
Ik weet vrijwel zeker dat iedereen er wel een of meerdere in huis heeft. Want handig en nooit in de problemen zoals met zijn wat chiquere zusje, de vulpen, nog wel eens het geval was of is. Ik heb het over de ballpoint, of balpen op zijn Nederlands. Miljarden en miljarden zijn er van gemaakt en het concept van deze inktrolpen stamt al uit de 19e eeuw. Moest je eerder een ganzenveer of kroontjespen in inkt dopen om iets op papier te kunnen zetten, bij de balpen komt die inkt uit een klein buisje of plastic huisje en wordt door de zwaartekracht via een piepklein bolletje uitgestoten voor ons betere schrijfwerk. Nou ja beter, ik zelf weet (vind)zeker dat je met een vulpen domweg mooier schrijft, maar die handigheid gebiedt toch dat die ballpoint een grote vlucht nam.

En daarover gesproken, letterlijk werken de meeste ballpoints van enige kwaliteit ook hoog in de lucht of zelfs de ruimte. Uitgebreid getest onder die omstandigheden bleken de meeste pennen in staat om gebruikers te bedienen die normaal een vacuum van letters hadden voortgebracht met hun vroegere schrijfmiddelen. Alleen een ouderwets potlood deed hetzelfde. In de 20e eeuw zijn die ballpoints doorontwikkeld tot wat ze nu zijn.

Grote merken maakten kunstwerkjes van die schrijfwaren, soms in sets met vulpennen in een mooie hoes verpakt. Kregen hun eigen aanhang. Maar de grote jongens als Bic hadden maling aan deze trends en maakten die pennen nu juist zo goedkoop mogelijk waarmee ze een enorm publiek aan zich wisten te binden. Als je oplet koop je tientallen van die Bics voor de prijs van een enkele fatsoenlijk ogende ballpoint van een echt merk.

Maar kniesoor die daar op let als je gewoon je dagelijkse boodschappen wilt opschrijven in een schriftje of daarin je huishoudbudget bijhoudt. Knap van de uitvinders van de nu gebruikte nieuwe inktsoorten in die pennen is dat men in staat bleek om die na gebruik op papier meteen kon laten indrogen. Bij een vulpen moet je dan geduld hebben of met een vloeipapierhouder de boel deppen. De uitvinding van die inkt wordt toegeschreven aan de Hongaarse broers Biro. En door die uitvinding besloten o.a. Britse legerleiders dat hun piloten tijdens WO2 ballpoint mee namen voor bijhouden vluchtgegevens en zo meer i p v de vlekkerige vulpennen van voor die tijd. Door de jaren heen is de ballpoint zo ver doorontwikkeld dat er ook allerlei varianten op het thema verschenen. We kennen nu fijnschrijvers, roller-mates, en zo meer.

We hebben ze allemaal wel in een of andere vorm in huis. Het plezier dat wij er aan beleven zorgt ook dat kinderen op school zonder al te veel moeite kunnen leren schrijven of tekenen. Want ook dat is met die pennen mogelijk. Met afschuw denk ik terug aan die tijden dat ik zelf met een kroontjespen in schriftjes zat te harken. Hoewel je als je daar mee om kon gaan fraaier schreef met zo’n ding dan met die latere ballpoints. Maar zal vast ook zitten in de grip op de steel van het ding. Vandaar dat ik graag met vulpennen schrijf. Waar dat nog nodig is uiteraard. Want zoals jullie hier ook al zagen en toepassen, wordt er veel geschreven op de laptop of soortgelijke machines. Met de hand schrijven wordt tegenwoordig steeds minder gebruikt. Met welke pen ook….. Ook grote schrijvers doen veel met de computer. En printen hun schrijfsels…. De enkele uitzondering daar gelaten, maar die zijn dan ook uniek… Hoeveel van die ballpoints hebben jullie in huis? Ik ben geen verzamelaar, maar weet zeker dat ik er alleen al in mijn mancave een stuk of 50 paraat heb. Ben dan nog een kind bij echte verzamelaars waarvan ik er ooit een zag die er 150.000 in huis had. Kijk, dan kom je nooit een pen te kort…. (beelden: Wiki)


Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.
Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.
Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)