Ergernissen….

Zuiderkerk met poortje P2170242_editedJe loopt te wandelen in je eigen stad. Natuurlijk is daar de samenleving veranderd. Het centrum is maanden lang domein voor toeristen, maar ook junks en ander tuig schuimt de straten af. Vaak is dat met elkaar verbonden. Voor de geboren en getogen Mokummer is dat een kwelling soms. Al snapt zelfs de meest kritische van hen wel dat het goed is voor de economie en werkgelegenheid. Toeristen brengen geld in het laatje, maar dat geld wordt dan bijvoorbeeld weer niet uitgegeven aan schoonmaken van straten en pleinen. Je schaamt je soms over de toestand van al die befaamde plekken als je ziet wat een zwerfvuil en hondenshit er overal ligt. Stadsdelen zijn verantwoordelijk, en die geven hun geld liever uit aan de eigen organisatie dan aan het schoonhouden van waar ze verantwoordelijk voor zijn. Ongekend is ook het constante openbreken van straten, grachten en pleinen. Geen Nederlandse stad waar dit zo consequent en lang kan worden vol gehouden als de onze. Ik weet niet beter dan dat er juist in de zomermaanden altijd wordt gebroken en gegraven. Alsof er iemand op een (deel)gemeentehuis zit met een sadistische inslag. ‘We zullen ze krijgen die toeristen!’.

Amsterdam - fiets.opAls dat bestuur dan ook nog eens links georienteerd is, ik heb het al vaker gehad over zgn. progressieve provincialen die zo nodig een grote stad moeten omvormen tot een kopie van hun eigen dorpen, blijkt na de vele verbouwingen dat straten ineens halve fietspaden zijn geworden en wederom een deel van de openbare parkeerplekken voor auto’s zijn verdwenen. Waarom men dan niet echt door pakt en die stad in het centrum gewoon autovrij maakt is mij een raadsel. Wellicht omdat die zelfde stad dan gedwongen zou zijn echte en voldoende parkeergarages aan te leggen? Hoe dan ook, als er dan fietspaden liggen worden die toch niet benut. De gemiddelde Amsterdammer (of wat daar voor door gaat…) heeft een kennelijke hekel aan gebaande paden. Die ‘milieubewuste’ Mokummer wordt pas echt recalcitrant als hij of zij op de fiets het eigen transport gaat verzorgen. Dan gelden verbodsborden niet meer, zijn de trottoirs prima vervangende rijwegen en al die daar lopende lieden mooie chicanes. En als ze niet snel genoeg opzij gaan wordt er het een en ander aan verbaal geweld uitgewisseld dat niet in het Grote Van Dale Woordenboek te vinden valt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De fiets als alternatief vervoermiddel voor de hoofdstad in dit land? GroenLInkse utopie…

Nee, de Amsterdamse fietsers behoren niet tot de meest sociale soort. En dat is vreemd omdat ze bij hun politieke keuze vaak juist in die hoek te vinden zijn. Zou het een dan toch met het ander van doen hebben? Is progressief zijn meteen ook aanleiding voor asociaal gedrag? Ik zou me er niet over verbazen.  Bij onze meest recente wandeling, werden we zo wat plat gereden door een over de stoepen fietsende postbode van een jaar of 45-50 met een gebit waarin hij zijn eigen fiets aardig onderdak kon bieden. Hij remde nauwelijks, ramde met zijn fiets plus tassen onder het uitroepen van ‘Excuse me!!!’ tussen ons en wat Amerikaanse toeristen door. Kennelijk te veel moeite om even op straat over een van die fraaie rood geschilderde fietsroutes zijn werkweg te vervolgen. Meteen mijn stelling onderschrijvend dat Amsterdam in veel opzichten is blijven steken in de jaren zestig. Toen de revolutie werd uitgeroepen en anti-autoritair  gedrag de norm werd. Ook toen al lagen de straten maanden lang open, was de boel vervuild en ontworstelden sommigen zich aan het gezag van de overheid. Zou die postbode dat ook nog hebben meegemaakt? Wellicht heeft hij er iets over gehoord van zijn ouders en was dit zijn bijdrage aan het omverwerpen van wat we de gevestigde orde noemen? In ieder geval bewees hij ook dat al die ombouwplannen met die fietspaden slechts voor de buhne worden doorgedramd. Doekjes voor het bloeden, meer niet. En dus kan dat beleid wel meteen de prullenbak in. Zoals zoveel van dat semilinkse geneuzel.

Haar droomman…

Famous legendsLangzaam aan was ze aan hem gewend geraakt. Ook al kostte dat niet eens zo veel moeite. Hij was attent, humorvol, mooi, slank, was in haar geïnteresseerd, vond haar mooi, complimenteerde haar voor elke maaltijd, zelfs als die met een pizzakoerier werd bezorgd. Hij kon klussen als de beste, was een minnaar om van te zwijmelen, kon geweldig auto rijden, was lief voor haar en haar kinderen, sjouwde alle koffers als ze op vakantie ging en belde wel vijf keer per dag op om te vragen hoe het haar ging. Zijn mooie lijf en vooral brede schouders waren een lust voor haar om naar te kijken. Ze kon ook zo heerlijk weg zwijmelen bij het idee dat hij haar vanavond weer zou masseren. Als ze het hele huishouden had gedaan en de kinderen op bed lagen, kneedde en streelde hij haar pijnlijke spieren dan als een volwaardige masseur. Dat ze dan daarna de sterren uit de hemel vrijden was een logisch gevolg. Ze kon zo van hem genieten dat ze soms een halve dag in bed of op de bank kon liggen om aan hem te denken. Ze schreef hele verhalen in haar schriften die ze nog van vroeger had overgehouden en nu diende voor haar speciale en liefdevolle brieven aan hem. Ze noemde hem dan haar ‘droomman’, haar ‘super minnaar’ haar ‘maatje’. Als de kinderen uit school kwamen moest ze soms snel even redderen in huis om de boel aan kant of op gang te krijgen. Haar lijf hunkerde intussen naar zijn handen en kussen. Haar vriendinnen vroegen haar nog wel eens mee, maar meestal weigerde ze. Ze wilde bij hem zijn, in zijn gedachte, in zijn liefde voor haar. Hij was haar ideale man, haar droom, haar fantasie. Als ze dan in de spiegel keek en haar flanellen nachthemd optilde om naar zichzelf te kijken werd ze vaak heel triest. Haar droomman zou haar nooit zo zien, die zou haar zien als slank en begeerlijk, nooit moe of ziek. Net als hij dat nooit was. Hij was er altijd als ze hem nodig had. En met dit lome weer was dat iets vaker dan in de koude maanden van de winter. Als hij dan alle sneeuw had geruimd en verkleumd binnen kwam wist ze wel hoe ze hem op moest warmen. Zuchtend leunde ze achterover, op de bank, schoof de huispoes aan de kant en sliep met een glimlach op haar gezicht en de handen begraven in haar schoot in. Haar droomman zou zo wel komen……

Sprookjes….

Amazing look, a bug has landed!Een van de ergste gebeurtenissen uit mijn jeugd was het bekijken van de film over Bambi. Ik weet nog goed dat mijn moeder ons meenam naar deze film die toen nog in een van de buurtbioscopen uit die tijd werd vertoond. Bambi was een tekenfilm van Walt Disney en beschrijft het leven van een klein hertje. Ergens in dat verhaal gaat er van alles mis in het bestaan van dat arme diertje. Zijn moeder komt om en ik heb daar in mijn kleuterjaren hartverscheurend om zitten huilen. Tot verbazing van mijn moeder zaliger, die dat maar kinderachtig vond. Zelf huilde ze overigens dikke tranen bij de dood van President Kennedy en dat snapte ik dan weer niet, maar dit terzijde. Die sprookjes zitten dus slim in elkaar. Ze zijn een afspiegeling van fantasie en werkelijkheid en bedoeld om mensen een bepaald gevoel mee te geven. Vooral kinderen zijn er gek op en daarom zijn ook de sprookjes die in een geloof of vanuit traditie worden neergelegd vaak voor veel mensen ‘heilig’. Denk maar eens aan Sinterklaas. De associatie die kinderen hebben is toch iets mysterieus als ze denken aan de oude baas die vanuit Spanje met een (veel te kleine) stoomboot deze kant op komt om al zijn vergaarde kapitalen uit te delen aan lieve kinderen.SinterBram

In feite is hij de ultieme Sinte Maarten (St.Martinus) die om deze reden alleen al in Duitsland wordt bejubeld en daar snoepgoed en cadeautjes uitdeelt op de dag dat bij ons kinderen langs de deuren komen bedelen om dat spul. Die Klaasfiguur is best wat triest. Komt eigenlijk uit Turkije, blijkt zijn kapitaal vergaard te hebben in Spanje en vaart vandaar over de hoge golven naar onze streken. Vergezeld van een paar knechten die tegenwoordig als assistent logistiek manager door het leven moeten gaan om mensen die nooit hebben geloofd in sprookjes tevreden te houden. Na de Sint is het volgende sprookje alweer aan de beurt. Gaan we Kerst vieren. Op christelijke of frisdrank-gebonden wijze. We geloven het sprookje van dat kindje dat in een koude stal werd geboren en daarna de wereld van de zondeval zou gaan redden. Of we geloven weer in die Amerikaanse broer van Sinterklaas die met een door rendieren getrokken slee door de lucht vliegt en ook alweer zijn pakjes door de schoorsteen mikt.

kong9575f6qj4Je zult een huis met alleen stadsverwarming of cv bezitten. Maar goed, het sprookje is goed voor wat warmte, opgewekt bij elkaar, door elkaar. Warmte die past bij de seizoenswende die al bij de Germanen werd gevierd. Omschakeling van donker naar licht. Wij doen dat meestal door overal lampjes neer te zetten of hangen en het ons gemakkelijk te maken. En als we echt in sprookjes geloven constant mee te zingen met al die liedjes die passen bij het seizoen. Tot ook dat niet meer mag van groepen die niet geloven in sprookjes als ze deze niet zelf hebben bedacht. Sprookjes die zijn bedoeld om bij hen het licht aan te krijgen en bij ons uit. Kijk daar vooral voor uit en geniet van de sprookjes die zich nu bij ons afspelen. Opdat u niet net als ik indertijd als klein kind in tranen achterblijft…