Een broekje in de branding…

Een broekje in de branding…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: jogging-lady-3.jpg

….O jee daar drijft het weg, en ergens in de branding staat een hulpeloze vrouw… Een liedje uit een of ander ironisch en zeker humoristisch bedoeld cabaretprogramma van een jaar of 50 geleden. Ook toen al was het ‘broekje’ van vrouwen een dankbaar onderwerp voor zulke spottende teksten. Immers dat broekje was of is de laatste barriere voor een man (of lesbische vrouw) tot dat waar het in hun leven toch om draait. Los van alle andere functies die je er aan kunt geven is voor veel vrouwen zelf ook dat broekje, slipje, stringetje of anderszins als ondergoed dienende stukje textiel dus iets wat je normaal zo lang mogelijk aan houdt of beschermt.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 080205_dkny_01b.jpg

Het blijft me dan verbazen dat er tegenwoordig alles aan gelegen lijkt om dat frummeltje buiten beeld te houden voor spiedende ogen van anderen. Met een zekere inconsequentie tot gevolg. Immers, ik zag het deze zomer weer bij mooi weer en wind, vrouwen in rok of jurk op de fiets houden hun opwaaiende rokken helemaal naar beneden. Daardoor rijden ze met hun boodschappen of laptoptas aan het stuur met een hand laverend door het drukke verkeer maar hun ‘eer’ is gered.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: topless-strand-.png

Twee dagen later op het strand pakken ze zichzelf volkomen uit en dragen het kleinste stukje badtextiel met verve en showen alles wat ze op de fiets zo heftig verborgen hielden. En denk nu niet dat ik een oude toeschouwer ben die er op kickt, want dat is iets anders dan een cultureel fenomeen observeren. En zeker zijn sommige dames interessant om te bekijken. Maar in de breedte gaat het toch om die zelfbescherming van iets dat op een andere plek uitgebreid wordt geshowd. Nu is de vertrutting in onze maatschappij zeker heftiger toegeslagen dan sommigen willen toegeven.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: beachgirl-.jpg

Onder druk van immigratie en invloed van oer-conservatieven in landen waar men niet zo houdt van zelfbewuste en onafhankelijke vrouwen is bloot uberhaupt iets dat meteen in de ‘ban’ moet. Ook de vrouwenborst heeft het daarbij lastig, in sommige landen de mannentorso ook. Sociale media hebben zelfs een afdeling censuur waar je mee te maken krijgt als je het waagt om ook maar iets bloots te showen. Dat noemt men dan ‘pornografisch’ en kan je op een uitsluiting voor dagen of weken komen te staan. Terwijl je niets meer liet zien dan dat wat normale mensen in de spiegel elke dag kunnen aanschouwen. We drijven dus weg van ons eigen lichaam. We duwen onze handen omlaag om ons te beschermen. Maar we worden er niet leuker op. Ik ben een kind van de revolutie in de jaren 60/70. Het verbranden van de beha, het topless zonnen, vrouwen die baas in eigen buik werden. Helaas voor hen, de tegenbeweging is ingezet. We gaan weer richting de totale bedekking waarbij een blote enkel al taboe is. Kortom, terug naar de culturele Middeleeuwen. Ik gruwel al bij de gedachte…. (Beelden: Archief/Internet)https://www.youtube.com/watch?v=TneyM4-14ZA

Groot geworden door kleine auto’s….FIAT!

Fiat, autofabriek uit het Italiaanse Turijn. Grote naam, bij ons vooral bekend geworden door haar kleine auto’s. Ook in Nederland jarenlang het merk voor hen die voor weinig geld in een auto wilden rijden maar ook opzagen tegen hoge kosten. Merk ook met een behoorlijk traditie. Al in 1899 opgezet om auto’s te bouwen en voor de oorlog aardig actief met fraaie wagens. Ook trucks, bussen en zo meer. Breed dus, al speelde de bekendheid meer in zuidelijke landen dan bij ons. Hier ontdekten we het merk pas echt met de bekende 500 Topolino die stamde uit de jaren dertig. Bescheiden van omvang en vermogen, maar ook betaalbaar. Met een beetje persen kreeg je er een klein gezin nog wel in. Wie meer wilde kocht een stationcar. De 500C stamde uit 1949 en was uiterlijk opgefrist met o.a. in de voorste spatschermen opgenomen koplampen. Naast goedkope concurrenten als de VW Kever of Renault 4CV wist de kleine Fiat zich aardig te handhaven.

En voor de goede orde, de motor zat toen nog voor, de aandrijving op de achterwielen en de motor 569cc groot en goed voor 16,5 pk! Was best lastig om daarmee de Cauberg in Valkenburg te bestijgen. Wie meer wilde ging voor de 1100 die vanaf 1947 weer verscheen nadat hij al voor de oorlog ook al in de showroom had gestaan. Toen heette hij weliswaar 508 Balila, maar technisch en uiterlijk vrijwel geen verschil. En zo’n auto had anno 1949 al verzonken handgrepen. Die verdwenen weer bij de veel moderner opvolger, aangeduid als 1100(D/R) die je ruimte bood voor drie mensen op de voorbank en nog een drie achterin. Was ook in Nederland indertijd populair. Dat gold ook voor de nieuwe kleintjes die we als 500 en 600 leerden kennen en zich onderscheiden door de motor achterin en een aardige binnenruimte.

Ze waren mateloos populair in ons land, net als hun opvolgers, de 850 en 133. Vele duizenden gingen er via het dealernetwerk van toenmalig importeur Leonard Lang de deur uit. Voor zakenrijders was er de 1300/1500-reeks die al goed waren voor 140km/u en dat was best snel in die dagen. Hoewel Fiat ook schitterende grote wagens maakte in de vorm van de 1900 en 2300, in onze streken bleken ze lastig verkoopbaar. Beter verging het de 124. Een auto die vanaf 1966 op de markt verscheen. Met keuze uit een 1200 of 1450cc motor.

Hoekige vormgeving, veel kofferruimte en bij Italiaanse taxichauffeurs uiterst populair. Voor hen die meer luxe zochten was er de 125. En krachtpatser die je moeiteloos naar de 175km/u bracht en een moderne motor bood met twee bovenliggende nokkenassen. Wie echt durfde kocht zich een Fiat 130, een prestigieuze limousine die loodzwaar was, een V6 voorin had om de prestaties nog een beetje op peil te houden, maar geen klanten weg wist te halen bij de grote Duitse merken. Eindeloos is het aantal modellen dat Fiat met meer of minder succes uitbracht. Denk aan de 127 en 128, de 131 Mirafiori, de Ritmo, Punto of Panda. Allemaal wagens die toch een mate van bekendheid kregen, ook hier.

Maar Fiat staat mij toch het meest bij als de licentiekoning van de wereld. Want als men een bepaald model uit productie nam werden de rechten vergeven aan vooral Oost-Europese of Latijns-Amerikaanse fabrikanten. De 600 ging naar Joego-Slavie en werd daar Zastava genoemd. Net als de 128 die als Zastava 1100 op de markt werd gebracht. De 124 ging naar Seat waar hij in een iets aangepaste vorm werd gebouwd en verkocht. Maar die auto kreeg pas echt een eigen en nieuw leven toen hij in de toenmalige Sovjet-Unie als Lada 1200 werd gebouwd en meer dan 20 jaar in productie bleef. De 125 ging naar Polen en werd gecombineerd met de motor uit de oudere 1500 omgevormd tot Polski-Fiat 125p. En die wagen werd later ook weer in Egypte gebouwd. De huidige Fiat’s zijn van de kleine soort. De Panda, 500, en daarvan afgeleiden. Hun voortbestaan twijfelachtig.

Fiat fuseerde een jaar of tien geleden met Chrysler en vormde Fiat-Chrysler-Europe. Maar onderhandelt nu met het Franse PSA om te komen tot een verregaande fusie. Daaronder vallen ook Ferrari, Lancia en Alfa Romeo. Allemaal merken van Fiat. De huidige verkoopaantallen in Nederland zijn duidelijk beperkt geworden. Afgelopen jaar vonden nog maar net 4000 Fiat’s een Nederlandse koper. Daarmee bungelt het merk toch in de lagere regionen van de verkoopstatistieken. En dat is toch bijzonder voor een merk dat vele jaren lang toch de markt domineerde. (beelden: Archief Yellowbird)