Wellicht kunnen lezers zich nog herinneren hoe ze zelf vroeger op vakantie gingen, in mijn geval was dat steevast met de auto. Er was vroeger altijd wel een of ander vervoermiddel beschikbaar en dan togen we, ik schreef het al eerder, meestal richting Zuid-Limburg om daar een een paar dagen in zekere luxe door te brengen. Later, ik werd zelf volwassen, waren de eerste tripjes, per trein of bus. Een auto had ik nog niet, dat kwam later pas. Maar toen we die eenmaal bezaten was het hek van de dam. Duitsland, Belgie, Frankrijk, we reden er heen of het niks was. Voor wat verdere bestemmingen namen we het vliegtuig. Dat was verreweg het meest comfortabel en je was er tenminste snel. In latere fasen van mijn werkende leven werd de auto voor bijpassende trips het standaardvervoer als we een paar dagen ergens heen moesten. Zo reed ik ooit naar Praag op en neer, was Frankfurt goed 4,5 uur rijden en kwam je met zo’n vierwieler ook snel genoeg in cursusplaatsen als Mainz of voor onderhandelingen met de toen relevante fabrikant in Branchweig.
De zakelijke rest werd gevlogen. Ik had heel wat punten staan op mijn frequent-flyer-passen bij een paar van die airlines. En voor mijn liefhebberij die met de vliegerij van doen had was het een interessante periode. Nu hoef ik niet meer zo nodig. Als ik ergens heen ga is het met de auto. En blijkt dat ik in goed gezelschap verkeer. Wij Nederlanders gaan meer en meer op vakantie en nemen daarbij de auto als favoriete vervoermiddel. Maar liefst bijna 10 miljoen vakantietrips met die auto als cijfer over 2016. Dat is ruim 30% meer dan we gewend waren te doen in 1992. Het vliegtuig loopt qua populariteit wel snel in. Daarmee gingen maar liefst 6,8 miljoen mensen op stap (in 1992 nog maar 2,1 miljoen). Grootste daler is de touringcar. Nog maar 700.000 boeken een vakantie die met de bus verloopt. Comfort, gedoe, vermoeidheid, veiligheid, het zijn allemaal factoren die spelen bij die keuze.

De auto is bij alle vakanties nu voor 54% het meest geliefde vervoermiddel. Waarbij je wel moet aantekenen dat dit wordt gedaan met auto’s die rijden op benzine, diesel of gas. Elektrische auto’s zijn niet zo geschikt voor dit werk, dus die tellen nauwelijks tot niet mee. Dat kan nog wat worden in 2030 als 50% van het wegennet moet zijn volgeplempt met die elektrische wagens. Alleen al om dat gedrag van normale mensen zou je moeten vrezen dat die omschakeling niet zo snel zal gaan als de grachtengordelelite meent te kunnen voorspellen. Hoe dan ook, we gaan binnenkort weer met voorjaarsvakantie. En naar het zich laat aanzien doen we dat massaal met onze auto. Ik wens je nu alvast veel plezier. Ik ga pas als iedereen geweest is. Het iets ouder worden kent zo haar voordelen….

Stel dat er een populariteitsschaal zou bestaan die tussen de rapportcijfers 0 en 10 jouw eigen populariteit zou moeten omschrijven vanaf pakweg je 12/13e levensjaar en nu. Welk cijfer zou jij dan aan jezelf toekennen? Ik denk dat de meeste mensen zichzelf ergens rond de 6-7 inschalen. Omdat ze nauwelijks van zichzelf weten hoe populair ze waren of zijn. We staan niet voor niets constant met onze smartphone selfies te maken toch? Om dat cijfer wat ons allen behept wat op te vijzelen. Wie in zichzelf gelooft komt vanzelf in een club van mensen terecht waarmee het goed omgaan is. Zij die er buiten vallen hebben of krijgen het moeilijk. Het euvel van de onzekerheid in de jeugd helpt vaak niet. We willen zo graag als we pakweg 13 jaar oud zijn, we verlangen naar dat geheimzinnige van de andere sekse maar willen ook dat onze vriendenkring, al dan niet op school, ons erkend als ‘leuk’ om mee om te gaan. En dus gaan we ons uitsloven. Trekken kleding aan die past bij het al dan niet zelf gekozen imago.
De sterkste karakters behouden een eigen stijl. De mooiste en echt leuke exemplaren worden nagestaard en zijn vaak ook na 30 jaar nog steeds populair en voor andere mensen aantrekkelijk. De minder fraai uitgeruste jongens en meisjes, kijk, niet iedereen stond vooraan toen Onze Lieve Heer de schoonheid uitdeelde, moeten het doen met aankleding, vleien en roddelen. Want dat laatste lijkt een voorwaarde om op te vallen. Wie veel weet te vertellen over anderen krijgt vanzelf aandacht. Maar of je daar nu echt populair door wordt? Hoe dan ook, we beseffen als we jong zijn nauwelijks hoe ons uiterlijk en gedrag, vaak door genen en hormonen ingegeven, onze populariteit beinvloedt. Wie verkeerde keuzes maakt, al vroeg de andere sekse weet te betoveren, ervaringen op doet die anderen ofwel vermijden dan wel gewoon niet in staat zijn mee te maken, komt vaak hoog uit de bus in de populariteitspolls.
Al snappen we zelf dan vaak niet eens hoe dat zo komt. Als ik naar mijzelf kijk en hoe mijn jeugd of pubertijd verliep zie ik dat ik zelf qua rapportcijfer wel ergens rond de 7 uit zal komen. Ik kwam redelijk voor mijzelf op, was een ‘verteller’ en kon zo in die lastige periode van het leven aardig de blonde bol boven water houden. Al snel wist ik dat ik voor de toekomst moest gaan werken en studeren. Het leerde me ook dat je echt populair maken bij een chef of werkgever slechts dan lukt als je jezelf weg cijfert en blijk geeft van een kameleonkarakter. Wat ik niet had of heb. Ik had wel veel ambitie. En dus werd de carriere verlegd, net als de studie.
Het heeft me veel geleerd. Werd ik er populairder door? Vast niet. Maar het kon en kan me niet zoveel schelen eerlijk gezegd. Nog steeds niet. Mijn mening is er een die niet zo snel meebuigt met die van anderen. Wat recht is blijft recht en wat krom is blijft krom. Gelukkig mag ik mij verheugen op enige populariteit in eigen kring…..:) Ook iets waard. Maar ik ben wel benieuwd hoe dat bij jullie is lieve lezers en lezeressen. Was je zelf lekker populair zo aan het begin of tijdens je pubertijd? En hoe is dat nu ontwikkeld? Weet men je nog te vinden en te waarderen? En hoe komt dat denk je? Ieder trucje wat ik nog niet ken maakt me direct nieuwsgierig…..(Beelden: internet)