Kinder-reclame…

Kinder-reclame…

Zowel als gemiddelde consument als professional in het wezen der communicatie door de jaren heen zijn er voor mij persoonlijk anno 2024 de nodige ergernissen die ik graag langs deze weg met ‘de lezer(es) dezer blog’ wil delen. Reclame is bedoeld om ons allen te bewegen een product of dienst aan te schaffen of in het hart te sluiten. De marketingmix zoals dat heet moet aansluiten op de lijstjes met wensen van de consument of groepen daarvan. Bij zowel radio- als tv-reclame vallen mij momenteel diverse trends op. Allereerst dat ons leven volgens de reclamefilmmakers voor het overgrote deel lijkt te bestaan uit gekleurde mensen die de plek in namen van de vroegere blonde types met blauwe ogen om het maar eens te chargeren.

Niks mis met die keuze, maar het is net zo min stereotiep voor onze samenleving als het feit dat elke jonge moeder het figuur van Barbie zou hebben of elke vader een tatoeage. Daarnaast hoor ik vaak kinderstemmen bij redelijk volwassen onderwerpen. Alsof kinderen zouden bepalen wanneer we een ‘last minute’ reis boeken naar Griekenland of zouden weten wat de vierkantswortel in het kwadraat is bij de keuze voor een bepaald telefoonnet. Kletspraat. En over dat praten gesproken, als je sommige vrouwen hoort inspreken bij spotjes lijkt het wel of die allemaal een hoge piepstem moeten hebben om hun jeugd te doen uitstralen dan wel niet te willen weten dat een beetje intelligente vrouw vaak juist beheerst praat over onderwerpen en niet hysterisch.

Ten derde zijn daar die bedrijven of instellingen die zich op de borst slaan omdat zij zo ‘milieuvriendelijk’ of ‘klimaatneutraal’ producten en diensten kunnen aanbieden. Ik krijg er vaak kromme tenen van. Onderzoek toont aan dat de doelgroepen die daar mee bezig zijn vanzelf al geen gebruik maken van die bedrijven of organisaties en de gemiddelde burger helemaal niet bewust actief is met al dat gesnor. Men wil gewoon goede waar voor het geld dat men te besteden heeft, de juiste prijs/kwaliteitsverhouding dus en geen claims die nergens over gaan. Wil je graag politiek correct overkomen, de milieu-ridder uithangen of op termijn het klimaat redden zet dat in een folder of op je briefpapier, maar doe dat niet in een reclame-uiting. Immers we worden al overspoeld met groene en linkse propaganda, claims, processen en zo meer, de drammers blokkeren de straten en pleinen van dit land omwille van door hen aangehangen semi-religie, dus laat het bedrijfsleven zich daar verre van houden.

Kijk als energie-organisatie claimen dat je zo groen bent lijkt leuk, maar is een leugen. Windmolens op zee zorgen voor enorme verstoring van de biodiversiteit, de wieken slachten trekvogels af, en het bouwen van die dingen vraagt zoveel van de onderwaterpopulatie dat je geen enkele claim op milieugebied meer kunt verantwoorden. Kortom…..ik heb besloten om de bedrijven die zich bezig houden met deze valse voorwendselen te boycotten. Ik wil gewoon leuke reclame zien of horen met daarin de duidelijke boodschap dat ik dit of dat product (of dienst) tegen een betaalbare prijs kan vinden bij….Reclame is daarvoor bedoeld. Niet om maatschappelijke of politieke statements te maken. Niets is alleen maar goed of positief. Dat is een les die ik al snel leerde in mijn werk, opleiding en ervaring. Wat dat betreft is niets menselijks een bedrijf of organisatie vreemd. Trap er echter niet in mensen….gebruik je verstand en kijk om je heen. Wat je daar niet ziet is ook in het voorgeschotelde reclamespotje geen weergave van het echte leven. Reclame kan je lekker maken, maar hoeft dat niet te doen. Dus geen kinderen meer, geen overdreven veel gekleurde mensen (als het niet relevant is), geen piepstemmen en geen politiek ingestoken claims graag. Dan wordt het vak weer een stuk leuker en de klant weet je meteen te vinden. Ik dank u…. (Beelden: Archief)

Langzaam maar zeker…

Langzaam maar zeker…

Toen ik het in de beschrijving rond de meidagen van 1940 had over het karige van de uitrusting die onze krijgsmacht ten deel was gevallen vanuit de toenmalige overheid, deed ik dat in relatie tot de overmacht van de Duitsers. Maar ook daar was niet alles rozengeur en maneschijn. Had de Nazi-leiding vooral aandacht gehad voor aanvalswapens als bommenwerpers en tanks, fraaie uniformen en goede geweren en kanonnen, op het gebied van de luchttransportvloot liep men achter de feiten aan. De hele vloot vliegtuigen die o.a. bedoeld was voor haar paratroepen bestond uit zeer langzame maar zeker ook degelijke driemotorige Junkers Ju-52-3m machines waarvan de ontwikkeling al dateerde uit 1930.

Opvallend genoeg vlogen deze machines als verkeersvliegtuig maar ook als bommenwerper voor men er een parakist van maakte. Dat hield in dat je er naast de eigen bemanning nog 18 mensen in volle uitrusting mee kon afzetten boven vooraf bepaalde doelen. Met een maximale snelheid van net 240km/u was dit een erg langzaam toestel maar het kon wel opereren vanaf of naar vliegvelden met zeer beperkte voorzieningen.

Dat vond men bij de Luftwaffe van toen belangrijker dan snelheid. Een fatale vergissing. Toch werden er uiteindelijk 3.500 exemplaren van gebouwd. En die bleven in dienst tot het einde van WO2 bij de Duitsers maar nog wat langer bij de Britten, Fransen en Tsjechen die deels deze Junkers toestellen in licentie bleven bouwen. Bij de bevoorrading van Duitse troepen in winters Rusland speelden die ‘Tante Ju’s’ ook een belangrijke rol. Met ware heldenmoed vlogen de piloten er mee naar Stalingrad om daar goederen, munitie, voedsel en mensen te brengen voor de ingesloten troepen daar.

Men liet dan de motoren vaak lopen om te voorkomen dat ze zouden vastvriezen. Dus het was een betrouwbaar toestel. Maar die lage snelheid en een beperkt laadvermogen maakten ook duidelijk dat deze kisten vaak niet konden voldoen aan de aan de machine gestelde eisen. Met name bij de aanval op Nederland en Belgie in mei 1940 verloren de Duitsers veel Ju-52’s. De weerstand van de Nederlanders en Belgen was groter dan verwacht, daarbij gooiden de Britten nog wat bommen op al gelande Duitse transportkisten en die raakten zodanig beschadigd dat opstijgen er niet meer bij was. En zo verloren de Duitsers 200 van hun 400 ingezette Junkers transportkisten aan vijandelijke acties. 50% verlies was in die periode van de oorlog serieus. En lastig te vervangen. Ook al zette men civiele machines in om de verliezen aan te vullen, de kwetsbaarheid van de Junkers machines was wel duidelijk. Alleen bleef men er in Berlijn blind voor. En vlogen die oude machines aan het einde van de oorlog dus nog steeds in zware omstandigheden door. Opvallend was dat deze transportkisten een geribbelde romp kenden wat een zekere sterkte van de constructie beloofde. Junkers had dit voor de oorlog als specialiteit op al haar ontwerpen toegepast. Anders dan bij de Amerikaanse C-47 Dakota’s kwamen er maar heel weinig Junkers Ju-52’s na de oorlog in gebruik als civiel verkeersvliegtuig. En ook het aantal museale toestellen is beperkt. Toen een paar jaar terug een klassieker Ju-52 verongelukte trok men het bewijs van luchtwaardigheid in en staakte men de operaties met deze klassiekers. Maar in musea over de hele wereld zijn er wel nog wat te vinden. En dat is maar goed ook. Want je hoort te weten waar het goed en fout ging bij de toenmalige Duitse leiding op dit gebied. De plaatjes vertellen het verdere verhaal…… (Beelden: Archief/Yellowbird/LPAC)

Luchtzak….

Luchtzak….

Ik heb intussen heel wat (honderden) uren gevlogen en bij die ervaring meegemaakt dat een vliegtuig net zulke bewegingen kan maken als een auto op een weg vol viaducten, verkeersdrempels, rotondes of diepe kuilen. Lucht is nu eenmaal niet van de compacte soort en er staat op enige hoogte ook altijd wind. Die zijn van invloed op de tocht van zo’n metalen vogel. In 95% van de gevallen verlopen die vluchten zo rustig alsof je eigenlijk op de grond staat, maar in 5% kom je in luchtlagen of buien terecht waardoor jouw tocht door het zwerk ietsjes onrustiger verloopt. Ik vloog zelf in de achter ons liggende vliegjaren door storm, onweer, zijwind of wat ook en dan gaat zo’n toestel nog wel wat meer heen en weer of op en neer.

Zo is er de route over bergketens als de Alpen die nog wel eens wat onrust aan boord kunnen geven. Diverse malen meegemaakt. Door de wind die tegen die bergen aan beukt komen daar luchtwervelingen voor die ook zelfs op grotere hoogten zorgen voor onrust en derhalve op en neer gaande beweging van de vliegende machine waarin wij worden vervoerd. Zoals een schip op zee bij windkracht 5 of een trein die met hogere snelheden over een oneffen deel van de baan rijdt. Op een van mijn eerste vluchten naar een Italiaanse bestemming aan boord van een DC-9 van Alitalia maakte ik voor het eerst kennis met dat rollercoaster-effect. De lichtjes voor ‘riemen vast’ werden aangedaan vanuit de cockpit omdat men die turbulentie verwachtte. Wij als nog wat jeugdige passagiers deden dat, maar intussen was ook de lunch (toen nog wel) op het tafeltje voor ons geserveerd door de prachtige en ook aardige Italiaanse stewardessen. Inclusief een glaasje jus. Gek genoeg hadden wat Japanse passagiers om ons heen de riemen los en die hingen soms scheef uit hun stoelen om met elkaar te conserveren. Op enig moment sloegen de Alpen toe.

Bij het Mont Blanc massief zakte de DC-9 een meter of vijftig naar beneden om direct daarna weer omhoog te gaan alsof een reuzenhand de kist in zijn greep had. Onze jus maakte een sprong uit het plastic glaasje en kwam uiteraard naast die oerverpakking op het tafeltje (en broek) terecht. De lunch bleef gelukkig op zijn plek, maar de Japanners niet. Die lagen verkreukeld over elkaar heen, inclusief al die trays met eten en drinken. Gegil was het gevolg. Maar dat werd door de bemanning opgelost. Men bracht doekjes, hielp de gevallen passagiers overeind en maakte ook meteen duidelijk dat ze zich in de riemen moesten vastgorden. Zelf hielden de dames zich staande door zich soms aan stoelen vast te houden. Want de tocht kende meer hobbels. Ik at al vegend aan mijn broek mijn lunch op. Na de landing even de donkere kleding schoonmaken nog en gek genoeg zag je er nog maar weinig van. Maar ik was een ervaring rijker. Altijd doen wat de captain zegt. Het verbaast me dus dat er zo vaak iets mis gaan aan boord van die vliegtuigen bij zwaar weer of zo. Dan blijkt dat de helft van de passagiers geen riemen vast doet omdat men dit zo restrictief vindt aanvoelen. Nou dat zal wel, maar ik heb die dingen gewoon altijd vastgemaakt. Met al die klimaatveranderingen die door links worden voorspeld weet je maar nooit. En dan neem ik graag het zekere voor het onzekere. Maar dat doe ik zonder die retoriek ook in de auto, en op schepen vertoon ik me uberhaupt niet. Of er moet een plek in de reddingsboot zijn inclusief zwemvest dat ik op voorhand al om doe dan… Zelf wel eens meegemaakt lieve lezers/essen dat je op en neer ging in een of ander vervoermiddel? Ben benieuwd naar de verhalen…. (Beelden: Archief – illustratief)