Werken op Schiphol – 17 – de schrijverij

Vanaf mijn vroegste jeugd schreef ik al verhalen. Al dan niet verzonnen, maar op enig moment toch wel wat toegespitst op de luchtvaart. Soms ging het over modelbouw, in andere gevallen volgde ik mijn grote voorbeeld Hugo Hooftman qua stijl en onderwerpen. Het bleef niet onopgemerkt. Enthousiasme voor de luchtvaart en ook voor de sector waar ik uiteindelijk was gaan werken was zelfs voor Ruud Breems aanleiding om er promotie voor te maken. Hij vond mij op dat gebied een beetje een ‘gekkie’. Immers, je werkte er midden in, ging daarnaast ook nog verder me je hobby op dit gebied en bouwde ook nog vliegtuigmodellen. En dan ook nog er over schrijven. Belachelijk! Maar ook met dat wonderlijke dubbele gevoel dat hij er toch ook reclame voor maakte. En zo kreeg ik een opdracht voor een maandelijkse column in het blad van de douane op Schiphol, met de fantasievolle naam ‘Schiphol Fiscus’ uitgebracht en vol wetenswaardigheden over het douaneleven op en rond de luchthaven. Mijn aandeel ging daar niet over.

Wel over vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. En na een tijdje viel dat op bij anderen. Een nieuwe uitgever meldde zich. Die ging landelijk een blad maken voor de luchtvrachtsector. ‘Luchtvrachtnieuws’ was geboren. Een aardig soort magazine dat regelmatig verscheen en met vrolijke opmaak promotionele verhalen publiceerde over ons vakgebied. Het werd goed opgenomen in die wereld en de advertenties stroomden binnen. Daar wilden zij mij wel als ad-hoc schrijver toevoegen. En ik deed dat schrijven met plezier. Je naam opbouwen als kenner is nooit weg. En toen we een tijdje onderweg waren daarmee, kwam een derde ‘kaper op de kust’. Uitgeverij Discque uit Amersfoort zocht expansie in de luchtvrachtsector nadat het al enige tijd een stevige positie bekleedde in de wereld van de passage met haar titel ‘Zakenreis’. Een chique magazine dat nu een zusterblad kreeg in de vorm van ‘Luchtvracht’. Daarin advertenties, maar ook interviews met vooraanstaande lieden uit de wereld van de expeditie en luchtvaart. Want ook maatschappijen als KLM of Lufthansa lieten graag weten dat ze sterk waren in luchtvervoer.

Zakenreis pakte al snel de markt in en nam op enig moment haar oudere concurrent over. Inclusief mijn schrijverij. Waardoor ik nog meer in aanzien steeg. Al was het maar omdat ik dat zelf vond. Maar het bracht ook wat kleine bedragen als extra inkomen naast het gevoel dat ik mijn creatieve kanten nog meer kon tonen dan door middel van de ook geschreven en uitgedachte tarieven/vluchtboekjes voor onze klantenkring. Ik maakte heel wat mee in die schrijverij overigens. Zelfs een keer ruzie met Prins Bernhard die me betichtte van negatieve berichtgeving over Fokker. Was niet zo overigens, maar omdat de hoofdredacteur van Luchtvracht weer een kennis was van de Prins, moest ik mijn eerdere verhaal bijstellen. Dat deed ik, maar stopte ook met die schrijverij voor dat blad. Voelde me toch op de vingers getikt terwijl ik de waarheid had neergezet. En dus ontstond het idee dat ik voor de mensen in de luchtvracht op Schiphol beter een eigen orgaan kon uitbrengen. Vol roddels en wetenswaardigheden. ‘Information’ heette dat en neem van mij maar aan, het werd gevreten. Als ik het rond bracht bij de lezers in hun kantoren zorgde dat altijd weer voor hilariteit en soms wrevel. Want ik had intussen mijn anti’s en simpies en dat was in de verhalen wel terug te vinden. Ruud Breems vond dat maar niks. Maar ja, jong en eigenwijs. Dus ging ik nog even door met dat blad…(Beelden: Archief Yellowbird)

Russisch werkpaard, de Tupolev Tu-95….

Gaf ik twee weken terug even aandacht aan een klassieke westerse bommenwerper die nog tot over een kwart eeuw actief zal blijven, aan Russische kant kent men ook zo’n icoon, de door Tupolev ontwikkelde Tu-95. In veel opzichten gebouwd voor hetzelfde doel, strategische bombardementsvluchten met atoomwapens, was dit toestel min of meer in dezelfde periode als de Boeing B52 ontworpen. Maar wel met een aantal verschillen. Zo kozen de Russen destijds niet voor de indertijd toch wat minder beproefde straalmotoren, maar voor enorm krachtige turboprops van Kuznetzov die via contra-draaiende propellers maar liefst 15.000pk elk ontwikkelden. De machine kreeg pijlvormige vleugels en staartvlakken en bleek niet alleen enorme afstanden af te kunnen leggen, maar ook nog eens aardig snel te zijn. 830km/u om precies te zijn, heel wat straalvliegtuigen uit die periode haalden dat niet. In 1952 vloog het eerste prototype, maar de eerste echte productiekisten kwamen in 1956 in gebruik. Een onaardige verrassing voor de NATO-landen, want dit toestel kon Amerika bereiken met een lading die dodelijk kon zijn en op een hoogte die best kopzorgen opleverde bij de westerse landen. De typerende dreun van de enorme motoren i.c.m. de propellers waren een opvallend fenomeen bij deze toestellen.

Er werden al snel hele brigades van de Rode Luchtmacht mee uitgerust en de machines deden individueel nog wel eens ‘schijnaanvallen’ op NAVO-landen om zo te testen hoe de response van die landen zou zijn. Steeds meer bewapening maar zeker ook nieuwe elektronica hielden de grote Tupolev actueel hoewel hij klassieker oogde dan de eerder beschreven B52. Voor de Russen was en is dit een groot wapensysteem en naar het zich laat aanzien gaat ook deze machine nog jaren mee. Tegenwoordig in staat om Russische tegenhangers van de westerse kruisraketten te vervoeren is het een machine die diverse doelen tegelijk aan kan vallen. Maar de Russen ontwikkelden nog meer versies van de kist. Zo kwam er een vliegend radarstation van uit dat met een grote schotel op de romprug in staat was om boven zee onderzeeboten op te sporen. Een heel bijzondere ontwikkeling was de Tu-114 verkeersmachine die in de jaren 50 en 60 vloog voor Aeroflot en 220 passagiers kon vervoeren.

De techniek, vleugels en staart kwamen van de Tu-95 bommenwerper, de romp werd voor passagiersvervoer nieuw ontwikkeld. Een sensatie in luchtvaartland. Er was dus plek voor 220 passagiers en de machine was heel lang het grootste verkeersvliegtuig ter wereld. Maar vloog (de omvang was ook meteen een beperking) relatief kort. Er werden er overigens slechts 30 van gebouwd. Door de SALT2 overeenkomsten tussen Amerika en Rusland werden heel wat Tu-95’s afgedankt en gesloopt. Maar er vliegen er nog genoeg om Rusland’s kracht uit te blijven stralen. Het ziet er niet naar uit dat deze machines snel van de sterkte bij de Rode Luchtmacht zullen verdwijnen. En zo danken we het strategisch evenwicht in de wereld voor een deel aan relatief oude vliegtuigen met een aanzienlijke vernietigingskracht. Hoe wrang ook, als dat evenwicht maar blijft bestaan. (Beelden: Inter/archief)

Margarine-affaire…

Je hebt mensen die hun brood besmeren met echte roomboter. Ook bewust verwaterde botersoorten komen dan voorbij en zij die ofwel een beperkter budget bezitten dan wel een andere smaak kiezen voor margarine. En die margarine komt anno 2020 in zoveel merken en soorten dat je zou denken dat die van overal en nergens tot ons komen. Blijkt in de praktijk zeer mee te vallen. Veelal zitten er grote concerns achter al die merken zoals Nestle of Unilever. En over een merk van die laatste grootheid wil ik het hier eens hebben. Een merk dat de Belgen en een aantal Aziaten nog wel kennen, wij intussen al zestig jaar niet meer; Planta! Dit was ooit een zeer populair merk dat in 1953 al op de markt was gebracht. Ergens in 1960 voegde men een emulgator toe om het spatten van dat spul bij bakken van het indertijd toch schaarse stukje vlees in de pan tegen te gaan. En daarmee begon de ellende. Want die emulgator (ME-18) hield niet alleen het spatten succesvol tegen, het zorgde ook voor enorme problemen onder gebruikers.

Dit ondanks voorafgaande dierproeven (jaja, ook daarvoor gebruikt men dieren..) die zonder problemen waren verlopen. Al snel eindigden mensen in het ziekenhuis, kregen ze je jeuk en koorts, in een enkel geval liep het fataal af voor de gebruikers. Men was verbijsterd. De gevolgen leken op netelroos. Unilever nam niet alleen Planta uit de handel, ook haar 55 (!) toenmalige andere margarinemerken werden niet meer verkocht, omdat deze veelal in dezelfde fabrieken en ketels werden gemaakt als dat Planta-spul. Maar met die verkoopstop was men er nog niet. Een parlementaire commissie onder leiding van oud-premier Drees (de man die nu uit de polcor-canon van Nederland is gemikt) kwam tot de conclusie dat zij die schade hadden ondervonden van deze ellende recht hadden op een schadevergoeding. Met name de nabestaanden van de overleden slachtoffers. Unilever ging daarin mee, maar wilde gelijkertijd geen schuld bekennen. De politiek ging daar toen nog mee accoord.

Planta werd uit de verkoop gehaald, om te worden opgevolgd door het vergelijkbare Brio en de Planta-affaire verdween uit het collectieve bewustzijn van de Nederlanders. Op naar het volgende schandaal. Opvallend was wel dat Unilever Planta elders wel in de schappen hield. Uiteraard zonder die emulgator als ingredient, immers met die margarine op zich was weinig mis geweest voor men had besloten dat spul toe te voegen. Zestig jaar zijn verstreken. Brio heet tegenwoordig Bertolli en heeft een stevig eigen imago. Terecht natuurlijk. Men leerde van oude fouten. Zoals veel bedrijven. En toch, als je dan hoort dat men elders weer bezig is met genetische manipulatie van gewassen krijg je toch een beetje de kriebels. Want Europees toezicht is op dit punt gek genoeg minder goed dan het voorheen toegepaste Nederlandse. Het waarom van dat laatste zat ook in die Planta-affaire. Al doende leert men, en van fouten zeker. Planta zal bij de oudere lezers nog wel iets los maken wellicht, voor jongeren is het ver voor hun tijd. Vandaar even terug naar dat stukje geschiedenis. Want een blog moet ook leerzaam zijn natuurlijk…..(Beelden: Wiki/Google/Internet)