Stedelijke relativering….

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIk hoef maar een keer iets neer te zetten over de fraaie en positieve aspecten van een stad als Amsterdam en ik krijg vanuit het hele land input van lieden die menen dat ik ofwel gelijk heb dan wel volkomen ongelijk. Vaak zijn onderliggende emoties de oorzaak. Zo zijn er nogal wat voetballiefhebbers die Amsterdam niet los kunnen zien van Ajax, alsof dat voor een wereldstad als de onze het enige is dat telt. Omgekeerd heb ik zelf wel ‘iets’ met een aantal plekken in het land die mij kunnen bekoren. En dat hoeven dan helemaal geen grote, bekende, of beroemde plaatsen te zijn. Juist in het provinciale schuilt soms de aantrekkingskracht. Opmerkelijk is dan dat inwoners van die steden of stadjes zelf vaak heel relativerend doen over de pluspunten van hun woonomgeving. Iets wat wij Mokummers niet kennen of zouden kunnen. Wij zien best wel dat niet alles koek en ei is en dat op bestuur en bewoners best wel eens wat aan te merken valt. Maar ja, grote stad, met bijbehorende problemen.

WP_20141003_013Onlangs waren we weer in een provinciestad waar het heel goed toeven is en de terrassen niet alleen aantrekkelijk zijn qua ligging maar zeker ook qua prijs. Met een van de uitbaters kwamen we in gesprek. Hij snapte bijna niet dat wij zijn stad uit hadden gezocht voor ons uitje. Als Amsterdammers?? Wat zoek je hier dan? Nou, dat legden we hem nog eens uit, want wij zijn hier minstens drie, vier keer per jaar. Hij zag zelf meer in Eindhoven of Den Bosch. Grotere steden, mooie centra en nog leukere horeca. Het is opvallend dat je dit vaker tegenkomt. Dat bijna negatief verkopen van je eigen stad. Ik zou dat niet snel doen. Er is niets beter dan de plek waar je woont, de auto waarin je rijdt, de winkel waar je altijd koopt, de vakantiebestemming die je zelf uitzocht, toch?

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEn als we dan zijn verhuisd, in een andere auto rijden, een nieuwe winkel hebben gevonden of eens ergens anders heen zijn geweest op vakantie komen vaak de negatieve mededelingen. Over saai, problemen, prijs of onvriendelijke inwoners. Nou over dat laatste maak ik me in dat bewuste provinciestadje geen zorgen. Mensen zijn er erg aardig, je kwekt binnen de kortste keren met allerlei wildvreemden en met wat opletten versta je ook nog wat ze zeggen. Wat ik wel heel vervelend vindt is dat het winkelbestand zo rap afneemt. Dat kortingwinkeltje, de speelgoedzaak, die aantrekkelijke kledingwinkel….allemaal weg. Dat worden veel (te veel) te huur bordjes. Jammer, want ook dat was een van de aantrekkelijkheden. Maar daar hoor ik niemand over. Zou men zich er voor schamen?

Wat doet oma nu toch weer?

Met zijn allen bellen en lawaai maken = hufterigheidIn het druk bezette restaurantdeel van het warenhuis waar wij even iets aten en dronken ontstond ineens een lichte vorm van geirriteerde paniek. Tussen de vele stoelen van de gelegenheid door banjerde een vrouw van een jaar of 55 met een stevige kinderwagen richting een door haar gespotte vrije plaats en tafel. Geen een al dan niet bezette stoel die ze passeerde werd niet geraakt. En ze gaf geen echt idee dat het haar speet. In plaats daarvan praatte ze met haar kleinzoon van een paar maanden die in die wagen lag en deed dat op een toon dat iedereen het hoorde. ‘Kijk nou eens, wat oma doet, ze heeft haar rijbewijs niet bij zich, en dan stoot je wel eens ergens tegen aan…..’. Het was een vorm van aandacht vragen en tegelijk negeren van het publiek in deze gelegenheid. Waar men normaal op lage toonhoogte met elkaar de dingen van de dag doorneemt ging deze oma onverdroten verder. Sprak over koetjes en kalfjes en gaf vooral een verslag van alles wat ze zoal deed. Zoals dat ze nu haar jas ging uittrekken, haar tas even weg legde, dat pappa en mamma zo zouden komen en dat ‘hij’ zo’n mooie jongen was. Het leek een iets te ruimhartig opgezet toneelstuk. Haar wat logge lijf nestelde ze op de absoluut te kleine stoel.

REC_0003_editedZe parkeerde de kinderwagen zodanig naast een andere tafel dat de mensen die daar zaten er nooit meer van hun stoelen konden komen. En maar doorkwekken, in het luchtledige. Net zoals je mensen hebt die veel te luid in hun telefoon praten en mededeling doen van alles wat er in hun leventje belangrijk was of is, maar daarbij geen enkele rekening houden met wat er om hen heen wordt opgepikt van al die informatie. En voor de goede orde; ik wil er als passant of aanwezige in restaurant of trein ook niets van meekrijgen. Immers, het is vaak volkomen onbelangrijk. Laten we wel zijn, veel mensen maken niks mee, niets wat de kranten haalt, niets wat de wereld veranderen zal. Ze zijn koningen en vorstinnen in hun eigen omgeving, maar niet daarbuiten. Enige bescheidenheid past je dan. Nog even los van het feit dat een grote kinderwagen misschien niet past in een relatief beperkte ruimte als zo’n petit restaurant en dat je dan tenminste even excuses maakt voor het forceren van een doorgang als je perse naar het laatste tafeltje moet wat je in je blikveld krijgt.

Huilen 2Hoe dan ook, even later verschenen de jonge ouders van het kleinkind in oma’s wagentje en werd de spreekstem van de groep mensen waartoe zij behoorde gedempter. De jongere generatie begreep iets meer van de omgevingsfactoren dat de slechte sturende oma bij binnenkomst. De kale plekken op de stoelen die waren geraakt door de kinderwagen neem je maar op de koop toe. Oma was trots, en dat zouden we allemaal weten. Luidkeels, en zonder iemand specifiek toe te spreken…..