
Onlangs verongelukte een van de weinige nog vliegende exemplaren van het type Antonov An-22 tijdens een testvlucht. Een uniek toestel ging daarmee verloren en jammer genoeg eindigde ook het leven van de 7-mans bemanning aan boord. De lezer zal wellicht denken: ‘na UND!?’ maar voor mij als luchtvaartkenner en enthousiast is dit best een triest verhaal. Al was het maar omdat dit type vliegtuig uniek is in zijn soort en gek genoeg ooit werd ontwikkeld bij Antonov in de Oekraine als transportvliegtuig voor de Sovjet krijgsmacht. Het verongelukte toestel was dan ook terug in dienst gekomen van de Russische luchtmacht en een der weinig An-22’s die men nog steeds benutte. Bij de Oekrainers was de An-22 ook in gebruik maar dan intussen voor het civiele bedrijf Antonov Air Transport.

De machines van dit bedrijf kwamen ook nog wel eens naar het westen en waren dan altijd goed voor veel belangstelling uit de kring der liefhebbers zoals ik. Want die Antonov was in alles uniek. Het was het grootste turbo-prop aangedreven vliegtuig ter wereld, kon ladingen meenemen waar toenmalige westerse transportkisten grote moeite mee zouden hebben gehad. De enorme machine werd voortgestuwd door vier bijzonder krachtige turboprop-motoren van ieder 15.000Pk die elk contra-roterende propellers aandreven. Het geluid van die motoren is wel zodanig dat je deze kisten op grote afstand kon horen aankomen of weg vliegen. Typerende toon, die meteen herkenbaar is.

Dezelfde motoren drijven overigens ook de bommenwerpervloot van de Russen aan, en in het verleden was ook de toen reusachtige Tupolev Tu-114 passagiersmachine uitgerust met deze motoren. De Antonov was in staat tanks mee te sjouwen, autobussen, een locomotief, bedenk het. In civiele dienst was het een soort vliegende kustvaarder. Eigen hijsinstallaties en personeel zorgden voor het laden en lossen. Kijk je naar de machine dan weet je dat dit onmiskenbaar een Sovjet-ontwerp is uit de dagen van de Koude Oorlog. Alles oogt groot, log, maar het is een vormgeving die door praktische overwegingen is bepaald. En het functioneerde. Toch werden ook in de Sovjet-Unie op enig moment straalgedreven opvolgers ontwikkeld. Zoals de Il-76 of de Antonov 124. Langzaam aan nam het aantal nog vliegende An-22’s af. De Oekrainse exemplaren zijn voor zover bekend tijdens de Russische invasie van Oekraine vernietigd. Een barbaarse daad. De overgebleven Russische exemplaren nog de enige voorbeelden van een toestel uit een ander tijdperk. Volgens opgave is er na de crash van dat toestel onlangs, nog een tweetal An-22’s vliegwaardig. Gelukkig zijn er nog wel wat bewaard gebleven in musea. Maar dan hoor je niet dat typerende geluid van die sterke motoren. Gelukkig zijn daar nog wel beelden van. (Beelden: Archief)


















Alsof we ineens zouden kunnen beschikken over de JSF zonder aan de ontwikkeling mee te hoeven betalen. De door Albert Plesman opgezette KLM had snel behoefte aan betrouwbare vliegtuigen. Fokker sprong in dat gat. En KLM kocht ongeveer elk ontwerp van de slimme Fokker. Die overigens nog veel meer successen boekte in de Verenigde Staten. Maar een ding zag hij over het hoofd. De komst van metalen vliegtuigen. Fokker bouwde toen nog met hout, aluminium en linnen. Dus toen KLM alsnog koos voor de ‘blikken Douglas’ DC-2 leek Fokker naast de flinke orders van de nationale carrier te vissen. Maar slim zakenman als Fokker was, hij verkreeg de licentierechten voor zowel de DC-2 als de grotere DC-3 en werd zo opnieuw een grote leverancier van moderne vliegtuigen. Zelf zou hij de groei van zijn bedrijf niet meer meemaken.
Net voor de 2e Wereldoorlog overleed hij. Zijn bedrijf kwam tijdens de oorlog in handen van de Duitsers en bouwde voor de bezetter onder dwang Duitse vliegtuigen. Na de oorlog werd het bedrijf snel opnieuw heringericht en startte men met de bouw van trainers, zoals de fameuze S-11, bouwde men een sportvliegtuig (de Promotor) dat helaas geen echt succes kende maar kwam men ook met de Fokker F-27 Friendship. Een verkeersvliegtuig dat werd opgebouwd met een hoogdekker-constructie, gelijmde metalen delen en twee Britse Rolls-Royce turboprops. Het toestel werd een enorm succes, meer dan 700 verkocht en dat wereldwijd. Een straalopvolger werd de Fokker F-28 Fellowship uit de jaren zestig. Ook dat toestel werd een groot succes. In de jaren tachtig kregen die ontwerpen modernere zusjes in de Fokker 50, 100 en de latere 70.
Maar de wereldmarkt was intussen aardig veranderd. Veel kleinere fabrikanten legden het loodje, verkochten hun toestellen met flinke verliezen of werden opgeslokt door bedrijven als Boeing, Airbus of British Aerospace. Fokker leverde ook weer aan de KLM en uit die periode stammen ook die Fokker 70’s die nu verdwijnen. Vliegtuigen die ideaal bleken voor de regionale lijnvluchten bij KLM en haar dochter CityHopper. Maar in oktober is het voorbij. Geen Fokkers meer en de kans dat er ooit nog nieuwe vliegtuigen met die naam zullen verschijnen is verspeeld. De Nederlandse overheid heeft er geen geld voor over en de maatschappijen van nu kiezen voor vliegtuigen van de plank. Boeings, Airbussen, Embraers of Bombardiers. Fokker wees de weg, maar kon en mocht niet verder. Blijft jammer. Gelukkig staan er heel wat van deze fameuze vliegtuigen in diverse musea. En zo hoort het ook. Want deze naam mogen wij eigenlijk nooit vergeten. Ik doe dat zeker niet. Heb ik heel wat Fokkers mogen meevliegen en dat was een waar genoegen. Maar nu wordt dat pure nostalgie. Vandaar dit blogje…(Beelden: Yellowbird collectie)