Half Amsterdam door op 1 enkel kaartje…

ANE49 - Blauw tram 454 - met aanhanger Amstelveen - 050792 - Scan10122Hoewel ik uit een gezin stam waar de auto vrijwel altijd centraal stond, al was het maar omdat mijn leasevader daarin handelde op zijn manier, was het gebruik van tram, trein en pont ons niet onbekend. Met ons bedoel ik dan mijn moeder, broer en ik. Met de ‘Blauwe’ tram naar Zandvoort, of in het ‘Bootje van Bergman’ naar de overkant van het IJ en dan op de NZH-tram naar Volendam Marken en zo meer. In de stad zelf maakten we vaak gebruik van de trams van het GVB. Prima verbindingen, wij hadden twee tramlijnen echt om de hoek van ons woonadres beschikbaar, en betaalbaar. Als puber maakte ik er veel gebruik van. Ik zat in Amsterdam-West op de middelbare school, gevolg van de katholieke opvoeding, en daar kon je het beste maar met de tram naartoe reizen. Wat ik keurig deed. Met de toenmalige lijn 3 naar de Rozengracht, daar over op Lijn 13. Die bracht je dan tot de toenmalige grenzen van de stad. Daar zat mijn school, op een toen nog open liggende zandvlakte.

Lijn 4 938Later ontdekte ik dat je ook met de tramlijn 4 naar het CS kon reizen en daar over op diezelfde 13. Dan kon je tenminste zitten. Immers, die lijn 13 begon daar. Vooral in de winter van groot belang. Veel van die trams waren nog van het heel ouderwetse type. Twee-assers met een losse aanhanger. Later ook nog wel drieassers met hun gesloten balkons. Ik reed zo vaak in die trams mee dat ik ook precies doorhad hoe je met dat ene gestempelde kaartje de halve stad door kon. Was dat belangrijk? Wel als je ook interesse had in de trams, de types en de nummering van die dingen. Had ik net zoveel interesse in als in de vliegtuigen die mijn latere interessesfeer zouden beheersen en de auto’s die ons leven thuis soms zo interessant maakten. Ik wist op enig moment precies welke trams werden ingezet op lijn 4. En op die ook door mij gefrequenteerde lijn 13 reden soms afwijkende tramtypen.

L10 - Dubbelgelede '706' Marnixstraat geel - 0175 Scan10230Omdat je op  de Rozengracht heel bijzondere rails had liggen die zorgden dat vooral die oudere trams aardig heen en weer slingerden hadden die de voorkeur boven die logge drieassers uit die periode of de schitterende gelede trams die de GVB vanaf eind jaren vijftig toevoegde aan haar gamma. De tijden van de oude ‘blauwen’ waren geteld. Ik maakte nog net die overgang mee. Voordeel van die blauwe trams was trouwens dat ze open balkons hadden waar je met een sprintje zo op kon springen. Had je dan geluk stond de conducteur net aan de voorkant van die wagens en kon je een paar haltes gratis mee. Hij stempelde je kaartje met een rittijdstip. Hoe verder je kwam, hoe later die tijd en hoe verder je kon rondreizen in Amsterdam. Wat ik soms graag deed. Gewoon overstappen van de ene op de andere lijn en dan zien welke trams men nu weer op lijn 16 of 24 gebruikte. Maar die oude puntige tweeassers bleven mijn favoriete tramwagentype.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En dat zijn ze nu nog. Al weet ik uiteraard dat er weinig van die oorspronkelijk trams bewaard zijn gebleven. Ze hobbelen in de zomermaanden nog op een museumlijntje langs het Amsterdamse Bos. Maar dat is toch iets anders al heb ik uiteraard als oudere jongere nog wel eens in die trammetjes daar gezeten. Voor een vaste prijs! Want van voordeel was en is geen sprake meer. En van voordelig overstappen van de ene op de nadere lijn ook niet. Trams zijn zakelijke en wat onpersooonlijke vervoersdingen geworden. En dat kaartje werd een OV-Chipkaart. Niks aan. Maar wel zo comfortabel. (Foto’s: Yellowbird/internet)

Perronrel

WP_20141104_006Het openbaar vervoer van onze stad kent een redelijke servicegraad waar het mensen betreft die met de fiets naar, van of in het centrum van Amsterdam willen reizen. Die kunnen dan tegen extra betaling voor hun tweewieler mee. Toen wij onlangs ook weer eens met de Metro reisden, de auto is geen optie gezien de bespottelijke parkeertarieven in de hoofdstad, werd het deel van het verder redelijk volle metrostel waar wij instapten deels geblokkeerd door drie fietsen. Twee stonden naast elkaar geparkeerd tegen de wand naast de ingang, een derde stond midden in het looppad, de eigenaar zat er half op. Niks mis mee, wij konden nergens zitten, dus bleven maar in de buurt van die uitgang staan. Vier haltes was best te doen toch? Bij het uitstappen bleken de twee geparkeerde fietsen toe te behoren aan een wat ouder licht gekleurd echtpaar. Ze wrongen en stootten zich een weg tussen de overige passagiers door naar hun tweewielers. Die dingen moesten van het slot en dan weer tussen de andere passagiers door naar de uitgang gebracht. Geen woord van excuus, geen vraag om even te mogen passeren. Nee, gewoon doorduwen. Dat leidde tot wrevel. Ook bij ons, en dat ontaardde weer tot een klein relletje.

fietsersWant de man van het tweetal was niet zo van de kritiek. Hij vond dat wij hem sowieso al aankeken met een ‘neerbuigende blik’. Op het perron van het station ging het nog even verder. Nu ben ik niet zo’n ruziezoeker, je koopt er niks voor en is zonde van je tijd. Maar vrouwlief laat een discussie niet zo maar lopen. Wel opgevoed als zij is verweet ze de man dat hij ‘ordinair’ was….. Dat kwam aan. De man bleef op afstand roepen over discriminatie en zo meer. Hij had vermoedelijk respect gewild, maar dat kreeg hij als aanstichter van de rel echt niet. Gelukkig stapten ze met hun fiets in een andere metro. En ik pakte het krantje met die titel en las me een weg door de nieuwsberichten. Fietsers zijn rare mensen, respect vragende fietsers nog een klasse erger. Gewoon vergeten is het beste. Maar voortaan gaan we niet meer in een hoek staan waar de fietsen zijn geparkeerd. Je weet maar nooit wat voor types je dan weer tegenkomt….

Helmondse geneugten….

WP_20150716_001Met onze poldervriendjes maken we nog wel eens een tripje. Niet echt gepland, behalve de data voor dat weg gaan zelf weten we niks, want we boeken dan een Mystery Hotel. Ergens in Nederland. Waarbij je dan wel een streek of provincie mag aangeven. Maar het blijft tot het laatste moment een vraagteken waar je terecht komt. Het  meest recente uitje bracht ons in Helmond. Een plaatsje dat ik nooit eerder op mijn verlanglijstje had gezet maar daar nu door deze oefening ineens op kwam te staan. Helmond, wat moet je er mee, wat gaat dat brengen? Die gedachten kwamen toch even voorbij. We logeerden in een prachtig hotel recht in hartje centrum. Prachtige moderne kamers, veel luxe, en op 100 meter van de ingang van dat centrum. Met rechts van ons hotel het in Helmond bekende Kasteel waarin zich het Gemeentemuseum bevindt. Terrassen te over en een stadscentrum dat meer dan gezien mag worden. Veel winkels, overdekt en in normale straten. En die straten zijn keurig verzorgd, relatief schoon en toen wij er waren uitstalplek voor een beeldenexpositie.

WP_20150715_036Prachtige uitingen van kunst soms, waar ik de camera veelvuldig liet klikken. Helmond dankt haar relatief verzorgde en wat chique uiterlijk aan de dames en heren ondernemers die hier in de IJzeren eeuw neerstreken toen de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd en industrie en handel een vestigingsplekje nodig hadden. Sindsdien is het ongetwijfeld ook een overloopplaats geworden voor Eindhoven en andere stekken in de omgeving. Het verkeer is in redelijke banen geleid, een deel van het centrum autovrij en toen wij er waren, ik schreef er hiervoor al over, stond er een stevige kermis. Maakte de stad gezellig en ook wat lawaaiig, maar dat is voor de kniesoor om op te letten. Helmond kent de nodige industriegebieden waar heel wat bedrijven te vinden zijn. Het lijkt mij prima voor de lokale werkgelegenheid. Bij de winkels viel me op dat er relatief weinig leegstand te vinden was. Altijd een goed teken. Maar misschien is dat in sommige buitenwijken wel anders hoor. In het centrum was het in ieder geval goed toeven en de woningen die we zagen oogden mooi.

WP_20150715_056Net als de kerken. We bezochten de St. Hubertus, in de Kerkstraat, hartje centrum. Dat is een kerk uit de beste Roomse tradities. Prachtig van opzet, schitterende gebrandschilderde ramen, maar een beetje somber van kleur. Uit aanvullende informatie bleek dat men op ‘drukke’ dagen (zondag) ongeveer 50 gelovigen in de kerk heeft zitten. Dus het geld is een probleem en achterstallig onderhoud is dat ook. Maar dat komt goed, er is een vorm van crowd-funding bedacht die samen met scholingsprojecten zal zorgen de de oude luister in het gebouw weer terug zal komen. Op andere plekken kwamen we de nodige kerken tegen die hun functie waren verloren. Er zetelden instituten in, appartementen of zelfs een supermarkt. Het kan verkeren in gelovig Nederland, ook in het zuiden. Neemt niet weg dat dit een aangenaam verblijf was in een stad die we normaal nooit zouden hebben uitgezocht. City marketing kan op dit punt wonderen verrichten….Zou ik doen als ik de Gemeente Helmond was. Want Helmond heeft echt voldoende te bieden om het mensen naar de zin te maken en je bent zo in Eindhoven of Noord-Limburg.