HRM….

HRM….

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: heks6.jpg

Huh? Wat bedoelt die malloot van een meninggever nu weer met deze kop? Wel, het slaat op een fenomeen dat we vroeger als ‘Personeelszaken’ kenden maar tegenwoordig als ‘Human Resource Management’ lijkt te moeten worden omschreven. Een afdeling die veelal wordt bemand/vrouwd door types die er voor hebben doorgeleerd en wellicht daardoor de meest mallotige eisen stellen aan hen die voor een bepaalde baan in aanmerking willen komen. Vaak zoekt men dan voor een simpele baan als ‘office manager’ iemand die universitair is opgeleid en bereid om 80 uur per week deze functie uit te willen voeren tegen een salaris dat eigenlijk niet toereikend is voor pakweg 30 uur werken.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: praatje-pot-1.jpg

Maar hoe dan ook, men zoekt wel en vindt soms. Als de eisen worden opgeschroefd moet HR de gestelde doelen van de eigen directie zien te behalen. Met simpele middelen kom je er dan niet meer. Vroeger deed je dit met een leuke advertentie of een melding bij het GAK, tegenwoordig moet het internet met kekke filmpjes soelaas bieden. En voor je het weet wacht een ‘challenge’ op de potentiele kandidaten. Zoals ik onlangs zag op het internet waar een op zich keurig nette jonge dame met een aardige cv zich in een overall liet hijsen en met een instructeur aan een parachute van grote hoogte uit een vliegtuig liet mikken.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 1921-8.jpg

Bij het naderen van de grond zag ze de boodschap van het makelaarskantoor waar ze solliciteerde. ‘You got the job!’. Kind blij, ik verbijsterd. Als het mijn dochter was deed ik aangifte tegen die werkgever wegens krankzinnigheid. Wie haalt dit nou toch in zijn door moderniteit vergiftigde bol? Wel ja, het HR dametje stond trots naast die letters op het gras. Zij had maar mooi de juiste dame met durf gevonden. De andere kandidates waren afgehaakt. Die vonden dit wel een beetje erg veel gevraagd voor een kantoorbaantje dat ze wel wilden maar niet met gevaar voor eigen leven. En uit dat potentieel zou ik zelf snel een goede kandidaat kiezen. Niet iedere durfal is namelijk het meest geschikt. Ik heb zelf diverse mensen aan mijn bureau gehad die bij een van de toenmalige bedrijven wilden komen werken als daar een gelegenheid zich voor deed. Soms had ik dan een goed gevoel over een kandidaat/te, in andere gevallen niet. Dan keek je nog eens naar de meegebrachte of vooraf ingeleverde CV en wist je dat deze of andere keuze op basis van gevoel de juiste moest zijn. In 85% van de gevallen was het dat ook. Net die 15% onthoud ik nog wel eens als ik over dit onderwerp dieper nadenk. En dat zijn dan geen prettige gedachten. Misschien had ik die types wel uit zo’n vliegtuig moeten mikken indertijd…..zonder parachute…en dan zien hoe ze dat hadden overleefd. Maar ja, ik ben een keurig net meninggevertje, dus die gedachten duren maar kort… Met dank aan het feit dat ik zelden of nooit met HRM-Managers van doen heb gehad…. ( Beelden: Archief/Internet)

Ketelgezang…

Ketelgezang…

Wat was ze mooi, compact, stil en optisch attractief toen ze zo’n 16 jaar geleden alweer werd opgehangen in de groots verbouwde omgeving van mijn toen nieuwe mancave annex kantoor. De Itoh CV-combiketel van de HR-soort met een berg elektronica die hem deed afwijken van alles wat wij daarvoor hadden meegemaakt aan ketels. Omdat we indertijd een belangrijk deel van het huis lieten beetpakken (het lijkt net geleden, maar is alweer een tijd terug..) investeerden we dus ook in die nieuwe ketel. Het scheelde veel gasverbruik zonder dat we inleverden aan douche- of warmwater-genoegens.

Door de jaren heen bleek de Itoh een trouwe metgezel al vonden de mensen van het bedrijf waar wij het onderhoudscontract sinds jaar en dag hadden lopen het soms best lastig om te moeten gaan met het inwendige van die compacte gasfabriek. Maar net als wij zelf werd ook de ketel ouder, al merkte je dat niet aan de manier waarop ze haar werk deed of aan een verloederde buitenkant. Tot de afgelopen tweede Pinksterdag. Bij de vraag naar warm water voor de douche hoorde we boven niets! En bleef het water ijskoud. Oei… Dus naar boven en kijken. De ketel was dood. Zelfs de resetknop gaf geen enkele reactie. Dat was foute boel. De volgende dag kwam de monteur. Hij kwam, zag en constateerde een natuurlijke dood. De Itoh was niet meer.

Er moest een nieuwe komen. En ik ben niet van de klimaatreligie of van de liggende dan wel op de rug groeiende gelden. Een nieuwe HR-ketel werd besteld, dit keer van een meer bekend merk, Atag. Maar we moesten wel even bijna twee weken improviseren. Warm water halen uit de keuken en die naar boven sjouwen voor de dagelijkse wasbeurten. Niet leuk, maar ach… De nieuwe ketel werd uiteindelijk vroeger geleverd dan gepland. Gelukkig. Binnen een middag was men klaar met de aansluiting. Inclusief andere leidingwerk en afvoerpijp van CV naar dak. De Itoh verdween naar een destructiebedrijf. Het leek even of ze gedag zwaaide, maar dat was vast verbeelding. De Atag doet zijn werk intussen ecologisch juist. Minder gasverbruik, nog minder bijgeluiden, alleen bleek de montage van een vol-digitaal thermostaat wel een dingetje. Daar waren we nog drie dagen druk mee, en twee monteurs verder om de boel aan de slag te krijgen. Kost wat maar dan heb je ook iets. Byebye Itoh, welkom Atag. Als die het net zo lang uithoudt als de vorige zal ik er vermoedelijk niet zoveel blogaandacht meer aan kunnen geven. Maar voorlopig hebben we het wel weer comfortabel onder de douche….(beelden: Prive)

Van paarden en kolenboeren…

Mensen van mijn leeftijdscategorie hebben heel soms de neiging om terug te kijken naar een tijd waarin de wereld nog simpel was en ongecompliceerd. Zo ook ik. Onlangs had ik met iemand een gesprek over paarden. Paarden? Jij? Ja…paarden! Niet omdat ik nu per definitie zo houd van die beesten, maar wel omdat in mijn jeugd paarden nog gewoon dienstdeden als voor karren met lading lopende dieren die daarna in een loods werden opgeborgen die gewoon in onze woonstraat te vinden was. Schillenboeren waren er gek op, net als de lokale voddenman. Vandaar ook dat we in onze straat een echte smid hadden zitten. Waar men nog ouderwets (toen al) hoefijzers op de benen van die hardwerkende dieren aanbracht. Het rook heel specifiek en ik weet nog dat die smid en zijn maatje ook in zijn loods rond lopende ratten op wrede wijze te lijf ging. Hij sloeg ze tot moes met zijn gereedschap. Paarden en ratten, het hoort sindsdien voor mij bij elkaar.

Onze woonstraat was een heel normale straat en dus had je in die jaren op verschillende plekken middenstanders zitten die hun nering nog aardig wisten uit te nutten. Van snoep tot melk, van sigaretten tot serviezen. Alles wat je nodig had als gezin was om je heen gevestigd. Een van die ondernemers zetelde in een kelder onder de woonhuizen en deed in kolen. In wat? (Jonge generatie heeft geen idee meer..). Ja in kolen. Steenkolen. Uit Limburg! En dat spul stookten we vrijwel zonder uitzondering in de huizen en winkels van die periode. Meestal bunkerden we van tevoren een paar mud van dat spul in voorraad. Steevast in een kolenhok dat op de etage waar we leefden naast de ingang naar de kamer was gelegen. En als je echt veel geld en ruimte had, kwam er een hele berg op zolder te liggen. Maar dan moest je wel steeds met je kolenkit naar boven om de voor de warmte van de dag benodigde voorraad te halen.

Die kolen gingen er bij (toen nog vaak voorkomende) strenge winters snel doorheen. En dan moest je soms voorraad bijhalen. En daar was dan die ‘kolenboer’ goed voor. In zijn kelder verkocht die niet alleen jute zakken vol van dat goed brandende spul, maar ook kleinere papieren zakken. Die waren meer voor het kleinverbruik, maar daarom niet minder zwaar. Mijn lease pa tilde drie van die zakken op zijn schouder en liep dan terug naar huis, ik kon er met twee uit de voeten en dat was voor een puberaal jong best trots makend. De kachel moest roken, en dat deed zo’n ding ook. Mits steeds bijgevuld en opgepookt.  Vooral als hij door onoplettendheid was uitgedoofd en je dus uit je altijd koude slaapkamer kwam in een huis waar de ijspegels zowat aan de ramen hingen. Een hele kunst om de boel dan weer brandend te krijgen. Maar eenmaal gewend lukte dat binnen een kwartier. En dan maar even bijkomen voor je naar school ging. De kolenboer hield het nog redelijk lang vol. Tot ook in die oudere woonbuurt olie en gas gingen zorgen voor een heel ander soort verwarming en kolen uit het dagelijks leven verdwenen. Net als al die andere spullen die je toen bij al die winkeliertjes kon kopen. Nu is diezelfde straat gewoon een woonstraat. Met een enkele uitzondering zijn alle bedrijven verdwenen. Net als de paarden. Als er al eens een door die straat rijdt is het er een van de politie. Maar verder?

Kou!

WP_000357De winter is als ik dit opschrijf net op de terugweg en de temperaturen lopen onder invloed van een zuidwestelijke stroming in onze omgeving weer op tot flink hoge waarden.  We hadden een week waarbij de vorst even liet voelen hoe het kan zijn in januari en in sommige streken bleek zelfs schaatsbaar ijs te ontstaan. Aan mij is dat niet besteed overigens, ik ben niet zo van dat gladde gedoe op 1,5 centimeter bevroren water. Het doet me wel terugdenken aan winters die ons mensen overspoelden met de ongemakken die bij dit seizoen behoren. Sneeuw, gladheid, dik ijs. Zoals begin jaren zestig toen we een winter kenden die nu als horror te boek staat. Ongeveer alles wat normaal water was vroor dicht. De Amstel achter ons huis, de Zuiderzee, en de Elfstedentocht bleek een rampenplan. Zo koud, zo heftig. Met huizen die slechts op kolenkachels draaiden v.w.b. de verwarming en een steeds schaarser wordende anthracietvoorraad was het ook spannend hoe de boel een beetje gangbaar bleef.

Leeg terras V en D Hoofddorp...

Was best improviseren voor de meeste Nederlanders. Maar je had wel het idee dat de winter echt iets voorstelde. Sneeuw is ook zoiets. Ik heb in de herinnering dat er winters waren dat dit witte spul zowat tot de dakgoten lag en dat rijden best een hele oefening bleek. 1979 was er zo een. Ik was juist toen werkzaam tijdens de AutoRAI. Een sneeuwstorm legde het land lam. Mensen zaten in hun auto’s opgesloten, konden niet verder en werden dan soms van de weg geduwd door vrachtwagens die wel doordrukten. Hele huizen verdwenen onder een sneeuwlast en vooral het noorden van Nederland had hier zwaar door te lijden. De RAI werd intussen leger en leger, want wie komt er naar een nieuwe auto kijken als je met die oude niet eens in Amsterdam kunt komen. Ook in de jaren tachtig  was het soms heftig. We woonden toen in de polder op 30km afstand van de hoofdstad en op een bepaalde dag was de sneeuwval zodanig dat ik van werk naar huis 2,5 uur bezig was. En daarbij liepen we op 150mtr afstand van datzelfde huis nog vast ook.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik denk dat er 50cm sneeuw lag. Thuis bleek de schuur door sneeuw onbereikbaar en daar stond nu net die zo dringend nodige sneeuwschep. Kom er nu maar eens om. Het lijkt wel of we met verschuivende seizoenen van doen hebben. Het is soms wat kil, zeker, maar echt winters? Nee. Nou ja, de Amerikanen krijgen veel sneeuw, het Midden-Oosten soms, maar bij ons is het echt droef. Aan de andere kant, zit ik er echt op te wachten? Nee! Maar het blijft jammer. Al zijn al die herinneringen wel weer leuk. Met auto’s op het ijs. Toch wel wat anders dan een beetje krakend op je Noren over een weilandje. Vroeger, ja, of toen echt alles beter was? Die kou ben ik niet vergeten hoor…..Net zo min als de andere ongemakken….