
Wij mensen zitten soms best vreemd in elkaar. We menen bijvoorbeeld dat alles wat wij aanschaffen voor altijd en eeuwig de zelfde waarde zal houden of wellicht zelfs in waarde zal stijgen. Immers, wij kochten het en dat alleen al is reden om die (veel te hoge)verwachtingen te koesteren. Maar het komt ook voort uit het feit dat veel mensen de waarde der dingen nog kunnen of willen erkennen. Een televisie is bijvoorbeeld een modern ding dat technisch nog jaren meegaat als we het apparaat op normale wijze gebruiken. Dat geldt ook voor een bankstel. Veelal zijn dat toch best prijzige uitgaven en we menen dat de waarde die wij er voor betalen altijd aan dat onderdeel van het huishouden zal blijven kleven. Nou….vergeet het maar. Diezelfde tv, uitgepakt en opgesteld, is eigenlijk al 50% minder waard dan zijn net betaalde nieuwprijs als hij in de kamer staat en zijn eerste programma doorgeeft. Dat geldt in nog wat sterkere mate voor normale confectiemeubelen. Het verandert iets als het gaat om een bijzonder merk met een enorme aanschafprijs.
Maar bedenk maar eens dat 99% van de mensheid het geld niet heeft om die peperdure zaken aan te schaffen. Zo zit dat ook met andere artikelen. De meeste zaken in een normaal huishouden lijden onder de afschrijvingsregels. En die afschrijving is vaak steil. Veel hoger dan wij ons vaak ook maar kunnen voorstellen. Alle roerende goederen hebben er last van. Zelfs kunst. Want dat wordt wellicht ooit iets waard als we tweehonderd jaar verder zijn, maar nu?? Zeldzaam! Ook al denken veel mensen dan wel dat ze met dat kunstzinnige spul goud in handen hebben. Komt ook doordat ze kijken naar programma’s als Kunst of Kitsch en dan ontdekken dat zij ook een ‘Rembrandt hebben gekocht op de rommelmarkt’. In de praktijk valt dat veelal tegen. Dat doet het ook bij auto’s of motoren. Die schitterende glimmende bolide die je net splinternieuw uit de showroom naar buiten rolde bij de dealer die hem aan je verkocht, is nadat je bent ingestapt al 5% minder waard! En die afschrijving gaat gestaag verder.
Al was het maar omdat de meeste auto’s ook gewoon worden gebruikt, er wordt mee gereden, en die auto lijdt dan onder het fenomeen van het gebruik, het weer, of wat ook. Je schrijft dus gemiddeld per jaar 15% van de waarde af. En bij sommige auto’s gaat dat sneller dan bij anderen. Vraag en aanbod spelen een rol, net als het merk of het type auto dat je koos. Maar zeker ook de kleur. Wit lijkt leuk, maar niemand wil dat tweedehands kopen. Resultaat een witte auto schrijft sneller af dan bijvoorbeeld een zwarte of zilverkleurige. De staat van onderhoud speelt ook een rol. En wie denkt (gezien de vele gesprekken tussen koper en verkoper waarin dit onderwerp passeert) dat zij/haar auto gewoon nog de nieuwwaarde zal opbrengen na vier jaar met 50.000km op de teller snapt het economische systeem niet. In feite zie je slechts bij huizen of ander vastgoed dat het daar anders in elkaar steekt.
Huizen worden in de goede jaren meer waard dan je er ooit voor betaalde. Moet je wel geduld hebben en een markt die gewillig is, maar dan nog. Op een huis schrijf je zelden zoveel af als bij roerende zaken. En dus is dat geen slechte investering. Mits je financieel zodanig bent voorzien dat je een eventuele tegenvaller kunt opvangen. Belangrijk als je terugdenkt aan de crisis van een jaar of tien geleden. Wie toen boven zijn nek gefinancierd was, bleek onder water te gaan en dat is een heel vervelende zaak. Dan schrijf je bij verkoop nog veel meer af dan bij die tv of bank. Maar dat is dan weer iets voor een ander blogje…..

Aan de zuidkant van de grote stad waar ik woon, werk en leef, bevindt zich een paar enorm uitgebreide groene zones die bij mensen van buiten onze stad nauwelijks bekend zijn. Zoals het Amsterdamse Bos dat in basis werd opgezet om niet alleen bleekneusjes uit de grote stad van de jaren twintig/dertig in de vorige eeuw van wat frisse lucht te voorzien, maar ook om de massale werkloosheid die toen heerste te helpen onderdrukken. Ergens in 1932 werd het project in fase 1 afgerond, daarna kwamen er nog wat stukken bij en zelfs na de oorlog legde men een nieuw deel aan ten zuidwesten van de toenmalige verbindingsweg tussen Amstelveen en Schiphol. Het Amsterdamse Bos is intussen verworden tot een flink groot woud vol spontane of aangestuurde natuur. Er zijn vennen en grote waterplassen te vinden, strandjes, wandelpaden en fietswegen, je kunt er via de zgn. Bosbaanweg met de auto in en wij zijn er dan ook al vele jaren lang regelmatig te vinden. Heerlijk wandelen bij het geluid van de vogels, het ritselen van de bladeren en het geblaf van de altijd in dubbele zin van het begrip uitgelaten honden.
En wie houdt van dynamiek, kom dan bij stevige westenwind eens langs, dan landen de vliegtuigen op de zgn. Buitenveldertbaan en dan lijkt het wel of ze midden in het bos de landing willen inzetten. Ik kijk er als liefhebber altijd met veel plezier naar. Stukje verderop, aan de rand van de chique wijk Buitenveldert en begrenst door de Amstel ligt nog een prachtig gebied. Ik beschreef het al eens eerder. Het Amstelpark. Ooit onderdeel van de opzet voor de begin jaren zeventig gehouden Floriade-expositie. Die tentoonstelling verdween, het park bleef. Prachtig, rustig en interessant. Voor hen die er oog voor hebben. Beide groengebieden zijn voor ons simpel te bereiken. Met de auto, fiets of als het moet lopend. Je kunt er heerlijk vertoeven en waant je zeker niet in de grote stad. En wellicht maakt dat Amsterdam wel extra zo’n aantrekkelijke stad om in te wonen. Of voor toeristen om te bezoeken. Niet allemaal komen ze voor de Wallen, musea of Coffeeshops. Als ik de talen hoor die hier in die bos- en parkgebieden worden gesproken heeft het nieuws over al dat groen ook mensen van elders bereikt. En dat is goed. In de winter is het allemaal weer voor de Amsterdammers. En voor hen is het natuurlijk ooit bedoeld geweest. Als Oase in de drukke omgeving van een enorme stad. De hoofdstad!


