Gouden sporen…

GSS 04 - toren met vlagIs er een reden te bedenken dat men in België zo’n tweedeling kent tussen het Nederlandstalige Vlaanderen en de overige gewesten van dit vroegere Nederlandse grondgebied, waar de voertaal Frans is? Ja zeker, die oorzaak zit niet alleen in de taal, die zit ook in de mentaliteit. Maar de geschiedenis van dat conflict vindt zeker ook zijn oorzaak in de zgn. Gulden Sporen Slag waarbij op 11 juli 1302 milities uit het district Vlaanderen slaags raakten met de ridders van de Franse koning. Daarbij bleken die  goed uitgeruste en zwaar bewapende riddersoldaten toch geen partij voor het Vlaamse voetvolk. De onafhankelijkheidsgedachte onder de boeren en burgers die in het Vlaamse leger streden tegen de Franse overheerser zat er al eeuwen lang in. Men was het uitzuigen van simpele lieden meer dan zat en wilde de eigen onafhankelijkheid ook toen al bevechten. De Vlamingen hadden in hun verleden al de kant van Engeland gekozen in hun afkeer van de Fransen, die laatsten namen daarop stad voor stad Vlaanderen in en haalden veel belasting op die weer werd uitgedeeld aan de rijkere en vooral Frans talige meelopers in het zo verdeelde land. De opstand die uiteindelijk leidde tot de Gulden Sporen Slag startte in 1302 in Gent en breidde zich uit naar Brugge waar door de overheersers daarop een slachting werd aangericht onder de Franstalige bestuurders en meelopers. GSS -2 Willem van Saeftinge

De Fransen stuurden daarom hun beste troepen om wraak te kunnen nemen. Dit was de lont in het kruitvat voor de volksmilities.  Aangevoerd door o.a. Willem van Gulik werd in allerijl een leger op poten gezet van boeren, ambachtslieden en poorters. Samen met aan hen getrouwen stelden zij zich in een U-vormige formatie op in het gebied van Groeningebeek vlak bij Kortrijk. Belangrijke wapens, de zgn. goedendag (een knuppel met daaraan een ijzeren bal vol uitsteeksels) en rieken (een soort speren met haken aan het eind). De Vlaamse troepen waren grotendeels te voet, de Fransen kwamen te paard. Ook boogschutters behoorden tot het arsenaal aan mensen. Uit overlevering valt op te maken dat de Fransen ongeveer 50.000 man sterk waren en de Vlamingen 15.000 man. Door de slimme tactiek van de Vlamingen liepen de ridders te paard in de fuik. Normaal weken soldaten uiteen als paarden op ze af kwamen, maar dit keer niet. Met de speren en goedendags wierpen ze de Fransen van hun paarden en slachtten ze deze af. Een ridder in een harnas kwam vrijwel niet meer overeind als hij eenmaal was geveld.

De gouden sporen die sommigen droegen werden al snel van hun voeten gesneden of gehakt en als buit meegenomen. Gevangenen werden door de Vlamingen niet gemaakt, men slachtte iedereen af die niet meer in staat was tot vechten. Een opmerkelijke instelling voor een tijdperk waarin men nog wel eens mededogen kenden met de vijand. GSS 05 - Vlaamse soldatenToch bleek deze slag, ondanks de afloop,  nog steeds kansen voor de Fransen in te houden. Een paar jaar later al werd Vlaanderen onderdeel van het grote Bourgondische Rijk. Maar de kiem van de onderlinge afkeer is nooit meer helemaal verdwenen. En voor de Vlamingen is de 11e juli ieder jaar een nationale feestdag. Een dag om nooit te vergeten en trots te zijn op de Vlaamse leeuwen die indertijd hun leven gaven om onder de Franse bezetting uit te komen. En die duidelijk maakt waarom taalstrijd en afkeer toch iets anders is dan polderen of gedogen. In die zin kunnen we nog wat leren van onze zuiderburen.