liters water nodig hebt om de voorgestelde 72 uur van een rampscenario te overleven. Daarbij is het zo dat veel huishoudens (zeker door de energietransitie) het moeten doen met slechts een enkele warmtebron.

Tijdens WO2 hadden veel mensen nog wel eens een potkacheltje dat houtgestookt eten kon verwarmen. Wie heeft die soort kachel nu nog?? Laat staan de bijbehorende schoorsteen? Valt zowel de gas- als stroomvoorziening uit zal de meerderheid van ons volk dus in de grootste problemen komen. Kaarsen zijn leuk, maar dan een paar uurtjes voor de gezelligheid. Hoe dan ook, bij een terreuraanval met redelijk beperkte gevolgen is dat noodpakket leuk, bij het serieuzer werk is ook dat pakket volstrekt nutteloos. Immers, bij een nucleaire aanval op onze infrastructuur, zeg even de havens of pakweg Schiphol, is de schade niet te overzien. In een omtrek van grofweg 25-50 km is dan alles weg. Daarnaast volledig besmet met radioactiviteit. En bij gebruik van bepaalde oorlogswapens legt ook de elektronica het af, dus valt er weinig meer te doen met je mobiele telefoon, je opwindbare radio of je satelliet-horloge. Kijk eens naar de schade door dit soort wapens tijdens de aanvallen op Hirosjima en Nagasaki anno 1945, maar zeker ook naar de effecten van dit soort bommen tijdens tests met veel zwaardere exemplaren in de jaren na WO2. Het idee dat je dat wel overleeft als je met een helm op onder een tafel gaat zitten met je noodpakket in de buurt is redelijk naief. Nu is de kans op een dergelijk grootschalig conflict ondanks alle propaganda op dat gebied nog relatief klein. Niemand zoekt zijn eigen ondergang, ook dictatoren niet. En die weten ook dat iedere aanval meteen zal leiden tot een contra-aanval van wellicht nog veel dodelijker aard. Nee, noodpakketten zijn leuk voor crisissituaties waarbij je weet dat het na een dag of wat wel weer goed komt. Eerder iets met binnenlandse onlusten dus of een regionale oorlog zoals we die in Oekraine zien en niet bij echte wereldoorlogen. En laten we hopen dat geen van de dictators in deze wereld dat laatste toch eens wil proberen. Want echt, dat vertellen we niet meer na. De geschiedenis vertelt ons meer dan we zelf vaak (be)denken…. ( Beelden: Internet)


Onlangs vernam ik via de hoofdstedelijke media dat het zgn. Stadsdeel Zuid van zins is om op een mij uit de jeugd zeer bekende plek een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Dit tot groot (en zeer te begrijpen) ongenoegen bij een deel van de omwonenden. Zoals ik wel vaker heb gesteld, de Amsterdamse stadsdelen worden meestal beheerst door wat linksig ingestelde types die het liefst zouden zien dat hun omgeving terugglijdt naar de oude tijden van voor de massa-industrialisering of de dagen van paard en wagen. Zou men in dit geval teruggaan naar die oude tijden (wat men niet doet hoor, want een parkeergarage levert ook heel veel geld op) kwamen we uit bij een periode in de geschiedenis waarin het rijke Roomse leven nog dominant was in die buurt. Want ik maakte die periode en specifiek daar in die omgeving zeer bewust mee. Op de plek waar men wil gaan bouwen stond ooit de grootste kerk van Amsterdam, de Sint-Willibrordus buiten-de-veste. Een echt enorm gebouw dat haar eenzame centrale toren tot ver buiten de stad liet zien. En dat hadden er meer kunnen zijn ware het niet dat het geld in de 19e eeuw al snel op was tijdens de bouw en men het oorspronkelijke ontwerp vann architect Kuypers los moest laten. Maar dit neemt niet weg dat dit de grootste neogotische kerk was die ooit in ons land is neergezet. Hij was 100 meter lang, 46,5 meter breed en ook nog eens 60 meter hoog.
De omvang van die kerk weerspiegelde meteen veel rond de samenstelling van de bevolking toen. Die was in die jaren overwegend katholiek, een kleiner deel zoals dat toen heette ‘protestant’ en er waren ook nog wat mensen die ‘niets’ waren. De buurt Oud-Zuid waartoe deze omgeving behoorde lag opgesloten tussen de Stadhouderskade aan de ene kant en de Jozef Israelskade aan de andere. De Amstel was weliswaar een aardige barrière, de vele bruggen over die rivier maakten dat ook katholieken uit het oostelijk deel van de stad naar deze grote kerk konden komen in geval van verplicht gebed. Die kerk had een nevengebouw, de lagere (Sint Martinus)school, die uiteraard ook zwaar katholiek onderwijs verzorgde en in een belendend pand gaf men dan ook nog sport/gymnastiekles. Ergens aan het einde van de jaren zestig ging het echter in dubbel opzicht mis. Het katholicisme leed sterk onder de ontkerkelijking, het aantal gelovigen liep sterk terug. De door Kuypers gebouwde kerk begon het wellicht daardoor letterlijk en figuurlijk te begeven. Het geld voor restauratie intussen op.
De parochie verhuisde naar een foeilelijk laag maar nieuw gebouw, midden tussen de huizen van de eerder genoemde buurt. De oude kerk werd in 1970 afgebroken. Al snel verrees er op het open terrein een bejaardencentrum, de oude lagere school werd daarop gekraakt. Later, eind jaren zeventig, is die school alsnog afgebroken en werd het bejaardenhuis nog wat verder uitgebreid. Maar de tijden zijn veranderd. Bejaarden moeten kennelijk thuis in de tuin van hun kinderen worden opgevangen, liefst in de schuur of zo, dat bejaardencentrum is over de houdbaarheidsdatum heen. De buurt door de decennia heen bevolkt door yuppen, nieuwkomers, jongeren. Dus moet er zo nodig een parkeergarage komen. Voor al dat ‘vreselijk blik’ dat dan uit de straten kan worden gehaald om het dorpse gevoel voor de bestuurders van het stadsdeel terug te brengen in de grootste stad van Nederland. Een schande is het in mijn ogen. Maar ja, de moderne tijd en zo meer. We moeten er maar aan wennen dat niets blijft zoals we het graag zouden willen. Nou ja, als je een normale burger bent en niet behoort tot de minderheden. In dat laatste geval kan dan wel alles. Wellicht moet ik toch maar weer beleidend katholiek worden. Dan behoor ik in deze omgeving weer tot een minderheid die op veel begrip kan rekenen. Wie weet wat ik dan nog kan bereiken…