Ridder Brandewijn rukt op…

Ridder Brandewijn rukt op…

Toen ze de donkere nacht op die heuvel hadden doorgebracht zonder echte incidenten, maakte Ridder Rogier zich op voor een volgend gevecht met de bende van Bart Boverie.

Zijn verkenners, mensen die hij had aangewezen (..) om te zien waar de bende zich in het bos ophield, meldden hem dat Boverie zijn mannen had gegroepeerd en naar het oosten was weggetrokken. Ridder Rogier wilde nu eens en voor altijd een einde maken aan de overvallen en bedreigingen door die bende en met name de aanrandingen van al dan niet edele dames in de door hem bestuurde bossen. Dus gaf hij zijn mannen opdracht om weer in gevechtsformatie voorwaarts te gaan. Heuvels af, dwars door het woud van Rozendael en Kleef richting Cranenburgh waar hij de bende vermoedde. Na een dagmars kwamen ze aan bij de open vlakten voor de grote rivier daar en zochten ze aan de rand van het woud de horizon af of ze mogelijk de mannen van Boverie konden zien bewegen. En dat was zo. Niet ver van de oevers van de rivier zagen ze kleine gestalten die bezig waren met een vlot om zo het water over te steken richting vermeende veiligheid. Ridder Rogier gaf zijn mannen opdracht om zo snel als mogelijk was ook die kant op te rukken en de wapens gereed te houden. Maar Boverie had hen in de gaten en legde een verdedigingslinie aan bij de oever van de rivier. Zijn mannen verschansten zich in het struikgewas en wachtten het kleine leger van Ridder Rogier daar op. Maar die kreeg nu met zijn ervaring in dit soort gevechten toch al snel een tactisch overwicht. Zijn in de breedte opererende mannen kwamen nu op Boverie en zijn troep af en beletten diens eventuele aftocht over land. Alleen de rivier was nu de vluchtoptie voor de schavuiten van deze bendeleider, en die rivier stroomde zo snel dat zwemmen geen optie was. Van links en rechts sloten de mannen van Rogier Brandewijn de verdedigingslinie van Boverie in en Ridder Rogier ging in het midden recht op zijn doel af. Ondanks zijn eerder opgelopen verwondingen was hij vastbesloten, er kwam hier en nu een einde aan de terreur van deze bandieten. Maar de in-slechte Boverie gaf zich niet zo maar over. Een regen van pijlen daalde op de troepen van Ridder Rogier neer, en de eerste mannen van zijn groep vielen. Daarna deed Boverie een uitval om zo een uitweg te forceren. Maar dat was geen optie voor onze ridder, hij en zijn mannen maaiden met hun zwaarden en speren en doodden of verwonden de meeste schavuiten van de slechtste soort zodat alleen Boverie en een paar getrouwen over bleven. Ridder Rogier stapte van zijn paard, nam zijn zwaard stevig ter hand en ging de confrontatie aan. Een intens en bloedig gevecht ontstond. Boverie was een taaie tegenstander en was in staat om onze ridder flink wat sneden en blauwe plekken toe te brengen, maar verloor zelf op enig moment zijn hand en een oor. Toch vocht hij met de moed der wanhoop door. Tot hij met een gerichte steek in het hart werd overwonnen. Daarna gaven de paar boeven uit zijn troep het op en werden gevangen genomen. Omdat ze van de slechtste soort waren geweest maakte Ridder Rogier korte metten met ze. Zijn mannen hingen de meesten op aan de paar bomen die het landschap aan de rivier bood en ze in het zicht brachten van de dorpelingen aan de overkant van de rivier. Cranenburgh zou nooit meer toevluchtsoord zijn voor mensen als Boverie en zijn mannen. Toen ze terugreisden naar het eigen kasteel hoorden ze de weduwen en kinderen van de bandieten wenen. Maar dat deerde Ridder Rogier niet. Die dacht aan wat hem thuis wachtte…… De de paar kerels die hij als gevangenen mee zou nemen waren bedoeld als een soort wraakoefening voor thuis zodat de dame in kwestie kon zien hoeveel hij voor haar over had gehad.