
Zelden heb ik voor mijn verhalen een gebrek aan inspiratie. Wie mij al een paar jaar volgt, weet dat intussen ongetwijfeld. Op geen enkel terrein, nou ja, klussen is niet zo mijn ding en daar kan ik soms maar moeilijk toe komen. Maar daar sta ik in kring van intimi ook om bekend. Voor verhalen moet je bij de Meninggever zijn, maar als er geklust moet worden…. Toch hebben we de afgelopen periode veel moeten klussen. Een indringend familieverhaal maakte dat er van alles en nog wat geregeld moest worden. Maar ook demontage van kasten en zo meer. Het was veel werk, gelijkelijk verdeeld over de familie maar ook ik deed daar binnen mijn ding.

En dat beperkt meteen ook mijn normale vermogen om over een mug een olifantenverhaal hier te schrijven. Niet dat je dat als lezer(es) meteen merkt(e) hoor, want ik werk vooral vooruit, het kan maar geregeld zijn, maar op enig moment ontdekte ik zelf dat ik nog maar twee verhalen af was van de actuele datum waarop we leven. En dat kon niet. Dus op zoek naar onderwerpen. Wie zoekt zal vinden en dus ging me dat goed af. Je bent een observator en schrijver of niet. Maar toch. Ik moest er even voor gaan zitten, nadenken, lijnen zoeken, verbindingen tussen wat blogs over….. Maar ik kreeg de boel weer wat op orde. Jullie hebben het gelukkig niet hoeven merken. En dan zijn er de feestdagen waardoor kerstverhalen, wensen, eet- en drinkgelagen zich vermengen met oliebollen en andere lekkernijen. Dat leidt de lezer af en die neemt dan mijn blogs even minder tot zich. Schande natuurlijk maar ook goed voor mij om de zaken even iets te relativeren. Er komt een nieuw jaar aan en dan hebben we weer vele nieuwe kansen. Ik wens jullie in ieder geval een prachtige jaarwisseling toe, een mooi begin van het nieuwe jaar, en veel inspiratie voor je eigen verhalen of reacties bij mij….. In het nieuwe jaar zien/lezen we elkaar vast weer…. (Beelden: archief)


Amerikaanse formule voor een tv-serie…..Je pikt iemand uit om een grap mee uit te halen en doet bijvoorbeeld net of een levend iemand in een doodskist naar het crematorium wordt gebracht, deze daarop verwoede pogingen doet om uit die beperkte ruimte te komen voor het echt fout gaat en de hoofdpersoon daarbij alles en iedereen beweegt om de procedure te stoppen. Op het allerlaatst lukt dat, die hoofdpersoon zowat in shock en met een half hartinfarct achter latend. ‘Smile…you’re on Candid Camera’. En dan allemaal lachen. Want we moeten altijd vrolijk en gelukkig zijn. Whatever happens. Nou, dat is niet iedereen gegeven. Zelfs de meest chronische optimisten zijn soms een keer somber. Ik ben er zo een. Eigenlijk altijd op zoek naar oplossingen of het positieve van een situatie. En ik heb heel wat van die momenten gekend dat het optimisme even plaatsmaakte voor ….wat moet ik nu? Of dat de lach plek maakte voor tranen. Dips waren voor mij regelmatig gewoon in het verleden. Meestal op maandag, de meest ellendige dag van de week, zonder overigens een aanwijsbare oorzaak. Soms, als ik nog wel eens (zeldzaam geworden) somber heb ik een paar uur nodig om de weg terug te vinden op het pad naar de lach of het licht.
Maar ik realiseer me tegelijkertijd dat veel mensen niet zoveel reden hebben om te lachen. Gezondheid kan een reden zijn om je vrijwel altijd zorgen te maken. Of een diepe economische depressie die zorgt voor werkloosheid of onzekerheid. Rond deze coronacrisis kan zelfs een combi van deze ellende veroorzaken at de gemiddelde lacher toch even de hoop verliest op betere tijden. Op TV komen ook andere series voorbij. Sommigen daarvan laten mensen zien die van 30-50 euro in de week rond moeten komen. Veelal met een gezin. Oorzaak zijn schulden of scheidingen. Bij veel van die lui zie ik dat men doffe ogen heeft van het zoeken naar kleine stukjes geluk. Veelal eerder voor hun kinderen dan voor zichzelf. Geluk dus niet standaard voorhanden, je moet er voor werken. Je moet er geluk voor kennen, maar niet iedereen is voor het geluk geboren. Gouden lepels of wiegjes met gouden dekens zijn slechts aan weinigen voorbehouden.
(Beelden: INternet)
Zoals dat binnen huwelijken nu eenmaal gaat. Wie meent dat altijd alles over die bekende rozen moet hobbelen snapt het niet helemaal. Elastiek rekt vaak aardig mee, soms knapt het. Dat van ons hield het zelfs onder spanning aardig vol. Kameraadschap en liefde hield ons samen. Dat tweede gevoel zit meestal diep. Zorgt ook voor respect. Kameraadschap is dat je dingen ‘samen’ doet, ook al zijn ze dan verschillend van karakter of inrichting. Wat wij samen vooral altijd goed hebben gekund is praten. Over van alles en niks. Kwekkerdekwek. Dat zat voor dat het officiële karakter van onze band werd gesmeed al goed. Hele wandelingen maakten we als jeugdige a.s. partners en praatten of filosofeerden dan flink wat af.