Nadat de medische molen als resultaat en conclusie opleverde dat ik in een redelijke conditie verkeer maar dat ik wat moet letten op mijn cholesterolniveau startte ik zelf maar met een soort van dieet wat moet zorgen voor verlaging van alles behalve al te veel leefgenot. Dus ook geen alcoholische drankjes meer, geen suiker in de thee, en verder minder, minder minder van alles wat ik normaal naar binnen werk(te). En dat wordt dan automatisch vast ook gemerkt door onze favoriete hoofdstedelijke banketbakker Kwekkeboom waar we voorheen erg graag na een stevige wandeling neerstreken voor een bakkie thee met een lekker broodje kroket (vrouwlief neemt steevast iets anders…). Die kroketten van deze lui zijn nationaal beroemd en dat zit hem toch in de vulling en structuur. Een lekkernij waarbij mij de tranen uit de ogen lopen als ik eraan denk dat ik die nooit meer zou mogen verorberen. Een kroket is natuurlijk een in het vet gebakken ding, vol vlees en saus, wat zout plus nog zoiets en goed heet gebakken (krokant maar niet te bruin) zijn ze het lekkerst. Een genoegen! Tot mijn besluit om op dat minder-minder-minder te gaan zitten, waren we toch tenminste een keer per week te gast bij die lui. Dat hakt er in. Zet het nu vermijden ook zoden aan de dijk? Vast niet, maar symbolische beslissingen zijn ook van waarde.
Het is trouwens opvallend hoe wij Nederlanders met die kroketten omgaan. De meeste van die dingen worden genuttigd bij een snackbar, liefst lopend op straat, en dan maar proberen tong en binnenkant gehemelte niet te verbranden. Daarmee is de kroket al decennialang een arbeidersgerecht geworden terwijl het ooit, lang geleden alweer, meer iets was voor de hoge heren en dames, als gerecht tussen voorspijs en hoofdgerecht. En je had ook heel wat verschillende soorten weet ik nog. Als kind maakte ik mee dat mijn moeder bij een heel bijzondere gelegenheid nog trakteerde op garnalenkroketten, dat was echt iets aparts, en dat at je echt niet met je handen of zo. Daar werd met mes en vork van genoten. Tegenwoordig is die kroket een lunchgerecht. Ik heb vaak aan mijn buitenlandse gasten van toen moeten uitleggen wat dat voor dingen waren, wat erin zat en hoe het smaakte. Goede exemplaren werden naar waarde geschat. Hoe donkerder gebakken en hoe meliger gevuld, des te minder enthousiasme.
Wij Nederlanders zijn er in ieder geval gek op. Iedere vaderlander eet er 22 per jaar. In totaal worden er 350 miljoen per jaar gemaakt. Een deel van de kwaliteit waar ik zelf zo van hou. Maar nu even niet. Ik moet afzien, lijden, hongeren, houtjes bijten…. Daarom wellicht dit smakelijke blogverhaal. Voor hen die er straks lekker in bijten, ga je gang. Eet smakelijk en denk aan mij….

Wie mij de afgelopen tien jaar heeft gevolgd als lezende blog fan zal het niet zijn ontgaan dat ik voor mijn (steden)trips graag richting het Duitse land afreis. Dat is vaak gevolg van de combinatie; land, steden, winkels, eten, gastvrijheid en bereikbaarheid. Met een beetje geluk rijd ik binnen twee uur de meeste van de ons geliefde bestemmingen zo aan vanuit onze Hoofdstad. Halverwege september dus weer eens naar Aken. De oude Karelstad ondergaat een metamorfose. Men pakt de oude binnenstad flink aan en volgt daarbij de trends uit de andere grote Duitse steden op het gebied van winkelfaciliteiten. Eind vorig jaar ging een nieuw overdekt winkelcentrum open dat een enorme aanwinst is voor de stad die de laatste jaren wel wat kraakte in de economische jas door de crisis etc. Wij zagen door de loop van de jaren heel wat van oudsher bekende winkels verdwijnen en de lege panden niet meer opgevuld worden. Zo raakte je dan bekende namen kwijt zonder dat er veel voor terug kwam. Maar met de komst van dat nieuwe centrum is dat in een klap opgelost.
Prachtig gebouwd (men deed er ook een paar jaar over) en voorzien van etages vol winkelplezier, maar ook een breed aanbod van horecazaken. Waar je terecht kunt voor allerlei voedsel uit de hele wereld. Wij aten er heerlijk Indiaas, maar dat had ook Chinees, Turks of Japans kunnen zijn. Bedenk het en het wordt aangeboden. Betaalbaar en zeer smakelijk. Er is (logisch) veel bewaking aanwezig en ook de schoonmaakploeg doet haar best alles tiptop in orde te houden. Toiletten zijn er ook, jammer dat je daarvoor tenminste 50 cent per persoon moet betalen aan een (buitenlandse) chagrijnige dame. Maar het moet gezegd, verder is dit winkelcentrum een aanwinst. Aken pakte ook uit met allerlei culturele evenementen. Men was even hoofdstad voor allerlei digitale congressen en er liep een zomers festival vol muziek en speciale markten.
Voor ons trouwens minder interessant. Wij waren meer bezig met onze vaste adresjes op het gebied van liefhebberij en kleding. Maar het totaalpakket is zo plezierig dat je er graag terugkomt. Aken is een leuke en mooie stad. We kennen hem door de vele bezoekjes in voorgaande jaren en dat helpt bij het vinden van de juiste plekken. Parkeren deden we in een Parkhaus onder een groot hotel. Hele dag voor zeven hele Euro’s. Ook dat is aantrekkelijk i.v.m. andere steden. U snapt het wel, we genoten. En dat komt dus mede doordat het aanbod van winkels nu flink groter is dan het ooit was. Oud werd ingeruild voor nieuw. Maar wie zijn weg kent zal verslaafd raken aan deze stad. Die nu al druk is, want er komen veel (Limburgse) Nederlanders en Belgen die de stad ook waarderen om zijn gastvrije manier van bezoekers verwennen. Er zijn helaas ook wel heel wat zwervers te vinden. Bescheiden zittend bij hun hoedje of petje. Meer dan ik me van vroeger kan herinneren. Maar dat is een verschijnsel dat je in Duitsland wel meer ziet. Wir Schaffen Dass heeft kennelijk ook zo haar schaduwkanten.







