
Ergens aan het eind van de jaren zestig vloog de seksuele revolutie in dit land als een Apolloraket richting ongekende hoogten of verten en was alles mogelijk en zelfs juridisch toegestaan. Zoals het uitgeven van semi-pornobladen voor de gewone man of vrouw. En die werden dan ook een groot succes. Uitgevers van dit soort bladen werden later op andere terreinen beroemd of verguisd, maar met deze bladen als Chick of Candy werden ze zeker rijk. En dat zat niet meteen in de verhalen die ze aanboden. Die waren weliswaar sfeerverhogend, de echte handel zat in de kleine advertenties met foto die werden geplaatst door toenmalige stellen of solo’s die op zoek waren naar het avontuur of ‘verbetering van hun relatie’.

Vaak zocht men naast het eigen geluk een derde (of vierde) partner. Men wilde dan partnerruil en noemde dat ook expliciet. Nog grappiger was dat men niet schroomde om zichzelf met de beschikbare Polaroid camera letterlijk in de beboste vleze te fotograferen en die beelden dan met de gemiddelde lezer (vaak liefhebbers..) te delen. Het was juist dit aspect van deze bladen dat er voor zorgde dat ze succesvol waren. De oplagen zodanig dat bladen met een grotere naam en faam er met opgetrokken wenkbrauwen naar keken. Die waren blij met de helft van die cijfers. Sex sells en dat ging zeker op voor deze blaadjes. En dat duurde allemaal best lang. Tot aan de rand van de jaren negentig werden ze uitgegeven.

En dat zorgde voor een aardige bron van inkomsten bij de oprichters/uitbaters en hun opvolgers. Maar ik kijk anno 2026 ook met andere ogen naar de inhoud. Niet om wat men toen allemaal oreerde hoor… Ook naar de vaak wat wonderlijke plaatjes en het wensenpakket dat men open en eerlijk zoal adverteerde. We zijn nu pakweg 55 jaar verder. De toen adverterende ‘erotisch ingestelde paren’ waren indertijd pakweg 30-40 jaar oud, zouden nu 85-90 jaar moeten zijn. Zitten als het goed gaat achter de geraniums of in een verpleeghuis. Hoe zouden die dan terugkijken op die wilde jaren waarin ze zich letterlijk en figuurlijk blootgaven en genoten van hun grenzeloze zucht naar avontuur en seksueel genoegen? Als oudere mens is dat toch iets uit een ver verleden en je weet niet eens meer hoe dat ook al weer ging. Of blijft dat gevoel er altijd in zitten? Het blijft me fascineren. Zoals ik ook wel eens bedenk dat de dame die ik er ooit zo mooi vond uitzien op die autofolder van 1971 en die zorgde dat ik best viel voor merk en model, nu iets van 85 jaar oud moet zijn. Als ze nog leeft. Dat blijft toch schrijnen. De schoonheid verdwijnt en de lelijkheid blijft. Nou ja, vooralsnog bekijk ik het maar met verbazing en zeker ook filosofisch. Want hoewel adverteren doet begeren, ik voelde zelf die behoefte nooit zo waar het dit onderwerp betreft. Ik ben meer nieuwsgiering naar beweegredenen en zo….En jullie? (Beelden: internet)


Ze had het allemaal al meegemaakt vond ze zelf. Mannen die van alles van of met haar wilden toen ze nog een puber was. Ze hield ze sindsdien op afstand. Want voor je het wist zaten ze met hun handen op plekken die ze toen zelf nog nauwelijks had ontdekt. Later op haar werk kreeg ze te maken met collega’s die meenden dat het halen van een extra kopje koffie voor die lui een vrijbrief was om even onder haar rok te graaien of haar een tik op de billen te geven in het voorbijgaan. Ze leefde liever in een wereld waarin dit niet voor kwam. Boeken met een romantisch inslag, over prinsen die slapende prinsessen wakker kusten of desnoods redden uit een toren waar die dames gevangen werden gehouden door boze vaders of stiefmoeders. Ze zweefde weg bij romantische teksten van bepaalde zangers of zangeressen. Ze genoot van bepaalde films of series op tv. Maar in het echte leven wilde het maar niet lukken met de romantiek. Omdat ze zelf afstand hield. Op vakantie ging maar alle hunks aan zich voorbij liet gaan. Geen zin in het gedoe. Ze vermaakte zichzelf wel. Geen zin in zwangerschap, ziekten of gedoe. En zo leefde ze haar verdere leven. Weinig dieptepunten, een enkel hoogtepunt. Woonde op haar flat met haar kat en genoot van wat het leven te bieden had. Die ene keer dat ze eindelijk een man toeliet in haar leven werd het een mislukking. Hij was dominant, vertelde precies wat zij allemaal moest doen, maar stak zelf geen vinger uit in het huishouden. Nou ja, wel naar haar en dat was even leuk. Op enig moment vermoeide het haar echter en nam ze afstand. Mikte hem de deur uit. Weer een ervaring rijker en een illusie armer. Ze kon zich niet geven had ze gemerkt, maar wilde ook niet nemen. Ze wilde gewoon met rust gelaten worden. Op het werk deden ze dat gelukkig. Ze werd ouder, men tikte haar niet meer op de billen en de collega’s waren vaak jonger dan zij. Op haar 60e kreeg ze een leuk uitje van haar chef. Restaurant, een bonus,een toespraakje. Na afloop ging ze naar huis. De kat wachtte op haar. Daarmee hield ze hele gesprekken. Die was altijd goed voor haar. Na haar pensioen, een aantal jaren later, maakte ze de balans op. Geen kinderen, dus ook geen kleinkinderen, geen schoonfamilie en haar eigen vader en moeder intussen overleden. Ze was alleen. En zo stierf ze. Werd begraven door buren en enkele oud-collega’s. Die bij het afscheid nemen keurig afstand hielden. Het was coronatijd…..zij had er wellicht zelf van genoten. Heerlijk, niet klef of zo. Nou ja de cake na afloop…maar verder. Het was goed zo….
Ik moet Ruud Breems, anno nu, zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.
Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.
Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)