Aanslag…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ooit, lang geleden, ik zat nog op school, leerde ik tikken op een schrijfmachine. Voor hen die geen idee hebben over wat voor ding ik het heb, de schrijfmachine was min of meer het technische hoogstandje van de jaren 50-90. Een soort computer zonder verbindingen maar wel met een mechanisch systeem om letters op papier te tikken door middel van toetsen. De oudere exemplaren hadden nog geen elektrische bekrachtiging dus je werd geacht aardig te hameren op die dingen om het papier te vullen met alles wat je er op moest of wilde zetten. Dat leren tikken hield in dat je met gelijke kracht met tien vingers deze machines bediende. Logisch, er zat vaak een enkel velletje papier in dat werd opgerold richting de plek waar de letters een voor een hun afdrukjes achterlieten. Toen ik later met al die bij een typecursus opgedane theoretische kennis in de praktijk aan de (aan)slag ging op kantoor en bij de eerste mediale uitgaven die ik toen het levenslicht liet zien, bleek al snel dat ik een ‘stevige aanslag’ bezat. Ik ramde die hamertjes echt tegen het papier, en dat ook nog eens met een grote snelheid. Noem het talent of zo, maar het was vaak niet goed voor de documenten die ik bewerkte.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Daartoe behoorden ook zgn. stencilvellen. Dat waren technische manieren om om goedkope wijze bladen of documenten te verveelvoudigen. Bandaline, Gestettner, noem maar een paar namen. Dat moedervel moest echt met de nodige voorzichtigheid behandeld worden. Dan haalde je het ‘schutvel’ er af en werd het flinterdunne moederblad op die stencilmachine geklemd en rond gedraaid. Net ongeveer als een fotokopieermachine van later dat kon. Maar dan allemaal mechanisch. Tikte je echter te hard sloeg je bijvoorbeeld het hart uit een letter o of bij het cijfer 0, kreeg je zwarte vlekjes bij de afdrukken op juist die plekken. Zag er niet uit. Nee, dan moest je niet zo hameren. Ging al snel beter toen de elektrische schrijfmachines verschenen. Van IBM, Hermes etc. Die filterden de aanslag wat en zo kon je dan zelfs als hameraar nog redelijk uitziende publicaties verzorgen. Op Schiphol werkte ik met zgn. Airwaybill’s. Dat waren dcocumenten die je nodig had om lading per vliegtuig van A naar B te vervoeren. Maar die dingen moesten in 20-voud of zo worden doorgedrukt. Het origineel was voor je eigen dossier, de rest moest overal leesbaar zijn. U snapt het al!

wp_000961De aanslag die ik had was net goed. Rammen maar. En als je een vliegtuig vol gecharterd had werd er heel wat raak getimmerd in erg korte tijd. Liefst foutloos! ┬áDie vliegtuigen wachtten niet dus het moest snel en leesbaar. Ik kreeg er een aanslag door die ik nu nog heb. Toetsenborden van computers en laptops hebben het lastig bij mij. Ik zie vaak de letters ook op die bordjes wegslijten. QWERTY staat gelukkig altijd op dezelfde plekken dus ik weet waar veel letters te vinden zijn, maar toch. Subtiliteit is qua eigen tikstijl niet terug te vinden. Hoezeer ik mijn best doe. En die tien-vinger-aanslag? Ook niks! Ik tik met vier vingers en mijn duimen voor de spatiebalk. Snel als een hinde, maar qua tikaanslag zelf net een neusdier of stevige olifant. Ondanks alle vermaningen van mensen om me heen die me steeds weer wijzen op het feit dat ik die machines stuk tik zo. Ik kan niet anders. Gelukkig tik ik de letters niet stuk. Geen gaatjes meer in de o’s en 0-llen. Goed geleerd is slecht achterhaald op dit punt. Sorry mensen. O…maar u merkt het helemaal niet? Goed zo. En hoe tik je zelf dan? Net als ik of toch een slagje rustiger??? Ben benieuwd….naar jouw aanslag….