Leven met de vliegende pijl – 8 – Engeland en Korea!

Een paar kritische artikelen in de internationale en vaderlandse pers zetten de aanvankelijk goed lopende verkopen van de nieuwe Skoda’s uit 1977 aardig onder druk. Probleem was dat de auto’s op door de fabriek geleverde originele relatief smalle en wat hoge velgen, Tsjechische Barumbanden en basis onderstel uit de vorige reeks redelijk instabiel konden worden als de bestuurder wat weinig gevoel had voor het moment dat de wagen met zijn toch wat zware achterkant hard door een bocht heen moest. Zoals bij alle auto’s met de motor achterin moest je als bestuurder wel een beetje weten wat je deed en haakse bochten nemen met veel snelheid was niet zo handig. In Engeland waren mensen zo op hun zijkant en zelfs dak van hun nieuwe Tsjech terechtgekomen en de Britse tegenhanger van de ANWB vond de Skoda’s zelfs zo beroerd rijden dat ze de term ‘gevaarlijk’ gebruikte. De Britse importeur uit die jaren deed daarop iets heel slims, men werkte al snel met die zelfde consumentenorganisaties samen. Om die door hen geleverde Skoda’s te verbeteren. Dat lukte door de vering in te korten, andere dempers te monteren, bredere velgen plus banden, en het stuurhuis, toen nog worm en rol, strak aan te trekken, waardoor de auto’s veel beter rechtuit reden dan voorheen. Nadeel was dat je daarna flink moest trekken aan het stuurwiel om een bocht door te komen. Hoe dan ook, de Britten noemden de wagens vanaf dat moment ‘Estelle’ en brachten de modificaties onder de aandacht van de Tsjechische fabrikant. Die reageerde relatief snel voor een producent uit het toenmalige Oostblok.

De fabricage werd stil gelegd, aanpassingen gedaan en de auto’s op Britse wijze geleverd. Alleen de uit de vorige modelreeks stammende maar nog steeds separaat gebouwde S-110R Coupe ontsprong deze modificatie. Al snel kwamen er allerlei uitvoeringen op de markt die het thema Estelle onder de aandacht moesten brengen. Meest opvallend was de Super Estelle. Daarbij kreeg je als koper af fabriek sportvelgen, brede banden, een vinyl dakje en nog wat opsmuk. Het hielp de verkopen weer ietsjes op de been, maar het kwaad was eigenlijk al gedaan. De smet op het imago van de auto’s met de achterwielaandrijving uit Mlada Boleslav zou nooit meer helemaal verdwijnen, al lag er in de toekomst gek genoeg nog veel succes te wachten op ons dealers. Maar intussen moest er wel hard gewerkt worden om de schoorsteen in het dealerbedrijf te laten roken natuurlijk. Wij deden ons best om met de drie merken die we voerden door te gaan op de ingeslagen weg, maar de verkopen daarvan daalden toch gestaag. Intussen werd wel duidelijk dat we het met Dacia niet zouden redden. Die wagens bleken niet alleen te duur, maar ook te onbetrouwbaar. Dat merk zetten we dus al kort nadat we er dealer van waren geworden aan de kant.

De Polen op hun beurt haalden een truc uit door een aanvulling op het gamma aan te kondigen die in vele uitvoeringen leverbaar zou worden, zelfs met een dieselmotor. De FSO Polonez heette het ding en hij oogde op de eerste plaatjes die we er van zagen indrukwekkend. Die Poolse Fiats hielden we dus nog maar even aan. En omdat we in onze bedrijfsvoering wat veranderingen wilden doorvoeren werd mijn houten showroom uit begin 1977 voorbestemd werkplaats te worden voor een van onze gespecialiseerde afdelingen in auto-elektra, en kreeg ik een deel van het oudste pand, stammend uit 1932, vlak naast de doorgaande weg, waar een showroom werd ingericht voor drie auto’s, inclusief gezellig zitje en een informatiebalie met barkrukken. Mijn kantoor kwam achter deze showroom te liggen en zat daarmee in feite onderdak in een houtopslagloods van de buren.

Een voordeel was dat het toilet voor medewerkers en klanten er net naast lag, maar nadeel was dat onder het kantoor een waterafvoer liep. Het bleef een vorm van ontberingen ondergaan daar in dat Amsterdam-Zuid. Maar de ‘nieuwe showroom’ had tenminste wel verwarming, was voorzien van een harde vloer, en ik kon redelijk eenvoudig een beroep doen op mijn werkplaatscollega als er weer even te grote drukte heerste in de verkoop om dat met slechts een enkele man aan te kunnen.
Net klaar met deze verhuizing stopte er een half jaar later voor onze deur een kleine, wonderlijk gevormde auto. Twee heren in keurig pak stapten de nieuwe (..) showroomdeuren binnen en stelden zich enthousiast voor als vertegenwoordigers van een nieuw Koreaans automerk, Hyundai. Of wij er iets in zouden zien om dat voor hen te gaan verkopen in Amsterdam. Na een proefrit en bestuderen van de afgegeven informatie besloten we op dat verzoek in te gaan. Een jaar later waren we dus dealer voor Hyundai. Samen met nog wat Amsterdamse bedrijven die dit ook hadden gedaan, waaronder een van onze intussen naar Zuid-Oost verhuisde Skoda-collega’s. Het werd druk…vooral omdat we al die merken ook ergens op het nieuwe briefpapier kwijt moesten. Wordt vervolgd! (Afbeeldingen: Yellowbird Photo/Skoda – Alle teksten eigendom van de auteur)

1977

037Ieder mens kent in zijn/haar leven wel momenten dat hij/zij beslissing nam of neemt die grote invloed hadden of hebben op later. Ook uw meninggever overkwam dit. Meerdere malen zelfs. Vaak omdat je in de waan van het moment toch minder goed afweegt wat de consequenties kunnen zijn voor de toekomst. Maar soms pakt het ook goed uit. Zoals in het jaar 1977, toen ik werk technisch de overstap maakte  van de luchtvaart naar de auto’s. Van B-to-B naar B-to-C en meteen ook van een groter bedrijf met meerdere vestigingen naar een tamelijk klein bedrijf dat nog een de drempel van de echte groei stond. Niet dat die keuze nu zo heel onverwacht kwam hoor. IN feite lag de basis er voor al een jaartje of vier eerder toen ik kennis maakte met dat toen nog heel piepkleine garagebedrijf waar ik mijn tweede nieuwe auto kocht. Daarna verstevigde de contacten met de ondernemer en zijn mensen, en begon ik op Schiphol en bij buren en vrienden te bemiddelen in het promoten en verkopen van auto’s die door de Amsterdamse dealer werden aangeboden. Mijn passie voor het Tsjechische merk waar men vertegenwoordiger voor was speelde daarbij zeker een rol. Maar er gingen ook auto’s van andere merken naar mijn relaties.

L&K 1928 - 1078 - Skoda Museum - FFF09 Scan10102Toen bleek dat de toenmalige importeur van het merk steeds meer kwaliteitseisen stelde aan haar dealers en de bewuste dealer dus werd gedwongen om een showroom te bouwen van waaruit de nieuwe auto’s zouden moeten worden verkocht kwamen de gesprekken met mij ook in een stroomversnelling. Als ik nu even die verkoop ter hand zou nemen en ‘nog wat zaken’ dan zag men het wel zitten om met mij verder te gaan. En dat werd dus in 1977 de situatie. Al snel bleek dat het me niet zo mee viel. De overstap was heftig, al was het maar omdat naast die verkoop en promotie ook een kast vol lijken op me wachtte. Administratief bleek men er een puinhoop van gemaakt te hebben en buiten mij was er niemand die daar iets mee zou kunnen. Het werden heftige jaren. Het leerde me enorm veel en ik kreeg ook diep ontzag voor de technische mensen die daar keihard werkten en daarna vaak nog bereid waren om een paar uurtjes extra te besteden aan het ophalen van nieuwe auto’s bij de toenmalige importeur.

Rapid 120 - 4Dat ik als ambitieus mens niet alleen kon helpen aan de uitbouw van het bedrijf, maar meteen ook tegen heel wat heilige huisjes aanliep en mijn neus vaak meer dan pijnlijk stootte was onderdeel van de leerschool. De keuze die ik in 1977 maakte had uiteindelijk grote gevolgen. Het zou me qua carriere ook bij de latere importeur Pon brengen. En mij mijn passie voor de luchtvaart weer terug brengen plus mijn ooit sluimerende creativiteit. Op Schiphol niet nodig geacht, in het autovak meer dan noodzakelijk. In ieder geval was het voor veel luchtvaartmensen uit die tijd onbegrijpelijk dat ik die stappen zette. Onlangs, de oude managers van het vlieggebeuren komen een paar maal per jaar weer bij elkaar, moest ik het nog eens uitleggen. En terwijl er een jumbojet over de plek des gezelligheids heen denderde op weg naar zijn bestemming, voelde ik dat het best een lastig verhaal was. Zeker als je bedenkt dat de meeste van die oude knarren meenden dat ik voor Lada was gaan werken. Kijk, dan heb je indertijd kennelijk toch iets verkeerd gedaan…